Naar inhoud springen

Ciliaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ciliaten
Verschillende soorten ciliaten
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryoten
Clade:SAR-clade
Clade:Alveolata
Stam
Ciliophora
Doflein, 1901
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ciliaten op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Ciliaten of trilhaardiertjes (Ciliophora) zijn een groep van eencellige eukaryoten. Bij alle ciliaten komen in ten minste één stadium van hun levenscyclus cilia (trilharen) voor, waarmee ze zich voortbewegen. De morfologie kan complex zijn.

Alle soorten hebben twee celkernen: een macronucleus en een micronucleus, waardoor ze zich van andere groepen protisten onderscheiden. De diploïde micronucleus bevat chromosomen en dient voor de voortplanting; de polyploïde macronucleus bevat het genetisch materiaal dat verantwoordelijk is voor alle andere celfuncties.

Ciliaten zijn een algemeen voorkomende groep protisten, die in vrijwel alle waterige omgevingen op aarde te vinden zijn: in zee, zoet water en vochtige bodems. Er zijn ongeveer 4.500 vrijlevende soorten beschreven, het werkelijke aantal soorten wordt geschat op 27.000 à 40.000. Inbegrepen in dit aantal zijn verschillende ectosymbiotische en endosymbiotische soorten, evenals enkele opportunistische parasieten. Ciliaten variëren in grootte van 10 µm tot 4 mm.

Moleculair-genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de ciliaten tot de Alveolata behoren. In de meeste literatuur worden ciliaten als stam (fylum) beschreven, maar in de moderne systematiek vormen de ciliaten een groep zonder rang. Heel bekend zijn de pantoffeldiertjes (Paramecium), die in genetisch onderzoek wereldwijd veel als modelorganisme gebruikt worden.

In tegenstelling tot de meeste andere eukaryoten bezitten ciliaten twee verschillende soorten celkernen: een kleine, diploïde micronucleus (de 'generatieve kern', die het kiembaan-DNA van de cel draagt) en een grote, polyploïde macronucleus (de 'vegetatieve kern', waarin genen actief tot expressie komen en die het volledige fenotype van het organisme bepaalt).[1] De macronucleus ontstaat uit de micronucleus door vermenigvuldiging van het genoom.[2] Alleen de micronucleus wordt doorgegeven aan dochtercellen.

Na een zeker aantal celdelingen – ongeveer 200 tot 350 bij Paramecium en wel ruim duizend bij Tetrahymena – vertoont de cel tekenen van veroudering en moet de macronucleus opnieuw uit de micronucleus worden gevormd.[1] Meestal gebeurt dit na conjugatie. De deling van de macronucleus verloopt via amitose, waarbij de chromosomen worden verdeeld via een mechanisme dat nog niet volledig begrepen is.

Bij sommige ciliaten (klasse Karyorelictea), wordt de macronucleus iedere celdeling nieuw gevormd.

Ciliaten zijn heterotrofe, meestal fagotrofe organismen die zich voeden met bacteriën, eencellige algen en detritus. Sommige soorten zijn vastzittend, zoals de soorten uit de orde Suctoria. Ook zijn er verschillende parasitaire soorten beschreven, de meeste ervan komen voor in vissen. De soort Ichthyophthirius multifiliis is bijvoorbeeld bij aquariumhouders bekend als veroorzaker van witte stip. Andere zijn commensalen in de darm van ringwormen, of levend in de cuticula van kreeftachtigen. Zelden parasiteren ciliaten op zoogdieren en de mens.