Digibeet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een digibeet is iemand die niet met digitale media om kan gaan. Het woord is een neologisme en is een analogie van het woord analfabeet.

Een schijnbaar slechte samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

Het woord digibeet is taalkundig opvallend en eigenlijk een foute samenstelling. Het woord analfabeet (van het klassiek Griekse woord ἀναλφάβητος) is een samenvoeging van de ontkenning an- en alfabet. Het woord alfabet komt van de namen van de eerste twee letters van het Griekse alfabet: alfa en bèta. Letterlijk betekent dat dus: iemand zonder alfa en bèta. iemand zonder ABC. Een analfabeet is dus iemand die niet met letters om kan gaan (niet kan lezen of schrijven).[1]

Ten gevolge van rebracketing, is het woord analfabeet geherinterpreteerd waardoor de oorspronkelijke betekenis van het voorzetsel an- erin niet meer als negatie herkend werd. In plaats daarvan ontstond het nieuwe achtervoegsel -beet met een betekenis gedeeltelijk afgeleid uit analfabeet, namelijk die van iemand die niet met een bepaald medium kan omgaan. Digi- komt daarbij van digitaal (via het Engelse digit, cijfer afgeleid van het Latijnse digitus). Zo komt men tot de totaalbetekenis van het nieuwe woord, iemand die niet met digitale media kan omgaan.

Vroegste vermelding[bewerken | brontekst bewerken]

Aan Maurice de Hond wordt het bedenken van het woord toegeschreven in zijn boek ‘Dankzij de snelheid van het licht’, maar de wellicht vroegste schriftelijke vermelding van de term dateert van een half jaar eerder. 9 januari 1995 werd het woord al in het artikel De krant is maar een middel om binnen te komen in de Volkskrant gebruikt.[2] In het artikel is het onduidelijk of de artikelschrijver Theo Stielstra de term gebruikt, of de geïnterviewde Wegener-topman Gerard van Vliet.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]