Georges Braque
| Georges Braque | ||||
|---|---|---|---|---|
Braque in 1908 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 13 mei 1882 | |||
| Overleden | 31 augustus 1963 | |||
| Geboorteland | Frankrijk | |||
| Begraafplaats | Varengeville-Sur-Mer Churchyard | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | École nationale supérieure des beaux-arts, École supérieure d'art et design Le Havre-Rouen | |||
| Beroep | Kunstschilder, beeldhouwer | |||
| Werkveld | schilderkunst, beeldende kunst, grafiek, beeldhouwkunst | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | Kubisme, Return to order | |||
| Bekende werken | Paysage à l'Estaque, La Guitare, Mandola | |||
| Beïnvloed door | Paul Cézanne,[1] African sculpture,[1] Pablo Picasso | |||
| Werklocatie | Antwerpen,[2] Avignon,[2] Honfleur,[2] La Ciotat,[2] Marseille,[2] Parijs,[2] Varangéville,[2] Duitsland,[2] Florence,[2] Rome,[2] Venetië,[2] New York[2] | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | American Academy of Arts and Sciences, Nationale Argentijse Academie voor de Schone Kunsten, Société Normande de Peinture Moderne, Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, Accademia delle Arti del Disegno | |||
| Prijzen en erkenningen | Commandeur in het Legioen van Eer (1951), Feltrinelliprijs (1959), Commandeur in de Orde van Kunst en Letteren (1957) | |||
| RKD-profiel | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Georges Braque (Argenteuil, 13 mei 1882 - Parijs, 31 augustus 1963) was een Franse kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer en maker van collages. Hij was mede toonaangevend voor nieuwe richtingen in de moderne 20ste-eeuwse kunst. Samen met de Spaanse kunstschilder Pablo Picasso was hij de grondlegger van het kubisme.
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Georges Braque werd geboren in Argentueil als zoon van Charles Braque, een huisschilder, en Augustine Johannet. Zijn ouders moedigden zijn artistieke ontwikkeling aan; zowel zijn vader als zijn grootvader waren amateurkunstschilders. Hij groeide vanaf 1890 op in Le Havre waar hij school liep aan het plaatselijk lyceum. Vanaf 1899 ging hij in de zaak van zijn vader werken terwijl hij een opleiding als interieurdecorator en -schilder volgde. Daarnaast volgde hij ook sinds 1897 avondschool kunstschilderen in de École des Beaux-Arts in Le Havre. Hij raakte bevriend met de schilders Othon Friesz en Raoul Dufy. In 1900 verhuisde hij net als zijn twee vrienden naar Parijs. Hij vervolgde zijn professionele opleiding als interieurdecorateur maar volgde ook kunstonderwijs. Na zijn militaire dienst volgde hij in 1903 zijn ware passie door aan de Parijse Académie Humbert te studeren.[3] Daar ontmoette hij medekunstenaars Marie Laurencin en Francis Picabia.
Begin van zijn carrière
[bewerken | brontekst bewerken]In 1904 huurde hij een studio in de Rue d'Orsel in Parijs om zich te wijden aan zijn schilderkunst. In de zomer van 1904 en ook in 1905 trok hij naar Normandië en Bretagne om daar te schilderen. In maart 1906 stelde hij voor het eerst werk tentoon, zeven schilderijen op de Salon des Indépendants. In Antwerpen schilderde Braque scènes in de haven. Tijdens de winter van 1906-1907 trok hij naar L'Estaque in Zuid-Frankrijk om te schilderen. In februari 1907 stelde hij zes schilderijen tentoon op de Salon des Indépendants. Braque vond aansluiting bij de kunstenaarsbeweging Les Fauves.[3]
Hij keerde in de zomer terug naar het zuiden en werkte in La Ciotat en L'Estaque. Hij maakte kennis met Picasso, dichter Apollinaire en kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler. In de lente van 1908 reisde hij opnieuw naar L'Estaque in het gezelschap van Dufy. Hij begon nauw samen te werken met Picasso. De twee vrienden inspireerden elkaar en ontwikkelden een nieuwe stijl, die kubisme genoemd zou worden.[4] In november kreeg Braque een eerste solotentoonstelling in de galerie van Kahnweiler nadat eerder zijn werk was geweigerd op de Salon d'Automne. Het volgend jaar werkte hij tijdens de zomer in La Roche-Guyon en Carrières-Saint-Denis. In de zomer van 1910 was Braque opnieuw in L'Estaque. In Parijs huurde hij een nieuwe studio in de Rue Caulaincourt. In 1911 bracht hij de zomer samen met Picasso door in Céret. Hij knoopte vriendschapsbanden aan met de beeldhouwer Henri Laurens en de dichter Pierre Reverdy.
