Cappadocisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Cappadocisch is een bijna uitgestorven Turks-Griekse mengtaal, die tot de bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije in 1924 uitsluitend werd gesproken in Cappadocië, Centraal-Anatolië. De taal werd doodverklaard nadat de taalkundige Richard MacGillivray Dawkins het laatste veldwerk verrichtte in Cappadocië in de jaren 1960[1]. In 2005 ontdekte de Nederlandse taalkundige Mark Janse echter nog sprekers van de Cappadocische taal in Griekenland. [2]

De sprekers van de taal woonden voorheen in Cappadocië. Hun taal kwam steeds verder onder druk te staan van Turkificering vanaf de 11e eeuw, maar bleef toch behouden onder een kleine groep mensen tot in de 20e eeuw. Tegenwoordig wordt de taal waarschijnlijk alleen nog in Griekenland gesproken. Het christelijke Grieks-Orthodoxe geloof was de reden dat deze kleine Griekse minderheid, in tegenstelling tot de islamitische Griekssprekende Romeyka, toch naar Griekenland moest verhuizen. De taal kent geen schrift, maar er zijn wel enkele beschrijvingen van de taal door Griekse priesters bewaard gebleven.

Het Cappadocisch Grieks behoudt kenmerken van Oudgrieks, maar heeft ook erg veel Turkse invloeden. Dit komt doordat Centraal-Anatolië al heel vroeg onder Turks bestuur kwam. Momenteel wordt meer onderzoek gedaan naar de taal.

Referenties[bewerken]

  1. De Cappadociërs en hun talen (Mark Janse, Universiteit Gent)
  2. Last of the Cappadocians (Schramper, 9 maart 2011)