Fasor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voorbeeld van een serie RLC-kringen met bijbehorende fasordiagrammen

In de natuurkunde, in het bijzonder in de complexe wisselstroomrekening is een fasor, van "fasevector", een voorstelling van een sinusoïde waarvan de amplitude , de hoekfrequentie , en de fase constant zijn, d.w.z. niet veranderen in de tijd. De fasor is een complex getal, een vector in het complexe vlak vanuit de oorsprong met lengte en argument .

Met behulp van fasors kan de afhankelijkheid van , en gescheiden worden in drie aparte factoren. Dit is in het bijzonder nuttig wanneer de factor met de hoekfrequentie, die de tijdsafhankelijkheid beschrijft, voor alle termen in een lineaire combinatie van sinusvormige functies dezelfde is, zodat deze factor uitgedeeld kan worden en alleen de factoren met en overblijven. Het resultaat is dat goniometrische betrekkingen overgaan in algebra en lineaire differentiaalvergelijkingen in algebraïsche. Om deze reden wordt wel alleen het complexe getal als fasor aangeduid.

Notatie[bewerken | brontekst bewerken]

De fasor met de poolcoördinaten en wordt wel genoteerd als een paar gescheiden door het symbool voor hoek. Naar analogie met het Engelse 'magnitude/angle notation' wordt deze notatie wel grootte/hoeknotatie genoemd, of ook fasornotatie.