Clisthenes van Athene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Clisthenes (ook Cleisthenes of Kleisthenes) (Grieks: Κλεισθένης, Kleisthénès), (ca. 570 v.Chr. - 507 v.Chr.?) was een Grieks staatsman en grondlegger van de democratie van Athene.

Hij was een verdienstelijk hervormer, die de geschiedenis inging als de stichter van de Atheense democratie. Zijn ouders waren Megacles, een Alcmaeonide, en Agariste, dochter van Clisthenes van Sicyon. Een nicht van Clisthenes was de moeder van Pericles.

Levensloop[bewerken]

In zijn jeugd werd hij waarschijnlijk samen met de andere Alcmaeoniden uit Athene verbannen onder de tiran Pisistratus, en na de moord op Hipparchus probeerde hij terug te keren. Door de tempel van Apollo in Delphi te helpen herbouwen, kregen de Alcmaeoniden in hun politieke strijd de steun van het Delphische priesterschap. Als familiehoofd der Alcmaeoniden hielp hij in 510 v.Chr. de tiran Hippias verdrijven. Concurrentie met andere adellijke geslachten, die aandrongen op herstel van hun oude posities, bracht Clisthenes ertoe zich aan het hoofd te stellen van de democratische stroming in Athene. Door het volk met buitengewone bevoegdheden bekleed, voerde hij in 508 v.Chr. te Athene een ingrijpende politieke hervorming door die een definitief einde maakte aan de overwegende invloed van de adellijke geslachten.

In 525 v.Chr. werd hij archont. In 510 v.Chr. werd de tiran Hippias verdreven uit Athene en leidde Clisthenes de democratische hervorming van het staatsbestel van de stad. Hij stond aan het hoofd van de Alcmaeoniden en was dus een lid van de aristocratie, maar toch probeerde hij aansluiting te vinden bij het gewone volk. Hij wilde het clanstelsel vervangen door een organisatie in districten die politiek eerder dan sociaal gericht was. Daarmee wisselde zijn clan van pro-Spartaans naar anti-Spartaans. In 508 v.Chr. slaagde Isagoras, de kampioen van de aristocraten, erin Clisthenes te dwingen in ballingschap te gaan en zijn hervormingen terug te draaien. Deze terugslag was echter van korte duur en Clisthenes werd naar de stad teruggeroepen.

Hij stelde daarna een algemene volksvergadering van alle vrije mannen in en ook het ostracisme, een vorm van tijdelijke ballingschap waar eenieder aan kon worden onderworpen die in de ogen van het volk een te grote macht begon te krijgen. Met zijn hervormingen legde Clisthenes de grondslag voor de periode van grote bloei die de stad in de eeuw na hem zou kennen.

Hervormingen[bewerken]

De belangrijkste elementen van Clisthenes' hervormingen zijn de volgende.

  • Van oudsher was de Atheense bevolking naar afstamming ingedeeld in vier phylai (= familiegroepen of clans), waarop steeds het prestige van de adel had berust. Clisthenes schafte deze oude indeling geheel af. In plaats daarvan werd het grondgebied van Attica bestuurlijk ingedeeld in nieuwe demen of gemeenten (Gr. dèmoi), met een eigen burgemeester, de dèmarchos.
  • Deze gemeenten, een honderdtal, werden per 3 à 4 gegroepeerd in 30 trittyes, waarvan er tien in het kustgebied (Paralia), tien in het binnenland (Mesogeia) en tien in het stadsgebied van Athene (Peri to asty) lagen. Op die basis werden door loting tien nieuwe phylen samengesteld: elke phyle moest bestaan uit drie trittyes, telkens één uit ieder woongebied (kust, binnenland en agglomeratie).
  • Elke Attische burger moest zich verplicht inschrijven op het bevolkingsregister van de gemeente waar hij woonde op het moment van de hervorming: daarvan hing zijn Atheense burgerrecht af.
  • Door deze eigenaardige indeling verkreeg Clisthenes dat in elke phyle de meest uiteenlopende geografische, sociale en economische tegenstellingen verenigd werden (zoals een kaartspel dat wordt geschud). Om de behoudsgezinden niet helemaal tegen het hoofd te stoten behielden de vier oude stam-phylen enkel hun religieuze betekenis.
  • De oude vermogensklassen, die Solon had ingesteld, bleven bewaard. De Raad (Gr. Boulè) ook reeds door Solon ingesteld, werd wel van 400 op 500 leden gebracht, en kreeg meer bevoegdheden. Iedere phyle koos, uit de 3 hoogste vermogensklassen, 50 vertegenwoordigers in deze Raad, die het dagelijks bestuur voor een groot deel in handen kreeg.
  • De absolute soevereiniteit kwam te berusten bij de Ekklèsia de Atheense Volksvergadering, waarvan alle mannelijke, volwassen burgers van Attica rechtstreeks en zonder stelsel van vertegenwoordiging deel uitmaakten (in de praktijk maakten echter lang niet alle burgers gebruik van hun recht om aan de vergaderingen en de debatten deel te nemen).
  • Om de terugkeer van de tirannie te voorkomen werd het schervengerecht of ostracisme ingesteld.

