Hippias (tiran)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hippias van Athene (Oudgrieks: Ἱππίας ὁ Ἀθηναῖος) was de oudste zoon van de Atheense tiran Pisistratus en diens opvolger.

Leven[bewerken]

Rechterhand van zijn vader Pisistratus (-527 v.Chr.)[bewerken]

Hippias stond samen met zijn broer Hipparchus reeds bij de tweede verdrijving (550 v.Chr.) van hun vader hem ter zijde.[1]

Tiran na de dood van zijn vader (527 -514 v.Chr.)[bewerken]

Na de dood van Pisistratus volgde Hippas hem op als tiran van Athene,[2] doch ook Hipparchus bekleedde een aanzienlijke rang in het staatsbestel (ze zorgden er namelijk voor dat er elk jaar minstens één lid van de Pisistratiden archont was).[3] Hippias toonde zich aanvankelijk een verstandig en degelijk regent: hij regeerde met zachtheid, verminderde de door zijn vader gevorderde opbrengst van een tiende naar een twintigste deel en liet de meeste wetten van kracht blijven.[3] Evenwel worden van hem ook gewelddadige maatregelen vermeld, zelfs aanslagen tegen de eigendom en de belangen van privé-personen. Daarbij toont zich een streven naar uiterlijke pracht en weelde.

Tirannie na de dood van Hipparchus (514-510 v.Chr.)[bewerken]

Nadat Hipparchus echter door Harmodius en Aristogiton uit wraak was gedood (514 v.Chr.), werd de regering van Hippias strenger, en vrezend voor een opstand (hij vertoonde tekenen van paranoia) knoopte hij verbindingen aan met het buitenland, onder andere door zijn dochter Archedike uit te huwelijken aan Aeantides, zoon van Hippoklos en tiran van Lampsacus, die invloed had bij Darius I.[4]

Doch de voortvluchtige Alcmaeoniden, die tevergeefs hadden geprobeerd op eigen houtje terug te keren, wisten, nadat zij op bevel van de Amphictionen de tempel te Delphi prachtig hadden herbouwd, een orakelspreuk uit te lokken, die de Spartanen beval hen terug te voeren naar Athene en de tirannie ten val te brengen.[5]

De eerste veldtocht onder Anchimolius mislukte, voornamelijk door de Thessalische ruiterij die de Pisistratiden te hulp was gekomen.[6]

Koning Cleomenes I van Sparta ondernam nu zelf een tweede aanval, en Hippias werd, nadat zijn kinderen, die hij veiligheidshalve had weggezonden, waren gevangengenomen, genoodzaakt Attica te verlaten in 510 v.Chr.[7]

Hippias in ballingschap en dood (510-490 v.Chr.)[bewerken]

Pas later wendde hij zich door tussenkomst van Artaphernes tot Darius.[8] Deze hitste hij op tot een oorlog tegen Athene. Dit werd door Athene niet op prijs gesteld, wat voor de Perzen gezichtsverlies opleverde. Dit droeg bij aan het bloedig neerslaan van de Ionische opstand, waarop de eerste Perzische Oorlog onvermijdelijk was. Hippias voerde de Perzen naar Marathon,[9] en sneuvelde volgens sommigen in de slag.[10] Doch meer waarschijnlijk is het dat hij kort daarna op hoge leeftijd op Lemnos aan een ziekte is gestorven.[11]

Noten[bewerken]

  1. Herodotus, Historiën I 61.
  2. Herodotus, Historiën V 55, Thucydides, I 20, VI 54.
  3. a b Thucydides, VI 54.
  4. Thucydides, VI 59.
  5. Herodotus, Historiën V 62-63.
  6. Herodotus, Historiën V 63.
  7. Herodotus, Historiën V 64, 91.
  8. Herodotus, Historiën V 96, Thucydides, VI 59.
  9. Herodotus, Historiën VI 107. Vgl. Suda, s. v. Ἱππίας (545).
  10. Iustinus, II 9.
  11. Claudius Aelianus, fr. 74 (= Suda, s. v. Ἱππίας (544)).

Referentie[bewerken]

  • art. Hippias (1) , in F. Lübker - trad. ed. J.D. Van Hoëvell, Classisch Woordenboek van Kunsten en Wetenschappen, Rotterdam, 1857, p. 446.