Caribische monniksrob

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Caribische monniksrob
Status: Uitgestorven (tussen 1952 en 1996)[1] (2008)
Een Caribische monniksrob van onbekend geslacht in gevangenschap, rond 1910.
Een Caribische monniksrob van onbekend geslacht in gevangenschap, rond 1910.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Phocidae (Zeehonden)
Geslacht: Monachus (Monniksrobben)
Soort
Monachus tropicalis
Gray, 1850
Afbeeldingen Caribische monniksrob op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Caribische monniksrob op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Caribische monniksrob (Monachus tropicalis) was een zeehondensoort uit het geslacht der monniksrobben (Monachus). Het was het enige zeeroofdier dat van nature voorkwam in het Caribische gebied. De laatst betrouwbare waarnemingen stammen uit 1952 en sinds 1996 wordt de soort officieel als uitgestorven beschouwd.

Kenmerken[bewerken]

De Caribische monniksrob had een donker bruingrijze vachtkleur. De buikzijde was gelig wit van kleur. De eerste en de vijfde teen op de achterflippers waren langer dan de andere tenen. De nagels op de voorflippers zijn goed ontwikkeld. De lichaamslengte lag tussen de 200 en de 240 centimeter. Mannetjes werden groter dan vrouwtjes, ongeveer 230 centimeter lang en 68 tot 137 kilogram zwaar. Jongen werden in december geboren met een lange, zwarte vacht en de ogen open. De leefwijze was waarschijnlijk vergelijkbaar met die van de twee andere soorten monniksrobben.

Verspreiding[bewerken]

De Caribische monniksrob kwam oorspronkelijk voor in de Caraïbische Zee en de Golf van Mexico, misschien noordwaarts tot de Bahama's. Ze rustten voornamelijk op zandstranden en -banken, zowel op de Antillen als langs de kust van Yucatán en Midden-Amerika.

Christoffel Columbus was in 1494 de eerste westerse mens die deze soort zag. Toentertijd was de soort vrij algemeen in het Caribisch gebied. Doordat de Caribische monniksrob geen natuurlijke vijanden op het land kende, was de soort niet bang voor mensen, en daardoor makkelijk benaderbaar. Zo vormde de monniksrob een gemakkelijke prooi voor mensen, die de dieren slachtten voor vlees, huid en olie. Later vormde vervolging door vissers een belangrijke bedreiging. Net als andere monniksrobben was de Caribische monniksrob waarschijnlijk gevoelig voor verstoring, en zorgde een oprukkende bebouwing en toerisme voor het verdwijnen van geschikte werpstranden. Eind negentiende eeuw was de soort vrij zeldzaam.

De laatste dieren werden gezien in 1952 op de bank van Seranilla tussen Jamaica en Honduras. Tussen 1973 en 1993 is er intensief in zijn vroegere verspreidingsgebied gezocht naar individuen, zonder resultaat. Soms worden er nog wel zeeroofdieren waargenomen in het Caribisch gebied, maar waarschijnlijk gaat het hier eerder om ontsnapte Californische zeeleeuwen of verdwaalde klapmutsen en zuidelijke zeeolifanten. De Caribische monniksrob is de enige soort zeeroofdier die in de afgelopen vijfhonderd jaar is uitgestorven.

Bronnen, noten en/of referenties