In 1912 trouwde Braque met Marcelle Lapré.

In dat jaar werd zijn werk ook voor het eerst in het buitenland tentoongesteld: in Keulen, Munchen en Praag. En in 1913 nam hij met zijn werk deel aan de Armory Show in New York. In de zomer van 1912 was hij met Picasso en Reverdy in Sorgues en in 1913 in Céret en Sorgues.[3]
Eerste Wereldoorlog
[bewerken | brontekst bewerken]In 1914 werd Braque onder de wapens geroepen en vervoegde het 224e Infanterieregiment. Op 11 mei 1915 werd hij gewond aan het hoofd. Hij lag een nacht op het slagveld bij Neuville-Saint-Vaast voor hij door brancardiers werd weggevoerd. Er werd een schedeltrepanatie uitgevoerd en daarna lag hij nog twee dagen in coma. Hij kon revalideren in Sorgues en werd nog korte tijd ingezet voor legerdienst achter het front voor het om medische redenen werd ontslagen. Pas in de zomer van 1917 voelde hij zich voldoende hersteld om weer te beginnen schilderen.
Interbellum
[bewerken | brontekst bewerken]Léonce Rosenberg vertegenwoordigde voortaan Braque (Kahnweiler had de Duitse nationaliteit en was dus niet meer beschikbaar tijdens en vlak na de oorlog). Hij organiseerde in maart 1919 een tentoonstelling in de Galerie de l'Effort Moderne.[3] In 1921 kwam het echter tot een breuk tussen Braque en Rosenberg. Paul Rosenberg zou hem vervangen. In 1922 verhuisde Braque naar Montparnasse en in 1924 naar de Rue du Douanier (nu Rue Georges-Braque), naar een huis dat hij had laten bouwen. Achttien van zijn werken werden tentoongesteld op de Salon d'Automne van 1922. Vanaf 1924 ontwierp hij voor het eerst kostuums en decors voor het ballet. In 1926 volgde een nieuwe solotentoonstelling in de Galerie Paul Rosenberg.
In 1929 keerde Braque voor het eerst sinds lang terug naar Normandië. Het beviel hem daar zozeer dat hij een huis liet bouwen in Varengeville-sur-Mer (1931). Voortaan verdeelde hij zijn tijd tussen Parijs en Normandië. Braque kreeg steeds meer erkenning, zo kreeg hij een retrospectieve in de Kunsthalle Basel (1933), een solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel (1936) en een reizende tentoonstelling in de Verenigde Staten (1939-1940).[5]
Jaren 40 en 50
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de start van de oorlog vluchtte Braque naar de Limousin en later naar de Pyreneeën. Eind 1940 keerde hij terug naar Parijs en werkte daar in afzondering gedurende de rest van de oorlog. In de Salon d'Automne van 1943 was een volledige zaal aan zijn werk gewijd. Braque hield zich echter ver van politiek. In de zomer van 1945 onderging hij een ernstige operatie en kon gedurende enkele maanden niet werken.[5]
Laatste jaren
[bewerken | brontekst bewerken]Door gezondheidsproblemen kreeg Braque vanaf 1959 steeds meer moeite om te schilderen. Hij legde zich meer toe op tekenen en etsen. Georges Braque overleed op 31 augustus 1963 te Parijs. In het Louvre vond er een afscheidsplechtigheid plaats waarbij André Malraux een afscheidsrede hield. Hij werd begraven in Varengeville-sur-Mer.[5]
Werk
[bewerken | brontekst bewerken]Van de vroege schilderijen van Georges Braque, uit de periode voor 1902, zijn maar enkele portretten en landschappen bewaard gebleven. Tussen 1902 en 1905 schilderde hij in neo-impressionistische stijl. Uit deze periode zijn vooral zeelandschappen bewaard.
Zijn verblijf in Antwerpen en vooral in L'Estaque in 1906 luiden zijn overgang naar het fauvisme in. Zijn vrienden Dufy en Friesz waren toen al fauvisten. Maar al tijdens zijn tweede verblijf in L'Estaque in 1907 had Braque zijn interesse verloren in het gebruik van heldere kleuren door de fauvisten en ging zijn interesse uit naar het weergeven van ruimte. Hierin onderging hij de invloed van het werk van Paul Cézanne. Braque schilderde voortaan niet meer naar de natuur. Een belangrijk overgangswerk is Baigneuse (1908), met zijn gedempte kleuren, de vereenvoudigde en vlakke vormen. In de volgende jaren werkte hij nauw samen met Picasso - ze ontmoetten elkaar bijna dagelijks en gingen samen op vakantie - en door elkaar uit te dagen ontwikkelden ze de nieuwe stijl van het kubisme.[6]
Het werk van Braque inspireerde in 1908 de kunstcriticus Louis Vauxcelles tot de term "bizarrereries cubiques". De term kubisme werd voor het eerst gebruikt in 1911 tijdens de salon van de Société des Artistes Indépendants. Er wordt mee bedoeld dat vormen hoekig en rechtlijnig worden weergegeven en dus niet meer een directe afspiegeling zijn van de werkelijkheid. Het kubisme is daarmee een stap in de richting van de abstracte kunst.
