Epitheel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verschillende vormen epitheel

Het vrije oppervlak van het lichaam wordt bekleed door epitheel of dekweefsel.[1] Ditzelfde weefsel vormt ook de bekleding van de verschillende lichaamsholten.

Epitheelcellen sluiten met heel weinig intercellulaire stof op elkaar aan zodat moleculen niet of nauwelijks tussen de epitheelcellen door kunnen diffunderen. Toch kunnen moleculen het epitheel passeren, namelijk via actief transport door de epitheelcellen heen, die aan de ene zijde moleculen kunnen opnemen en ze aan de andere zijde uitscheiden. Dergelijk resorberend epitheel vinden we bijvoorbeeld in de darmwand en de nier.

De bekledende epitheelcellen kunnen in een of meer lagen gerangschikt zijn. De cellen kunnen verschillende vormen hebben, variërend van heel dun en afgeplat tot hoogcilindrisch. We spreken dan ook van eenlagig plat, kubisch of cilindrisch epitheel. De cellen van meerlagige epithelia zijn zeker in de buitenste lagen bijna altijd sterk afgeplat.
Soms bestaat meerlagig epitheel geheel uit levende cellen, zoals bij het hoornvlies, soms zijn de cellen van de buitenste lagen dood en bestaan ze helemaal uit hoornachtig materiaal keratine. Dit is het geval bij het epitheel dat de huid bekleedt, meerlagig verhoornd plaveiselepitheel.

De belangrijkste epitheelcelvarianten zijn plaveiselepitheel, kubisch epitheel, cilindrisch epitheel, overgangsepitheel en trilhaarepitheel.

Een speciale variant van het epitheel wordt gevormd door de klierweefsels. Hoewel klierweefsel meestal ook de bekleding vormt van een lichaamsholte, namelijk die van de afvoergang van de klier, is de bedekkende functie ondergeschikt geworden aan de productie en uitscheiding van allerhande stoffen. Klierweefsel wordt aangetroffen in speekselklieren, in de alvleesklier en in de pancreas. Ook de lever, die grotendeels bestaat uit epitheelweefsel, is op te vatten als een ingewikkeld gebouwde klier. Epitheel bevat geen bloedvaten. Aan- en afvoer van stoffen voor de epitheelcellen geschiedt via de haarvaten in het eronder gelegen bindweefsel, door middel van diffusie.

Soms vinden we in het lichaam ook groepjes kliercellen die niet grenzen aan een afvoergang, maar zo maar los in het bindweefsel liggen. Dit noemen we endocriene klieren. De afvoer van hun afscheidingsproducten of hormonen verloopt via het bloed.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Zie ook[bewerken]