Conferentie van San Remo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
de gedelegeerden

De Conferentie van San Remo was een vergadering van de geallieerden van de Eerste Wereldoorlog in San Remo (Italië) van 19-26 april 1920. Hier werden de mandaten voor het Midden-Oosten onderling tussen Frankrijk en Groot-Brittannië verdeeld. De besluiten werden vastgelegd in de San Remo Resolutie van 25 april 1920.

De vier permanente leden van de Volkenbond, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan vormden de "Supreme Council of the Allied Powers" (Hoogste Raad van de Geallieerde Machten). De Verenigde Staten waren als waarnemer aanwezig.[1]

Besluiten van de Grootmachten[bewerken]

De Grootmachten mochten zelf bepalen, hoe het van het Ottomaanse Rijk veroverde gebied naar hun eigen behoeften zou worden opgedeeld in nieuwe staten. Officieel moest het nog wel worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Volkenbond.

De San Remo Resolutie, waarin de besluiten van de Grootmachten worden samengevat, is eigenlijk niet meer dan een gedeelte van de notulen van de vergadering van 25 april. Vandaar de informele vormgeving ervan.

Het eerste deel (a) van de Resolutie vermeldde dat Groot-Brittannië bij de aanvaarding van de Mandaten nog eens nadrukkelijk had beloofd, dat het er voor instond, dat de uitvoering van het Palestina-mandaat geen inbreuk zou maken op bestaande rechten van de niet-joodse gemeenschappen (op dat moment circa 90% van de bevolking).

In het tweede deel werden besluiten van de Grootmachten weergegeven, over de onderlinge verdeling in mandaatgebieden, van de gebieden in het Midden-Oosten die voordien onder Ottomaans bestuur bestonden:

Er werden vooralsnog geen grenzen van de mandaatgebieden vastgelegd. De beslissingen van de Conferentie van San Remo werden door de Volkenbond bevestigd op 24 juli 1922.

Het Palestina-mandaat en Balfour[bewerken]

De Britse Minister van Buitenlandse Zaken Lord Curzon waarschuwde dat de joden niet alleen teleurgesteld, maar zelfs woedend zouden zijn, als de Balfour-verklaring niet in het opnieuw in het verdrag (het Verdrag van Sèvres) zou worden opgenomen ("they would not only be disappointed, but deeply incensed if the pledge given in Mr. Balfour's declaration were not renewed in the terms of the treaty").

Volgens hem was het de taak van de Supreme Council om te bepalen, hoe de herbevestiging precies moest worden geformuleerd. Hij stelde voor, de belofte letterlijk te herhalen. Hij vertelde, dat zijn Ministerie door de zionisten zeer onder druk was gezet om de belofte zelfs uit te breiden en te "verbeteren", maar dat hij daar niet aan had toegegeven.

Curzon betoogde, dat het van het hoogste belang was om de rechten van de minderheden te beschermen; ten eerste die van de arabieren, vervolgens die van de christenen [in feite waren de joden, circa 8% van de bevolking, zelf de minderheid].[2]

De zionisten hadden in 1919 een Palestijnse staat voor hun "National Home" geëist, met als noordelijke grens Sidon in Libanon. De Britse premier Lloyd George wilde de Sykes-Picot grens wat minder ver naar het noorden verleggen, namelijk tot Dan, wat overeen zou komen met de bijbelse aanduiding "van Dan tot Beersheba". De Fransen hadden hier met tegenzin mee ingestemd.[3] Het verslag vermeldt:

"To take the northern limit of Palestine, the Zionists had claimed the whole of the country up to the river, including Tyre and Sidon. These, however, had never been included in history in the boundaries of Palestine. When in London, he [Mr. Lloyd George] had informed M[r.] Berthelot that M[r.] Clemenceau had agreed to his suggestion that the limits should be fixed by the old historic towns of Dan and Beersheba."

