De ontvoering van Sita

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De gebeurtenissen in het bos; de bedelmonnik lokt Sita uit de beschermende cirkel, de jacht op het hert en rechtsonder verliest Surpanaka haar neus
Sita wordt ontvoerd door Ravana, houtsnijwerk

De ontvoering van Sita is een volksverhaal uit India.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Rama is de zoon van de koning van Avadh, hij wordt door verraad voor veertien jaar verbannen uit het koninkrijk. Samen met zijn vrouw Sita en halfbroer Lakshmana trekt hij de wijde wereld in. Ze komen op een plek in het grote Dandakabos, de heilige plaats heet Pancavati. Ze bouwen een loofhut en leven er sober als een kluizenaar, die dagelijks aan de goden offert en zijn geest door meditatie op het innerlijk richt. Surpanaka, een vrouwelijke demon en de zus van de tienhoofdige demonenkoning Ravana, ziet het drietal en voelt zich aangetrokken tot de broers.

In de gedaante van een lieftallig meisje gaat Surpanaka naar de mannen toe en spreekt Rama aan. Ze vertelt ongehuwd te zijn, omdat ze tot dat moment geen man gelijkwaardig aan haar kan vinden. Rama zegt al getrouwd te zijn en verwijst haar naar zijn jongere broer. Lakshmana antwoordt de demon dat hij slechts de dienaar van Rama is en ze nooit gelukkig met hem zou kunnen zijn. Surpanaka probeert Rama opnieuw te verleiden en wordt dan weer naar zijn halfbroer gestuurd. Lakshmana zegt dan dat ze alleen kan trouwen met een man die geen enkele schaamte kent, waarna Surpanaka haar schrikwekkende uiterlijk aanneemt en op Rama afstormt.

Lakshmana houwt met een zwaard haar neus en oren af en ze gaat naar haar broers Khara en Dusana. Met een groot aantal demonen gaan ze naar Pancavati, maar alle demonen worden door de broers gedood. Surpanaka gaat naar de machtige Ravana op het eiland Lanka en vertelt hem dat er twee broers zijn die alle demonen willen verdrijven. Ze stort huilend neer en Ravana helpt haar overeind, hij belooft wraak te zullen nemen en wil dat ze precies vertelt wat er is gebeurd. De volgende dag vliegt Ravana in zijn strijdwagen naar de demon Marici. Hij groet haar en vertelt wat er is gebeurd. Ravana wil Sita ontvoeren en Rama zal daardoor zijn kracht verliezen. Maraci gaat met Ravana naar het Dandankabos en ze verandert zichzelf in een prachtig hert.

Sita ziet het hert en roept de broers, Lakshmana vertrouwt het niet. Rama wil het dier doden en laat Lakshmana op Sita letten, waarna hij achter het hert aanrent. Als Rama schiet, verandert het hert in Maraci en Rama beseft dat hij in een val gelopen is. Sita hoort de doodskreet van Marici en denkt dat Rama om hulp roept, ze stuurt Lakshmana achter zijn broer aan. Lakshmana weigert, hij kent de streken van demonen, maar Sita dreigt dan zelfmoord te zullen plegen. Lakshmana pakt een pijl en trekt een cirkel rond de loofhut, niemand kan hier naar binnen. Sita mag echter niet buiten de cirkel komen.

Ravana verandert zichzelf in een bedelmonnik en draagt een oranje gewaad, een bedelnap en een staf. Hij prevelt gebeden en Sita groet hem en nodigt hem uit in het huis. De monnik wil alleen een aalmoes en Sita neemt een mand met rijst en reikt naar de man. Op het moment dat ze haar hand boven de bedelnap wil openen, wordt ze gegrepen en uit de cirkel gesleurd. Ravana neemt zijn ware gedaante aan en wil dat Sita meegaat naar zijn leven van weelde. Sita dreigt dat hij de plek moet verlaten als zijn leven hem lief is, maar Ravana trekt zich hier niks van aan en sleurt haar zijn voertuig in. Als Rama en Lakshmana terugkeren, is Ravana met Sita al ver richting Lanka.

Achtergronden[bewerken]