De stille kracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de tv-serie, zie De Stille Kracht (televisieserie).
De stille kracht
Book cover novel De Stille Kracht (Louis Couperus, 1900) by Joris Johannes Christiaan (Chris) Lebeau - Ontwerp voorplat Boekomslag.gif
Auteur(s) Louis Couperus
Kaftontwerper Chris Lebeau

1e druk luxe uitvoering (40 ex.):
Roze fluwelen batik band
1e druk gewoon:
Katoenen batik band

Land Nederland
Taal Nederlands
Onderwerp Nederlands-Indië
Genre psychologische roman
Uitgever 1e druk L.J. Veen's Uitgeversmaatschappij N.V. Amsterdam

heruitgave 1989:
L.J. Veen Klassiek onderdeel Uitgeverij Atlas Contact

Uitgegeven 1900
Oplage 1e druk: 3000
Verfilming 1974 (televisieserie)
Vorige boek Langs lijnen van geleidelijkheid
Volgende boek Babel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Louis Couperus

De stille kracht is een roman van de Nederlandse schrijver Louis Couperus, verschenen in 1900. Het behoort samen met Noodlot en Eline Vere tot zijn bekendste werken.

Het verhaal[bewerken]

Otto van Oudijck is aan het begin van de roman een resident van 48 jaar in de verzonnen plaats Laboewangi[1] aan zee bij Surabaya op Java rond 1900. Als Nederlands bestuurder staat hij boven de lokale adel, vooral de regent (Raden Adipati) Soerio Soenario uit de plaatselijke vorstelijke familie die haar oude machtspositie behouden heeft. Zijn werk is alles voor hem. Hij beseft dan ook niet dat zijn tweede, blanke vrouw Léonie, die "over de dertig" een stuk jonger is dan hijzelf, hem achter zijn rug om bedriegt met Theo ("net drie-en-twintig jaar" aan het begin), zijn zoon uit zijn eerste huwelijk met een Indische "nonna" van gemengd bloed. Aanvankelijk negeert Van Oudijck lasterlijke anonieme brieven over Léonie. Zijn dochter Doddy, "misschien zeventien jaar oud" en eveneens uit zijn eerste huwelijk, heeft stiekem een vriendje, Addy De Luce, een aantrekkelijke Indische jongen van de lokale suikerplantage en -fabriek Patjaram met wie ze vaak 's avonds gaat wandelen. Wat Doddy en haar vader echter niet weten, is dat Léonie in de loop van het verhaal ook nog een relatie aanknoopt met Addy, die een geliefde versierder is. (Van Oudijck heeft nog twee veel jongere zoons van zijn eerste vrouw, René en Ricus, die geen rol spelen in het verhaal.) Van Oudijck heeft daarnaast mogelijk nog een buitenechtelijke zoon die hij zich niet kon herinneren, in het dorp "si-Oudijck" genoemd, uit een eerdere kortstondige affaire met een huishoudster, die hij nooit heeft erkend of willen zien. Theo en Si-Oudijck ("zoon van Oudijck") ontmoeten elkaar een keer in het geheim. Ze ontdekken dat ze beiden een hevige afkeer van hun biologische vader hebben.

Van Oudijck heeft een conflict met het lokale bestuur. Hij ontslaat de regent van Ngadjiwa, broer van de regent van Laboewangi, wegens vergokken van de salarissen voor zijn dorpshoofden en openbare dronkenschap, ondanks heftige smeekbeden van diens moeder. Bovendien negeert van Oudijck de adat, de lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door van Oudijck als bijgeloof afgedaan.

Een mysterieuze "stille kracht" doet zich op een gegeven ogenblik gelden. Wanneer Léonie in bad gaat, wordt ze van boven op mysterieuze wijze "bespookspuwd" met veel rode sirih, die aan bloed doet denken. Ze raakt in paniek en haar inheemse dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. Hier blijft het niet bij: een spiegel wordt door een grote steen vernield, van Oudijcks bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is "okergeel" bedorven en er klinkt hamergeluid. van Oudijck probeert een verklaring voor dit alles te ontdekken, maar vindt niets. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.

Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Van Oudijck, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Het blijft onduidelijk of een van van Oudijcks persoonlijke vijanden erachter zat, dan wel iemand of iets anders. Van Oudijck heeft het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en voelt zich oppermachtig.

Maar de intriges gaan verder en verzieken van Oudijcks familieleven. Hij begint aan depressies te lijden wanneer hij er uiteindelijk achter komt dat de geruchten over de relatie tussen zijn zoon Theo en diens stiefmoeder Léonie kloppen. Al eerder had hij hier anonieme brieven over gekregen, maar hij heeft deze nooit serieus genomen. De brieven houden op nadat hij Si-Oudijck geld is gaan geven. Hij wordt uiteindelijk ziek en begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Uiteindelijk vertrouwt hij niemand meer in zijn omgeving.