Lloyd George zei, dat hij bij onderhandelingen tussen zionisten en arabieren partij zou kiezen voor de zionisten.[3]

Tekst van de San Remo Resolutie van 25 april 1920[bewerken]

(Engelse vertaling van Franse gedeelten toegevoegd)[4]

Originele tekst in de notulen

San Remo Resolution – 25 April 1920

It was agreed –

(a) To accept the terms of the Mandates Article as given below with reference to Palestine, on the understanding that there was inserted in the procès-verbal an undertaking by the Mandatory Power that this would not involve the surrender of the rights hitherto enjoyed by the non-Jewish communities in Palestine; this undertaking not to refer to the question of the religious protectorate of France, which had been settled earlier in the previous afternoon by the undertaking given by the French Government that they recognized this protectorate as being at an end.

(b) that the terms of the Mandates Article should be as follows:

The High Contracting Parties agree that Syria and Mesopotamia shall, in accordance with the fourth paragraph of Article 22, Part I (Covenant of the League of Nations), be provisionally recognized as independent States, subject to the rendering of administrative advice and assistance by a mandatory until such time as they are able to stand alone. The boundaries of the said States will be determined, and the selection of the Mandatories made, by the Principal Allied Powers.

The High Contracting Parties agree to entrust, by application of the provisions of Article 22, the administration of Palestine, within such boundaries as may be determined by the Principal Allied Powers, to a Mandatory, to be selected by the said Powers. The Mandatory will be responsible for putting into effect the declaration originally made on the 8th [2nd] November, 1917, by the British Government, and adopted by the other Allied Powers, in favour of the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country.

La Puissance mandataire s’engage à nommer dans le plus bref delai une Commission speciale pour etudier toute question et toute reclamation concernant les differentes communautes religieuses et en etablir le reglement. Il sera tenu compte dans la composition de cette Commission des interets religieux en jeu. Le President de la Commission sera nommé par le Conseil de la Societé des Nations.
[The Mandatory Power undertakes to appoint in the shortest time a special commission to study any subject and any queries concerning the different religious communities and regulations. The composition of this Commission will reflect the religious interests at stake. The President of the Commission will be appointed by the Council of the League of Nations.]

The terms of the mandates in respect of the above territories will be formulated by the Principal Allied Powers and submitted to the Council of the League of Nations for approval.

Turkey hereby undertakes, in accordance with the provisions of Article [132 of the Treaty of Sèvres] to accept any decisions which may be taken in this connection.

(c) Les mandataires choisis par les principales Puissances alliés sont: la France pour la Syrie, et la Grande Bretagne pour la Mesopotamie, et la Palestine.
[The mandatory chosen by the principal allied Powers are: France for Syria and Great Britain for Mesopotamia and Palestine.]

In reference to the above decision the Supreme Council took note of the following reservation of the Italian Delegation:

La Delegation Italienne en consideration des grands interêts economiques que l’Italie en tant que puissance exclusivement mediterranéenne possède en Asie Mineure, reserve son approbation à la presente resolution, jusqu’au reglement des interêts italiens en Turquie d’Asie.
[The Italian delegation, in view of the great economic interests that Italy, as an exclusively Mediterranean power, possesses in Asia Minor, withholds its approval of this resolution until Italian interests in Turkey in Asia shall have been settled.]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Notulen van de vergadering van 24 april 1920, p. 920
  2. Notulen van de vergadering van 24 april 1920, p. 918-919
  3. a b Notulen van de vergadering van 25 april 1920, p. 924+926
  4. Tekst van de San Remo Resolutie van 25 april 1920

Bronnen[bewerken]

  • "Conferees Depart from San Remo", New York Times d.d. 28 april 1920: "CONFEREES DEPART FROM SAN REMO; Millerand Receives Ovation from Italians on His Homeward Journey. RESULTS PLEASE GERMANS; Berlin Liberal Papers Rejoice at Decision to Invite Chancellor to Spa Conference."