Exclusion Bill

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacobus Stuart

De Exclusion Bill was een wetsvoorstel van het Engelse parlement uit 1679. Het moest voorkomen dat de katholieke en pro-Franse Jacobus (1633-1701), koning van Engeland zou worden.

Voorgeschiedenis[bewerken]

In 1660 werd in Engeland de Stuart-dynastie hersteld toen Karel II (1630-1685), zoon van de in 1649 in Whitehall onthoofde Karel I de macht in handen nam. Nadat eind jaren zeventig duidelijk werd dat Karel geen wettelijke nakomelingen zou voortbrengen, was het gevolg dat zijn broer Jacobus, hertog van York, zijn opvolger zou worden.

Jacobus was echter getrouwd met de Italiaanse Maria van Modena en was onder haar invloed een overtuigd katholiek geworden.

Het Whig-parlement[bewerken]

Na de Engelse Burgeroorlog werd de politiek van de Restauratie gedomineerd door de Cavaliers. Na negentien jaar de dienst te hebben uitgemaakt, werd het parlement door Karel II ontbonden omdat hij een onafhankelijker koers wilde varen. Er ontstonden in Engeland twee politieke stromingen: de Whigs en de Tories. In het nieuwe parlement dat in 1679 gevormd was, zaten voornamelijk Whigs. De Whigs waren voor een constitutionele monarchie en vaak protestants. Deze partij was voortgekomen uit de ‘Green Ribbon Club’, een groep edelen en intellectuelen rond Anthony Ashley Cooper, Lord Shaftesbury. In de loop der jaren was Shaftesbury steeds agressiever tegen de vermeende invloed van katholieken aan het Engelse hof gaan fulmineren. De hetze van de fictieve Paapse samenzwering bood de Whigs een argument om te ijveren voor uitsluiting van Jacobus II.

De Exclusion Bill[bewerken]

Toen duidelijk werd dat Jacobus Karel II zou opvolgen, wilde het Whig-parlement dat niet accepteren. Jacobus was katholiek, pro-Frankrijk en autocratisch; allemaal zaken waar de Whigs tegen waren. Daarom werd in 1679 de Exclusion Bill in het parlement ingediend. Ze moest voorkomen dat Jacobus koning werd: het plan bestond erin, Karels bastaardzoon Monmouth als rechtmatige troonsopvolger te laten erkennen. De onstuimige Monmouth, een zoon van Karels gewezen minnares Lucy Walter, was een populair man bij het gewone volk en had in Schotland zijn sporen verdiend door opstootjes van covenanters de kop in te drukken. Indien bewezen kon worden dat Monmouth een wettelijk kind van Karel was, lag de weg vrij voor een voortzetting van de protestantse monarchie. Robert Ferguson, een Schotse priester, vervalste een document dat moest bewijzen dat Karel indertijd in het geheim met de in 1658 gestorven Lucy Walter was getrouwd, waardoor Catharina van Bragança Karels tweede vrouw zou zijn.

Om het aannemen van de wet te verhinderen, zag koning Karel II zich gedwongen het parlement te ontbinden. Hij legde een openbare verklaring af waarin hij zwoer dat hij nooit met iemand anders dan Catharina gehuwd was geweest. Shaftesbury werd gerechtelijk vervolgd en vluchtte naar de Nederlanden, alwaar hij in 1683 overleed.

Nu de Exclusion Bill niet was goedgekeurd - het parlement was immers ontbonden - kon Jacobus in 1685 toch koning worden. Monmouth poogde een amateuristische staatsgreep te plegen, maar werd op 6 juli 1685 verpletterend verslagen in de slag bij Sedgemoor en vervolgens geëxecuteerd. Jacobus’ regeerperiode zou echter maar van korte duur zijn. Het autocratische, pro-Franse en pro-katholieke beleid zorgde voor grote interne conflicten die in 1688 tot de Glorious Revolution zouden leiden. De sympathisanten van Jacobus werden bekend als Jakobieten. Jacobus’ zoon en later zijn kleinzoon bleven tot halverwege de 18de eeuw aanspraak maken op de (inmiddels Britse) troon.