Erik de Vlieger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Erik Wim de Vlieger (Zandvoort, 29 november 1959) is een Nederlands ondernemer met belangen in onder meer een groothandel in industriële naaimachines, mediabedrijven en vastgoed.

Biografie[bewerken]

Erik de Vlieger is een zoon van Jan de Vlieger, een groothandelaar in naaimachines die werkte onder de handelsnaam Internationale Machinehandel voor de Confectie-Industrie Amsterdam (IMCA). De Vlieger deed de Havo op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Na zijn eindexamen begon hij op zijn negentiende in het bedrijf van zijn vader. Van 1979 tot 1981 was hij directeur Imca UK, van 1981 tot 1983 directeur Imca bv en van 1983 tot 1990 directeur van alle Imca's en tevens van Minerva Boskovice en Prostejov in Tsjechië. Begin jaren tachtig nam hij het bedrijf over, samen met zijn broer Frans de Vlieger. Ze gingen ook industrienaaimachines produceren. In 1991 werd de fabriek verkocht. Broer Frans ging verder met de groothandel. De Vlieger nam vervolgens in Oost-Europa veel kersvers geprivatiseerde metaalfabriekjes over van hun niet met kapitalistische methoden vertrouwde kleine aandeelhouders, die hij later voor veel geld verkocht. Vanaf de jaren negentig is hij actief als vastgoedhandelaar. Later waaierden zijn activiteiten steeds meer uit. Zijn poging om in 2003 het noodlijdende dagblad Het Parool over te nemen, mislukte. Hij moest zich tevreden stellen met de door Het Parool uitgegeven huis-aan-huisbladen (Weekmedia). Ook het door hem aangekondigde plan om een landelijk dagblad te beginnen met een strenge scheiding tussen feiten en opinies slaagde niet.[bron?]

In 2003 was hij de op zes na rijkste Amsterdammer. De Vlieger stond in dat jaar op plaats 140 van de Quote 500-lijst, met een vermogen van 125 miljoen euro. Zijn vermogen was ondergebracht in een holding die in totaal circa 130 vennootschappen omvatte, verdeeld over de bedrijvengroepen Argo Beheer (drukkerijen, reclame, uitgeverij), Exel Aviation Group (luchtvaartbedrijven, waaronder Air Exel), Imca Group (naaimachines, scheepvaart (Figee, Shipdock), staal, vastgoed) en Imca Media Group (internet, kranten, radio, tijdschriften (Nederlandse Tijdschriften Groep)). Inmiddels zijn de meeste van deze bedrijven verkocht of onderwerp geworden van een (mogelijk) faillissement.[bron?]

Uitbreiding Exel[bewerken]

In 2004 was hij betrokken bij verschillende overnamepogingen, gericht op het uitbreiden van zijn Exel-luchtvaartgroep. Zeer tegen de zin van zijn concern-directeuren gebruikte hij hierbij het onroerend goed van de Imca Group als onderpand. Eind 2004 probeerde De Vlieger met Holland Exel DutchBird over te nemen, Vanaf 2005 stapelden de problemen zich in hoog tempo op en raakte het imperium van De Vlieger in een vrije val. Zijn zakenpartner Niek Sandmann lukte het wel de BonairExel onderdelen in handen te krijgen en KLM-man Floris van Pallandt aan het werk te zetten, met ondersteuning van de Antilliaanse minister Omayra Leeflang.

Op 11 januari 2005 maakte De Vlieger bekend dat hij ging stoppen met de Imca-groep en de Exel-groep, omdat hij er "geen lol" meer in zou hebben. Zijn stap volgde na negatieve publiciteit over zijn luchtvaartbedrijven en beslagleggingen door de Belastingdienst en leveranciers bij verschillende onderdelen van zijn bedrijvengroep. De Vlieger zou zijn vastgoedbedrijf willen verkopen aan de managers ervan en zou ook zijn mediagroep willen verkopen. Hij zou wel grootaandeelhouder van Exel blijven. De Vlieger klaagde ook dat hij door de politie van Amsterdam werd gevolgd en werd getreiterd. Een motoragent zou hem hebben verteld dat hij op een speciale lijst stond van mensen die opzettelijk herhaaldelijk zouden moeten worden staande gehouden.

Justitie[bewerken]

Vanaf 2005 kreeg De Vlieger met justitie te maken. Hij trok zich grotendeels terug uit zijn bedrijven. Een Frans justitieel onderzoek inzake onregelmatigheden bij zijn poging om in 2003 de Franse luchtvaartmaatschappij Air Liberté over te nemen resulteerde in een veroordeling door een Franse rechtbank tot een voorwaardelijke celstraf van een jaar en een boete van 60.000 euro. De Vlieger is volgens Franse media schuldig bevonden aan malversaties bij de geplande overname van de noodlijdende vliegmaatschappij.[bron?]

In 2009, zeven jaar na het eerste onderzoek, begon de rechtbank aan een proces tegen de Vlieger, maar hij werd op 10 september 2009 vrijgesproken. De rechtbank vond dat de bewijsmiddelen van het Openbaar Ministerie niet voldoende duidelijk maakten dat er in de zomer van 2002 echt sprake was van onrechtmatigheden, en ontkende dat De Vlieger door het OM kapot was gemaakt, zoals De Vlieger het zelf stelde. Op 14 juni 2011 werd De Vlieger wederom vrijgesproken. Volgens het Hof was niet bewezen dat De Vlieger zich schuldig had gemaakt aan onrechtmatigheden. Het Hof stelde dat justitie de hele zaak had gebaseerd op de verklaring van de Amsterdamse horecabaas Alberto Fernandez, die vertelde dat hij door De Vlieger was bedreigd. Het Hof beoordeelde deze verklaring als inconsistent, niet betrouwbaar en onvoldoende om de zware verdenking op te baseren.

Externe links[bewerken]