Imperia (Couperus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Imperia
Auteur(s) Louis Couperus
Land Nederland
Taal Nederlands
Onderwerp Vijf zonden, gepersonificeerd
Genre Mysteriespel, deels in proza en deels in poëzie.
Uitgegeven 1904
Medium In afleveringen gepubliceerd in het tijdschrift Groot Nederland
Vorige boek Babel
Volgende boek De boeken der kleine zielen
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Louis Couperus

Imperia is de titel van een werk van de Nederlandse schrijver Louis Couperus (1863-1923). De ondertitel is: Een Mysterie-Spel van de Vijf Zonden. Het is gedeeltelijk in proza en gedeeltelijk in poëzie geschreven. Het bevat een proloog, vier akten (Couperus noemt ze taferelen) en twee tonelen. Het werd in 1904 in afleveringen gepubliceerd in de tweede jaargang van het letterkundig maandschrift Groot Nederland. Als mysteriespel is Imperia nooit opgevoerd.

Couperus werkte er vanaf december 1901 aan. Hij woonde toen sinds kort in Nice.[noten 1]

Na het schrijven van Imperia begon Couperus aan De Boeken der Kleine Zielen, een roman die weer in het Haagse milieu speelde, dat Couperus zo goed kende.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De eerste twee akten spelen zich af in en om de stad Dis, de hoofdstad van de hel, het derde in de tuin van Imperia (Hof van Eden) en het laatste op de aarde. In het werk figureren satan, Gog, Magog en Bel. Ook een heksensabbat, engelen en zonden die als personificaties optreden, komen erin voor.

In de proloog vermeldt Couperus dat niet de zeven hoofdzonden, maar vijf door hem uitgekozen zonden worden besproken. Hij schrijft daarover:

"'k Geloof, dat éenmaal, in naïever tijd
De menschheid zéven Zonden had gewijd,
Tot wereldheerschers, alom en almachtig.
Verschoon mij: ik vertoon er enkel vijf...."

De eerste beschreven zonde is die van heerszucht. Verder worden huichelzucht, eigenzucht, goudzucht en zinnezucht genoemd. Van de klassieke zeven hoofdzonden worden traagheid en gramschap weggelaten.

In Imperia worden de zonden als volgt voorgesteld:
1. Satan staat voor heerszucht
2. Hilarion voor huichelzucht, maar ook van hem zegt Satan "Gij zijt Heerschzucht als ik!"
3. Gog-en-Magog voor eigenzucht
4. Mammon is de goudzucht
5. Imperia is de zinnezucht

Onder aan het einde van de vierde akte staat 'wordt vervolgd'. Het bleef echter daarbij. Over de vraag of Imperia wel of niet onvoltooid is verschillen de meningen. Caroline de Westenholz merkt op dat het stuk "een geloofwaardig einde" heeft en stelt dat het stuk zoals gepubliceerd in 1904 af was. Couperus' biograaf Frédéric Bastet is resoluter, hij schreef: "Hoewel hij er aanvankelijk in zwolg, heeft hij het drakerige stuk nooit voltooid".

Beoordelingen[bewerken]

Volgens Bastet werd Couperus bij het schrijven beïnvloed door het decadente repertoire van de late negentiende eeuw. Hij noemt Imperia een "apocalyptische fantasmagorie", drakerig,[1] "onleesbaar" en onverkoopbaar.[noten 2] Caroline de Westenholz stelt dat Imperia "op zijn minst gedeeltelijk is geïnspireerd door de Kabbala" en zij ziet overeenkomsten met Flaubert's 'La tentation de Saint Antoine', gezien het voorkomen van het huichelachtige personage Hilarion.[2]

Externe links[bewerken]

De tekst van Imperia. Een Mysterie-Spel van de Vijf Zonden, integraal overgenomen uit Groot Nederland op de website van Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: