Ferdinand aus der Fünten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ferdinand aus der Fünten
Westerbork 1942: v.l.n.r.: Gemmeker, Hassel, Aus der Fünten en de bankier Scheltnes
Westerbork 1942: v.l.n.r.: Gemmeker, Hassel, Aus der Fünten en de bankier Scheltnes
Geboren 17 december 1909
Mülheim an der Ruhr, Rijnprovincie, Duitse Keizerrijk
Overleden 19 april 1989
Duisburg, Noordrijn-Westfalen, West-Duitsland
Land/partij Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag Schutzstaffel.svg Schutzstaffel
Dienstjaren 1935 - 1945
Rang HH-SS-Hauptsturmfuhrer-Collar.png WSS OF2 HSturmf-Supply.jpg
SS-Hauptsturmführer
Eenheid Reichssicherheitshauptamt
Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Ferdinand Hugo (Ferdi) aus der Fünten (Mülheim an der Ruhr, 17 december 1909Duisburg, 19 april 1989) was een veroordeelde Duitse oorlogsmisdadiger, leidinggevend in de Jodenvervolging in Amsterdam. Hij behoorde tot de Vier van Breda, nadien tot de Drie van Breda en uiteindelijk tot de Twee van Breda. Hij zat na de Tweede Wereldoorlog een levenslange gevangensstraf uit voor oorlogsmisdaden en werd in januari 1989 op humanitaire gronden vrijgelaten.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Aus der Fünten sloot zich in 1932 bij de NSDAP aan en trad in 1935 tot de SS toe. In laatste hoedanigheid was hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland betrokken bij de deportatie van Joden naar de concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland en Polen, doordat hij in 1941 als Hauptsturmführer (de kapiteinsrang binnen de SS) de informele leiding over het bureau kreeg dat deze deportatie moest uitvoeren, de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (vertaald: Centraal bureau voor Joodse emigratie). Dit bureau fungeerde van voorjaar 1941 tot najaar 1943. Hij gaf persoonlijk leiding aan de deportatie van de patiënten van de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch in januari 1943.

Na de oorlog[bewerken]

Na afloop van de oorlog werd Aus der Fünten opgepakt en op 27 december 1949 door het Amsterdamse Bijzonder Gerechtshof tot levenslang veroordeeld. Het Openbaar Ministerie ging in cassatie en op 12 juli 1950 kreeg hij alsnog de doodstraf, maar omdat koningin Juliana grote gewetensbezwaren had tegen deze straf en gratie verleende, werd dit op 15 januari 1951 toch weer omgezet in een levenslange gevangenisstraf.

Aus der Fünten moest zijn straf in de koepelgevangenis van Breda uitzitten. Op 7 november 1952 werd hij met de andere Duitse oorlogsmisdadigers Franz Fischer en Joseph Kotälla vanuit de gevangenis van Norgerhaven in Veenhuizen naar Breda overgebracht.[1] Hij kon er goed overweg met de oudste kok, die hem stimuleerde zich voor het keukenwerk te interesseren en werd gevraagd een interne koksopleiding te volgen. Hij slaagde voor het koksdiploma en kookte sindsdien dagelijks, zeven dagen per week, voor de gevangenen en zette thee en koffie voor hen. Zelden was hij ziek en als hij dat al was, slechts voor korte tijd. Op zijn 75ste werd hij om medische redenen door de directie gedwongen met zijn keukenwerk te stoppen. Daarna vulde hij zijn dagen met een verblijf in de cel, afgewisseld met vele wandelingen op de binnenplaats en het beantwoorden van zijn uitvoerige correspondentie.[2]

Halverwege de jaren zeventig onderging Aus der Fünten een longoperatie. Ook verliet hij de gevangenis om in het nabijgelegen Ignatiusziekenhuis de oogarts te bezoeken vanwege zijn staar. Gebeurde dat eerst per taxi, later liep hij de korte afstand onder begeleiding van een bewaarder. Eind maart 1987 werd hij daarbij gefotografeerd door een persfotograaf, wat de media haalde.[3][4] Sindsdien werden de veiligheidsnormen verscherpt.[5]

Niet alleen in Breda, maar ook elders in Nederland bevonden zich oorlogsmisdadigers in gevangenschap. Allen, op vier na, werden begin jaren zestig vrijgelaten. De vier overgeblevenen – naast Aus der Fünten waren dat Franz Fischer, Joseph Kotälla en Willy Lages – verbleven in de koepelgevangenis van Breda en werden om die reden in de wandelgangen aangeduid als de Vier van Breda. Nadat Lages in 1966 was vrijgelaten, sprak men van de Drie van Breda. In de jaren zeventig wilde toenmalig minister van Justitie Dries van Agt hen vrijlaten, maar dit stuitte op zoveel weerstand dat hij daarvan afzag. Nadat in 1979 Kotälla was overleden, sprak men nog van de Twee van Breda. Uiteindelijk werden Fischer en Aus der Fünten toch nog tamelijk onverwacht in vrijheid gesteld en wel door een beslissing van minister van Justitie Frits Korthals Altes op 27 januari 1989. Aus der Fünten en Fischer werden per ambulance naar de grens ten noorden van Venlo gebracht. De echtgenote van Aus der Fünten leefde nog bij zijn vrijlating en is dan 79 jaar.[6] Het echtpaar kreeg een zoon en een dochter. Aus der Fünten ging bij zijn zoon in Duisburg wonen, maar na bedreigingen dook hij na enkele weken onder in een verzorgingstehuis.[7] Tweeëntachtig dagen na zijn vrijlating overleed Ferdi aus der Fünten in Duitsland op 79-jarige leeftijd aan een hersenbloeding.

Externe links[bewerken]

Bronnen

  1. Mink, Ton; (2005) De drie van Breda, p. 135
  2. Mink, Ton; (2005) De drie van Breda, p. 35-39
  3. Nazibeul mild behandeld in Breda, Nieuwsblad van het Noorden, 1 april 1987
  4. Mink, Ton; (2005) De drie van Breda, p. 164-166
  5. Mink, Ton; De drie van Breda, p. 165-166
  6. Piersma, Hinke; (2005) De drie van Breda. Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap 1945-1989, p. 189
  7. Mink, Ton; (2005) De drie van Breda, p. 174