Cheirolepis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cheirolepis
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Fossiel voorkomen: Midden- tot Laat-Devoon
Cheirolepis.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Palaeonisciformes
Familie: Cheirolepidae
Geslacht
Cheirolepis
Agassiz, 1835
Typesoort
Cheirolepis trailli Agassiz, 1835
  • C. canadensis Whiteaves 1881
  • C. curtus McCoy 1848
  • C. macrocephalus McCoy 1848
  • C. trailli Agassiz 1835
Afbeeldingen Cheirolepis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

Cheirolepis is een uitgestorven geslacht van straalvinnige vissen. Het geslacht leefde in het Midden- tot Laat-Devoon. Er zijn ten minste vijf soorten benoemd.

Kenmerken[bewerken]

Het gestroomlijnde lichaam van deze 55 cm lange vis was bezet met kleine, rechthoekige schubben die waren gerangschikt in diagonale lijnen. Deze vis noemt men ook wel "ganoide" vis, omdat deze schubben bedekt waren met een bijzonder soort glazuur, het ganoïne. De verlengde bovenste staartlob, die was voorzien van een rij stijve schubben, verhoogde het rendement van de staartslag. De opwaarts gerichte staart drukte de vis met de kop naar beneden tijdens de voortbeweging, hetgeen werd tegengegaan door werking van de gepaarde borst- en buikvinnen. De rugvin en de aarsvin zorgden voor een stabiele voortbeweging in het water.

De goed ontwikkelde vinnen gaven de Cheirolepis snelheid en stabiliteit, maar ook kon de vis soepel glijden onder water en met gemak en flexibiliteit vooruit en achteruit bewegen in alle richtingen. De rugvin voorkwam dat de vis ging overrollen.

Leefwijze[bewerken]

Cheirolepis was een snelle en grote, straalvinnige roofvis met grote ogen en leefde in ondiepe zoetwatermeren en riviertjes. Doordat de grote ogen geplaatst waren op de voorkant van de schedel, kon de vis overdag zijn prooi aanpeilen en aanvallen. De kaken, die waren bezet met talrijke scherpe tanden, konden wijd opengesperd worden, waardoor de vis grotere prooien kon verorberen, die groter waren dan hemzelf.

Cheirolepis had de neiging om te paaien in gebieden waar de mogelijkheid werd geboden, de jongen in spleten tussen de rotsen te verbergen, zodat deze meestal konden worden gevonden in grote meren met vegetatie rond de rand van het meer.

Uitsterven[bewerken]

Sommigen geloven dat oceanische vulkaanuitbarstingen een groot deel van het leven in zee hebben beïnvloed. Dankzij deze natuurrampen zou onvoldoende voedsel over zijn geweest en door de afname van voedsel werd de Cheirolepis de kans op overleven ontnomen.

Vondsten[bewerken]

Fossielen van de Cheirolepis toonden aan, dat ze grotendeels in meren van het noordelijk halfrond leefden tijdens het Devoon, het hedendaagse Noord-Amerika (Canada) en Europa (Schotland). Net als hun afstammeling, de karper, was de Cheirolepis een zoetwatervis.