Léonie vertrekt uiteindelijk naar Europa met twee jongste kinderen, nadat Theo en Léonie hun eerdere relatie hebben verbroken. Doddy trouwt met Addy. Van Oudijck neemt ontslag, hoeveel zijn werk ook ooit voor hem betekend heeft. Hij gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met de vrouw van de controleur van Laboewangi Eva Eldersma erkent van Oudijck de stille kracht, die hem uiteindelijk heeft verslagen.

De roman eindigt met een beschrijving van de uit Mekka terugkerende hadji die triomfantelijk worden ingehaald door de lokale bevolking. De verteller beschrijft hoe het volksleven van de Javanen in het geheel niet door de westerlingen wordt geraakt. Zij en hun geheimzinnige land verzetten zich tegen de ingrepen van de Nederlanders en alles is vervuld van een stille kracht die zich aan de europeanisering onttrekt.

Achtergrond[bewerken]

Centrale thema's in het verhaal zijn de tegenstelling tussen Oost en West in Nederlands-Indië en het onvermogen van de hoofdpersonages om de werkelijkheid onder ogen zien; hun eigen verbeelding staat hen in de weg en ze vluchten weg in hun eigen wereld.[2] De Nederlanders op Java zijn weliswaar militair superieur, maar komen in contact met de mysterieuze Javaanse cultuur en zaken waar ze niets van begrijpen. De "stille kracht" die de Nederlanders tegenwerkt staat symbool voor de mysterieuze Javaanse cultuur en het onafwendbare Javaanse verzet tegen de Nederlandse overheersing, dat minder dan 50 jaar na het verschijnen van het boek zou leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Het gegeven is losjes gebaseerd op een schandaal dat zich werkelijk in een huishouding had voorgedaan. De spookachtige voorvallen, met name de uit het niets opduikende stenen, werden mede geïnspireerd door een verhaal dat Couperus hoorde over een Europese residentie waar een onophoudelijke en onverklaarbare stenenregen op het dak bleef vallen.[noten 1] In januari 1917 schreef Couperus in de Haagse Post een feuilleton getiteld De badkamer, waarin hij een wonderlijke gebeurtenis beschrijft die hij in 1899 tijdens een bezoek aan een suikerfabriek in Indië had meegemaakt. Tijdens een bezoek aan de badkamer zou hij daar een witte gedaante hebben gezien, die even later op onverklaarbare wijze uit de ruimte was verdwenen terwijl de deur duidelijk was vergrendeld. Het bezoek aan Indië inspireerde Couperus tot het schrijven van De stille kracht. De witte figuur komt in de roman terug als de hadji.[3]

De tijdgeest wordt in de roman onder meer weergegeven door een inzameling voor de Boeren tijdens de Tweede Boerenoorlog. Het blanke personeel van Van Oudijck (de secretaris van Helderen, de controleur Eldersma, de dokter en de hoofdingenieur en hun echtgenotes) voert een spiritistisch ritueel uit als gezelschapsspel, de "tafeldans".

Bewerkingen[bewerken]

Het boek werd in 1974 verfilmd in de gelijknamige televisieserie. Regisseur Paul Verhoeven wilde De stille kracht eveneens verfilmen. Dit kondigde hij aan in het VPRO-programma Zomergasten 2010. Gerard Soeteman schreef het scenario. De opnames zouden in 2011 moeten plaatsvinden,[4] maar werden uitgesteld.

In 2014 is een luisterboek van De stille kracht verschenen, ingesproken door de actrice Sylvia Poorta. Speciaal voor het luisterboek is een hertaling gemaakt. De makers zijn met de hertaling en opnamen bijna 2 jaar bezig geweest.

In september 2015 ontwikkelden Ivo van Hove en Peter Van Kraaij van Toneelgroep Amsterdam een theatervoorstelling, die haar première beleefde tijdens het Ruhrtriënnale.

Trivia[bewerken]

  • Couperus' (nog redelijk verhulde) beschrijving van de naakte Léonie die zich uitkleedde en in bad ging, werd in 1900 door veel lezers als pornografie opgevat, al zou men een eeuw later van dit soort beschrijvingen niet meer opkijken.
  • De Nederlandse band Within Temptation zou het album The Silent Force naar dit boek genoemd hebben. Rechtstreekse verwijzingen naar Couperus' roman of de thematiek ervan ontbreken.

Externe link[bewerken]