Door deze ingrijpende grondwetswijziging mag men Clisthenes terecht als de grondvester van de democratie beschouwen. Toch liet hij zich niet uitsluitend inspireren door nobele gedachten en sociale bekommernis om het gewone volk. Solon had destijds het principe ingevoerd dat de politieke rechten van de burger ook recht evenredig zijn met zijn verplichtingen tegenover de staat, o.a. op militair gebied. Echter, de militaire macht van Athene is nooit zeer populair of geliefd geweest als onderwerp van discussie voor de Volksvergadering, bij de Raad was dit verschijnsel wat minder sterk aanwezig, en in principe kreeg de militaire macht slechts steun wanneer het ook werkelijk niet anders kon. Deze politieke spanningen waren evenwel in het geval van de zogenaamde Perzische dreiging moeilijk in te schatten wat betreft hun betekenis voor de beslissingen van de Volksvergadering en hun invloed daarop. Het was evenzeer lastig een militaire dreiging en een aanval, die op handen zou zijn, zeer aannemelijk te maken voor de gewone burger. Het Perzische rijk vormde geen rechtsreekse concurrentie voor de handelsbelangen van de Stadstaat Athene, zo meenden de handelaars en overige burgers. De informatiebronnen waren afkomstig van wat de schepen die de handelswaar vervoerden bij monde van de schepelingen bijdroeg in de meningsvorming van de stad als eenheid van vrije burgers en hun horigen. Het Perzische Rijk, zo concludeerden de Atheners, had geheel andere belangen dan de handel. Het is zeker dat een discrepantie van de godenwerelden, hetgeen in de oudheid voorop stond wanneer het erom ging beslissingen te nemen, verantwoordelijk is geweest voor een omzetten van de politieke spanningen in een rechtstreekse militaire confrontatie. Uitgaande van het principe dat er voor de vrije burger naast rechten ook plichten bestonden voerde Clisthenes een hervorming van het Atheense belastingstelsel door waarbij deze belastingen geheven werden over de handelsgoederen zoals metaal, industrieprodukten zoals pottenbakkerskunst, olijfolie, wijn, graan, hout, en de boeren niet extra zwaar werden belast met de verplichtingen die toebehoorden aan de landeigenaar. Was het voor Clisthenes een voordeel te achten in politieke zin dat hij, door méér mensen te laten participeren in het stadsbestuur, het Atheense leger, dat feitelijk in een tijd van vrede nauwelijks een staand leger genoemd kon worden, bevoegdheden gaf die hij aan de democratische vertegenwoordiging toegekend had? Natuurlijk waren de leden van de aristocratische geslachten die voorheen de dienst hadden uitgemaakt, te vinden onder de legeroversten. Ook zijn achtergrond lag uiteindelijk in het leger, maar zijn genie schuilt erin deze aristocratische bevoegdheden in overeenstemming te hebben gebracht met de meer rationele staatsindelingen van de democratie. Zoals voor elke staatsman dacht ook deze hervormer na over zijn positie en populariteit, die een benadrukking van zijn aristocratische afkomst niet erg wenselijk maakte. Met het toekennen van bevoegdheden aan het leger zou er een verandering plaatsvinden met betrekking tot zijn positie als archont en zijn verhouding tot de vertegenwoordigende instellingen. een verandering die de Atheense burgerij hem zeker niet in dank zou afnemen, De Volksvergadering stemde alleen in met een voorstel, indien de redelijkheid ervan begrepen werd en de voordelen ervan duidelijk waren. Voor vrij handelsverkeer vormt een legermacht van nature een bedreiging. In een tijd waarin de dreiging van een militaire confrontatie met Perzië steeds reëler werd, was het er deze staatsman pur sang uiteraard alles aan gelegen dat tenminste zijn positie gehandhaafd bleef, hetgeen niet betekenen wil dat deze bestuurlijke ambtsuitoefening hetzelfde karakter heeft als de positie van een machtig man, een onderwerp dat in Athene nooit zeer grote bijval zou verdienen. Het principe voor het democratisch zelfbestuur van de vrije burgerij dat Clisthenes feitelijk invoerde ter vernieuwing van het oudere aristocratische onwerkzame stelsel van ambtsbekledingen, was niet gebaseerd op macht, het was gebaseerd op het gezag van de volksvertegenwoordiging. Wij zullen dit in de geschiedenis van de Stadstaat Athene nog vele malen tegenkomen. Clisthenes heeft deze verlichting in de historie met wijsheid en beleid goed voorbereid, en hij slaagde inderdaad in zijn opzet de democratie een stabiele en vaste basis te geven in Athene zonder dat hij daarbij sterk behoefde te letten op zijn eigen aanzien of positie, een staatsman immers heeft geen zeer persoonlijk belang bij het nemen van zijn bestuurlijke beslissingen en bij het organiseren van de staat. Hetgeen zeker ook Cleisthenes voor ogen heeft gestaan was de voorspoed van de stadstaat Athene, welke voor hem min of meer overeenkomstig was met het goed verloop van de staatkundige indeling die gebaseerd was op het democratisch recht van de vrije burger.