Protisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De protisten of eencelligen (of met een verouderde wetenschappelijke naam Protista) zijn een heterogene groep van eencellige eukaryoten, die in de taxonomie vroeger als een van de zes rijken beschouwd werd waar het leven in werd ingedeeld. Tegenwoordig wordt de groep niet meer gebruikt,[1] omdat ze polyfyletisch is: niet al haar afstammelingen worden tot de protisten gerekend. Het gaat in feite om 30 tot 40 niet nauw verwante stammen die verschillen in voortbeweging, stofwisseling, uiterlijk en levenscyclus.[2] Alle protisten zijn eukaryotische eencelligen, dit houdt in dat ze een echte celkern bezitten waarin het erfelijk materiaal, DNA, zit opgeslagen. De moneren of prokaryoten zijn ook eencellig, maar hebben geen celkern.

Sommige protisten, maar lang niet alle, planten zich voort door ongeslachtelijke voortplanting: een individu splitst zich in twee nieuwe individuen: de moedercel splitst zich in twee dochtercellen en er is dus geen "ouder" en "kind" organisme.

Malaria, bij de mens één van de belangrijkste doodsoorzaken door ziekte tot voor de jaren 1960, wordt door Plasmodium, een protist veroorzaakt.[3]

Geschiedenis[bewerken]

Toen het taxon Protista voor het eerst werd ingevoerd, omvatte het al het leven dat noch dier, noch plant was (schimmels werden toen nog tot de planten gerekend), en dus in feite al het niet meercellig leven bevatte. Het duurde niet lang voor men een onderscheid ging maken tussen protisten en moneren. De moneren werden later gesplitst in bacteriën en archaea. Virussen zijn geen cellen en worden volgens de huidige definitie niet tot de protisten gerekend. Sommige problematische meercellige organismes werden soms ook bij de protisten gerekend.

Vroeger deelde men de protisten wel eens in bij de planten, schimmels of dieren (waar ze de verdwenen 1e klasse vormden). Hiervan is men echter afgestapt. Tegenwoordig worden deze organismen eencelligen genoemd.

De protisten waren de verzameling van alle eukaryotische organismen, die niet ondergebracht kunnen worden binnen de Animalia, Fungi of Plantae. Tegenwoordig is een indeling in supergroepen meer gangbaar geworden. Hierin zijn de protisten als groep verdwenen en de soorten verspreid over alle supergroepen. De schimmels en de dieren komen nu samen met de amoeben, die eencellig zijn in de supergroep Unikonta.

Een recent schematisch overzicht met domeinen en supergroepen:

Haeckel (1894)
3 rijken
Whittaker (1969)
5 rijken
Woese (1977)
6 rijken
Woese (1990)
3 domeinen
Cavalier-Smith (1998)
2 domeinen en
6 rijken
Keeling (2004)
3 domeinen en
5 supergroepen
Animalia Animalia Animalia Eukarya Eukaryota Animalia Eukaryota Unikonta
Plantae Fungi Fungi Fungi Excavata
Plantae Plantae Plantae Archaeplastida
Protista Protista Chromista Chromalveolata
Protista
(niet behandeld
door Linnaeus)
Protozoa Rhizaria
Monera Archaebacteria Archaea Prokaryota Bacteria Archaea
Eubacteria Bacteria Bacteria

Het verouderd schematisch overzicht wordt hier getoond omdat veel termen reeds lang zijn ingeburgerd:

Linnaeus (1735)
2 rijken
Haeckel (1866)
3 rijken
Chatton (1937)
2 domeinen
Copeland (1956)
4 rijken
Whittaker (1969)
5 rijken
Woese e.a. (1977)
6 rijken
Woese e.a. (1990)
3 domeinen
(niet behandeld) Protista Prokaryota Monera Monera Eubacteria Bacteria
Archaebacteria Archaea
Eukaryota Protoctista Protista Protista Eukaryota
Vegetabilia Plantae Fungi Fungi
Plantae Plantae Plantae
Animalia Animalia Animalia Animalia Animalia

Voeding[bewerken]

Vele protisten kunnen opgeloste organische stoffen over het hele celoppervlak opnemen, vooral de parasitaire eencelligen. Een dergelijke voedingswijze noemt men saprozoïsch. Echte voedingsorganellen komen voor bij de zich holozoïsch voedende soorten; deze nemen hele organismen of dode delen in hun voedselvacuolen op. Men kan hier vaak spreken van een celmond (cytostoom). Bij de wortelpotigen wordt het voedsel door schijnvoetjes omhuld. Er kan hier op elke plaats van de celmembraan door middel van fagocytose een voedselvacuole gevormd worden. In de voedselvacuole vindt de vertering plaats. De Protisten zijn over het algemeen heterotroof (voeding met organische stoffen); enkele groepen, die men ook tot het Plantenrijk rekent, hebben bladgroen en zijn autotroof (voeding uitsluitend met anorganische stoffen).

