ESG-criteria

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

ESG-criteria zijn milieu-, sociale en bestuurscriteria voor de activiteiten van een bedrijf die gevolgen kunnen hebben voor de samenleving of het milieu.[1] De ESG (Environmental, Social and Governance)-criteria vormen de drie belangrijkste criteria die gebruikt worden om de duurzaamheid en de ethische weerslag van een investering in een bedrijf of in een economisch veld te meten. Zo vormen ze een meetbare verantwoorde investering.

Deze dimensies en de verschillende criteria die eraan verbonden zijn, helpen om de maatschappelijke bijdrage van een bedrijf op elk van deze aspecten te bepalen en maken het mede mogelijk om de analyse van de toekomstige financiële prestaties van bedrijven, winstgevendheid en risico's, te verbreden en te verrijken.

De drie ESG-criteria liggen aan de basis van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De drie letters van het criterium kunnen per bedrijf erg verschillend uitvallen. Zie hier bijvoorbeeld de ESG waardering van Tesla, Inc..[2]

Investeerders kunnen hun investering vervolgens langs de ESG-meetlat leggen en op een drietal manieren invloed uitoefenen:

  • Uitsluiten(dus verkopen)[3][4]
  • Stemmen(meebeslissen als aandeelhouder)[5]
  • Engagement, ofwel de betrokkenheid bij het bedrijf verzwaren, in een open dialoog.(Ezelsbruggetje weer drie letters:USE)[6][7]

In Nederland stelde Bart Smals op 3 november 2021 10 Kamervragen aan staatssecretaris Dennis Wiersma na het plotselinge vertrek van de Stichting Pensioenfonds ABP uit fossiel.[8]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

ESG-criteria hebben een geschiedenis die teruggaat tot de zeventiende eeuw en waarvan de vroegste vormen worden geassocieerd met de Quaker 'Religious Society of Friends'-beweging opgericht door George Fox. Op grond van religieuze morele criteria weigerde deze groep te investeren in bedrijven waarvan de activiteiten leiden tot menselijk lijden. Deze beweging van ethische investeringen heeft zich door de eeuwen heen verspreid en geëvolueerd, waarbij verschillende sociale kwesties worden aangepakt.

In de Verenigde Staten in de jaren vanaf 1920 werd deze beweging geïnstitutionaliseerd door de oprichting van de eerste zogenaamde ethische fondsen. Een dergelijk investeringsfonds onderscheidt zich van andere fondsen door elke sector of elk bedrijf uit te sluiten die actief zijn in activiteiten welke als immoreel worden beschouwd. Pas in 1971 verscheen het eerste fonds dat ecologische, sociale en governance (ESG)-criteria integreerde in investeringsprocessen met de geboorte van het Pax World Fund.

In de jaren tachtig verschenen de eerste ethische fondsen in Europa. Deze laatste opereren altijd op basis van exclusiviteit en het waren vooral religieuze organisaties. Het duurde echter tot 1992, met de ondertekening van de Verklaring van Financiële Instellingen over het Milieu en Duurzame Ontwikkeling van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP). In de jaren negentig zagen de eerste fondsen het levenslicht die ESG-criteria en financiële prestaties volledig integreerden en actief aandeelhouderschap in de praktijk brachten.[9]