De stille kracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de tv-serie, zie De Stille Kracht (televisieserie).
De stille kracht
Auteur(s) Louis Couperus
Kaftontwerper J.J.C. Lebeau

1e druk luxe uitvoering (40 ex.):
Roze fluwelen batik band
1e druk gewoon:
Katoenen batik band

Land Nederland
Taal Nederlands
Onderwerp Nederlands-Indië
Genre psychologische roman
Uitgever 1e druk L.J. Veen's Uitgeversmaatschappij N.V. Amsterdam

heruitgave 1989:
L.J. Veen Klassiek onderdeel Uitgeverij Atlas Contact

Uitgegeven 1900
Oplage 1e druk: 3000
Verfilming 1974 (televisieserie)
Vorige boek Langs lijnen van geleidelijkheid
Volgende boek Babel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Louis Couperus

De stille kracht is een roman van de Nederlandse schrijver Louis Couperus, verschenen in 1900. Het behoort samen met Noodlot en Eline Vere tot zijn bekendste werken.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Otto van Oudijck is een resident van middelbare leeftijd in Laboewangi op Java. Als Nederlands bestuurder staat hij in deze hoedanigheid min of meer boven de lokale adel die hun oude machtspositie behoudt. Zijn werk is alles voor hem. Hij beseft dan ook niet dat zijn tweede vrouw Leonie, die een stuk jonger is dan hijzelf, hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Zijn dochter Doddy heeft stiekem een vriendje, Addy DeLuce, een erg aantrekkelijke jongen met wie ze vaak 's avonds gaat wandelen. Wat Doddy en Otto echter niet weten, is dat Leonie ondertussen ook nog een relatie onderhoudt met Addy; laatstgenoemde is iemand die iedereen zo om zijn pink windt. Otto heeft daarnaast nog een buitenechtelijke zoon uit een eerdere kortstondige affaire, si-Oudijck, die hij nooit heeft erkend of willen zien. Theo en si-Oudijck ontmoeten elkaar een keer in het geheim. Ze ontdekken dat ze beiden een hevige afkeer van hun biologische vader hebben.

Otto heeft een aantal conflicten met het lokale bestuur. Hij ontslaat de regent van Ngadjiwa wegens openbare dronkenschap, ondanks heftige smeekbeden van diens zuster. Bovendien negeert Otto de adat, de lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door Otto als bijgeloof afgedaan.

Een mysterieuze "stille kracht" doet zich op een gegeven ogenblik gelden. Wanneer Leonie in bad gaat, wordt ze vanaf het dak op mysterieuze wijze bespuugd met sirih. Ze raakt in paniek en haar inheemse dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. Hier blijft het niet bij; een spiegel wordt door een grote steen vernield, Otto’s bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is bedorven en er klinkt hamergeluid. Otto probeert een verklaring voor dit alles te ontdekken, maar vindt niets. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.

Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Otto, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Het blijft onduidelijk of een van Otto's persoonlijke vijanden erachter zat, dan wel iemand of iets anders. Otto heeft het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en voelt zich oppermachtig.

Maar de intriges gaan verder en verzieken Otto's familieleven. Hij begint aan depressies te lijden wanneer hij er uiteindelijk achter komt dat de geruchten over de relatie tussen zijn zoon en zijn huidige vrouw kloppen. Al eerder had hij hier anonieme brieven over gekregen, maar hij heeft deze nooit serieus genomen. Hij wordt uiteindelijk ziek en begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Uiteindelijk vertrouwt hij niemand meer in zijn omgeving.

Leonie en beide kinderen vertrekken uiteindelijk naar Europa, nadat Theo en Leonie hun eerdere relatie hebben verbroken. Otto neemt ontslag, hoeveel zijn werk ook ooit voor hem betekend heeft. Hij gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met zijn kennis Eva Eldersma erkent Otto de stille kracht, die hem uiteindelijk heeft verslagen.

De roman eindigt met een beschrijving van de uit Mekka terugkerende hadji die triomfantelijk worden ingehaald door de lokale bevolking. De verteller beschrijft hoe het volksleven van de Javanen in het geheel niet door de westerlingen wordt geraakt. Zij en hun geheimzinnige land verzetten zich tegen de ingrepen van de Nederlanders en alles is vervuld van een stille kracht die zich aan de europeanisering onttrekt.

Achtergrond[bewerken]

Centrale thema's in het verhaal zijn de tegenstelling tussen Oost en West in Nederlands-Indië en het onvermogen van de hoofdpersonages om de werkelijkheid onder ogen zien; hun eigen verbeelding staat hen in de weg en ze vluchten weg in hun eigen wereld.[1] De Nederlanders op Java zijn weliswaar militair superieur, maar komen in contact met de mysterieuze Javaanse cultuur en zaken waar ze niets van begrijpen. De "stille kracht" die de Nederlanders tegenwerkt staat symbool voor de mysterieuze Javaanse cultuur en het onafwendbare Javaanse verzet tegen de Nederlandse overheersing, dat minder dan 50 jaar na het verschijnen van het boek zou leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Het gegeven is losjes gebaseerd op een schandaal dat zich werkelijk in een huishouding had voorgedaan. De spookachtige voorvallen, met name de uit het niets opduikende stenen, werden mede geïnspireerd door een verhaal dat Couperus hoorde over een Europese residentie waar een onophoudelijke en onverklaarbare stenenregen op het dak bleef vallen.[noten 1] In januari 1917 schreef Couperus in de Haagse Post een feuilleton getiteld De badkamer, waarin hij een wonderlijke gebeurtenis beschrijft die hij in 1899 tijdens een bezoek aan een suikerfabriek in Indië had meegemaakt. Tijdens een bezoek aan de badkamer zou hij daar een witte gedaante hebben gezien, die even later op onverklaarbare wijze uit de ruimte was verdwenen terwijl de deur duidelijk was vergrendeld. Het bezoek aan Indië inspireerde Couperus tot het schrijven van De stille kracht. De witte figuur komt in de roman terug als de hadji.[2]

Bewerkingen[bewerken]

Het boek werd in 1974 verfilmd in de gelijknamige televisieserie. Regisseur Paul Verhoeven wilde De stille kracht eveneens verfilmen. Dit kondigde hij aan in het VPRO-programma Zomergasten 2010. Gerard Soeteman schreef het scenario. De opnames zouden in 2011 moeten plaatsvinden,[3] maar werden uitgesteld.

In 2014 is een luisterboek van De stille kracht verschenen, ingesproken door de actrice Sylvia Poorta. Speciaal voor het luisterboek is een hertaling gemaakt. De makers zijn met de hertaling en opnamen bijna 2 jaar bezig geweest.

In september 2015 ontwikkelden Ivo van Hove en Peter Van Kraaij van Toneelgroep Amsterdam een theatervoorstelling, die haar première beleefde tijdens het Ruhrtriënnale.

Trivia[bewerken]

  • Couperus' (nog redelijk verhulde) beschrijving van de naakte Leonie die zich uitkleedde en in bad ging, werd in 1900 door veel lezers als pornografie opgevat, al zou men een eeuw later van dit soort beschrijvingen niet meer opkijken.
  • De Nederlandse band Within Temptation zou het album The Silent Force naar dit boek genoemd hebben. Rechtstreekse verwijzingen naar Couperus' roman of de thematiek ervan ontbreken.

Externe link[bewerken]