Indeling[bewerken]

De huidige indeling van de protisten verandert nog steeds. In nieuwe indelingen probeert men monofyletische groepen te vormen op basis van moleculaire biologie. Van de drie takken vermoedt men dat uit hun afstammelingen respectievelijk de schimmels, de planten, en de dieren zijn ontstaan. Dit feit – sommige van haar afstammelingen tot een andere clade worden gerekend – maakt de classificatie parafyletisch. Zij wordt bijgevolg in de moderne cladistiek niet meer gebruikt.[bron?]

Enkele belangrijke taxa zijn (met de eukaryoten ingedeeld in supergroepen[4]):

Opmerking: Er zijn ook andere indelingen mogelijk.

Diplomonadida en Parabasala[bewerken]

Protisten uit deze twee stammen hebben geen plastiden, en hun mitochondria hebben geen DNA, er vindt geen oxydatieve fosforylering plaats en enzymen die nodig zijn voor de citroenzuurcyclus ontbreken. De meeste soorten leven in anaerobe omstandigheden.

Diplomonada hebben twee gelijkvormige kernen en meerdere flagella. Een bekend voorbeeld van een diplomonadum is de parasiet Giardia lamblia. De meeste mensen lopen giardiasis op door het drinken van water dat met ontlasting is vervuild dat deze parasiet bevat. Het drinken van water uit een ogenschijnlijk schoon water uit een beekje kan ernstige diarree veroorzaken. Het water koken voor het drinken doodt de parasiet.

Parabasala bevat ook de soort Trichomonas vaginalis, een bewoner van de vagina. De T. vaginalis kan infecties veroorzaken die seksueel overdraagbaar zijn.

Euglenozoa[bewerken]

De Euglenozoa worden gekenmerkt door een kristallijn staafje in hun zweepstaartjes. Deze tak is erg gevarieerd. De meest bestudeerde groepen zijn de Kinetoplastida en de Euglenozoa.

Kinetoplastida hebben een groot mitochondrion dat een grote DNA-structuur bevat dat een kinetoplast wordt genoemd. Deze tak omvat niet alleen protisten die leven van prokaryoten in water, zee en andere vochtige ecosystemen, maar ook soorten die parasiteren op dieren, planten en andere protisten. Kinetoplastiden van het geslacht Trypanosoma veroorzaken bijvoorbeeld slaapziekte, een ziekte die verspreid wordt door de Afrikaanse tseetseevlieg. De ziekte van Chagas wordt ook veroorzaakt door protisten uit dit geslacht.

Euglenozoa hebben een of twee flagella. Wat ook kenmerken is voor deze groep is de aanwezigheid van het glucose polymeerparamylon. Een voorbeeld is het oogdiertje (Euglena). Dit "diertje" kun je vaak zien als je poelwater onder de microscoop bekijkt.

Alveolata[bewerken]

De alveolata zijn te herkennen aan een membraan-omringd zakje net onder het celmembraan: de alveoli. De functie van deze zakjes is nog onbekend.

Dinoflagellaten zijn aanwezig in fytoplankton en worden gekenmerkt door hun flagella die zo zijn geplaatst dat de dinoflagellata draaien als ze door het water bewegen.

Apicomplexa of Sporozoa zijn parasieten bij dieren, en sommige veroorzaken ernstige ziekten. Ze worden gekenmerkt door een complex dat gespecialiseerde organellen bevat om gastheercellen of weefsels binnen te dringen: de apex. Tot deze groep behoort ook Plasmodium, de parasiet die malaria veroorzaakt.

Ciliophora of Ciliata worden zo genoemd om hun gebruik van cilia om te bewegen en te eten. De ciliata hebben 2 kernen: een micronucleus en een macronucleus. Een macronucleus bevat vaak meerdere kopieën van het genoom van de cel. Een bekend voorbeeld is het pantoffeldiertje (Paramecium).

Stramenopila[bewerken]

De tak Heterokontae = Stramenopila = Chromista wordt gekenmerkt door de harige flagella (pilos is Latijn voor haar). Tot deze groep behoren onder andere

Zie ook[bewerken]

Bronnen

Voetnoten

  1. Campbell & Reece (2008), p 575
  2. Harper & Benton (2009), p 207; Simonite (2005)
  3. Campbell & Reece (2008), p 583
  4. Campbell, N,A. et al. 2008 Biology. 8th edition. Person International Edition, San Francisco

Literatuurverwijzingen

  • (en) Campbell, N. & Reece, J.; 2008: Biology - 8th Edition, Pearson International Edition, ISBN 0-321-53616-9.
  • (en) Harper, D. & Benton, M.; 2009: Introduction to Paleobiology and the Fossil Record, Wiley-Blackwell, ISBN 1-4051-4157-3.
  • (en) Simonite, T.; 2005: Protists push animals aside in rule revamp, Nature 438(7064): pp 8–9.