Bronskopeend

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bronskopeend
IUCN-status: Gevoelig[1] (2016)
Falcated.duck.arp.750pix.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Anseriformes (Eendvogels)
Familie:Anatidae (Eendachtigen)
Geslacht:Mareca
Soort
Mareca falcata
(Georgi, 1775)
Afbeeldingen Bronskopeend op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bronskopeend op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De bronskopeend (Mareca falcata synoniem: Anas falcata) is een decoratieve siereend, die gemakkelijk te houden is. Een andere naam is sikkeleend.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De verspreiding van de bronskopeend is Midden-Siberië tot Noord-Japan in moerassen, woudzone, 's winters op rijstvelden en vaak in zoetwatermeren.

Beschrijving[bewerken]

Der bronskopeend is kleiner dan de wilde eend. De woerd heeft een kastanjerode kruin. De voorkant van de kop en de wangen hebben een brons-purperen weerschijn, een brede groene band begint bij het oog en gaat over in de langgerekte kap achter op de kop. Keel en de voorhals zijn wit met een zwarte halsband. Rug en borst zijn wit met zwarte, geschubde bandering. De vleugeldekveren zijn lichtgrijs met witte punten. Aan beide kanten van de staart zitten sikkelvormige, zwart-witte, afhangende vleugelveren. De onderstaartdekveren zijn zwart met een grote roomkleurige zijvlek. De flanken en de buik zijn zwart-wit gestreept. Het vrouwtje ziet er bijna hetzelfde uit als de wilde eend, maar met enigszins verlengde halsveren.

Fokken en houden[bewerken]

De bronskopeend is een decoratieve siereend en heeft niet veel verzorging nodig. Hij is voor een groot deel herbivoor. Waar meerdere paren bijeenzijn wordt gemeenschappelijk gebaltst door zowel woerden als vrouwtjes. Het fokken is niet moeilijk. Tegenwoordig worden alleen gefokte vogels aangeboden, die zelfs bij rijk beplante tuinvijvers broeden. De nesten zijn vaak iets van het water verwijderd tussen de struiken, niet in broedhokken of nestkasten. De legtijd is half mei tot half juni. Het legsel bestaat meestal uit 6 tot 10 bruinig gele eieren. De broedduur is 25 tot 26 dagen. De jongen zijn na een jaar al geslachtsrijp.