In het werk van Braque werden tegelijkertijd de kleuren minder sterk; hij gebruikt voornamelijk witte, bruine, en grijze tinten, met hoogstens wat olijfgroen of geel. In 1911 deden woorden en andere inscripties hun intrede in het werk van Braque en Picasso en ze werden hierin gevolgd door de meeste kubisten. Vanaf 1912 experimenteerde Braque ook met collage-achtige afbeeldingen, in de zogenaamde "papier collé"-techniek, net of bijvoorbeeld een stuk krantenpapier op het doek is geplakt, met teksten en al. Deze intensieve experimenten met papier collé duurden tot 1914. Intussen bleef Braque ook schilderen, al is de invloed van de papiers collés te vinden in zijn schilderijen. Stilaan deden ook kleuren weer hun intrede in zijn werk.[7]
In 1922 presenteerde Braque twee Canephorae op de Salon d'Automne. Met deze plompe vrouwelijke figuren keerde Braque na een periode van vijftien jaar terug naar het schilderen van vrouwelijke figuren. Hij werkte verder op dit thema tot 1927. Tegelijk bleef hij werken aan zijn stillevens. Aan het einde van de jaren 1920 keerde hij ook terug naar het schilderen van landschappen.[8]
Na zijn kubistische tijd ging hij over tot een vereenvoudigd figuratief schilderen waarin hij onder andere reeksen kleine landschappen maakte. Vanaf 1949 begon Braque aan een reeks van acht schilderijen met zijn studio als thema, waarvan het laatste werd afgewerkt in 1956. Hierin en hiernaast ontwikkelde hij het thema van vogels.[9]
Vanaf ongeveer 1939 ging Braque ook beeldhouwen.
Schilderijen
[bewerken | brontekst bewerken]Enkele schilderijen van Georges Braque zijn:
- Le viaduc de l'Estaque, 1908
- La Roche Guyon, 1909
- Glas op tafel, 1909-1910
- Mandora, 1909-1910
- Fles en vissen, 1910-1912
- Klarinet en fles rum op een schoorsteenmantel, 1911
- Kruik en viool, 1910
- Viool en palet, 1909
- De Gitaarspeler, 1914
- Stilleven met glas, fles en krant, 2e decennium 20e eeuw
- Stilleven met pakje sigaretten, 2e decennium 20e eeuw
- De Portugees, 1911
- Huizen in L'estaque,1908
Werk in openbare collecties (selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- Centre Pompidou, Parijs
- Lille Métropole Museum voor Moderne kunst, Hedendaagse kunst en Art brut, Villeneuve-d'Ascq
- Metropolitan Museum of Art, New York
- Museum of Modern Art, New York
- National Gallery of Art, Washington D.C.[10]
- Rijksmuseum Amsterdam
- Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch
Monumentaal werk
[bewerken | brontekst bewerken]
Braque schilderde in 1953 het plafond van de Hendrik II-zaal in het Louvre in Parijs.
Hij ontwierp in 1954 het gebrandschilderde raam Boom van Jesse voor de kerk in Varengeville-sur-Mer. Hij deed dit ook voor de kerk in Saint-Paul-de-Vence. In dit plaats decoreerde hij ook de Mas Bernard.[5]
Drukkunst
[bewerken | brontekst bewerken]In 1918 maakte Braque twee tekeningen voor Les ardoises du toit van Pierre Reverdy. In 1920 volgden drie houtdrukken voor Le piège de Méduse van Erik Satie.[3] In 1932 maakte hij zestien etsen voor een uitgave van de Theogonia van Hesiodos. Vanaf 1959 legde hij zich meer toe op het etsen en het tekenen. In 1960 maakte hij twaalf lithografieën voor La liberté des mers van Reverdy.[5]
Sieraadkunst
[bewerken | brontekst bewerken]Braque was in de laatste jaren van zijn leven ook actief als sieraadontwerper. Samen met de edelsmid Henri-Michel Heger de Löwenfeld maakte hij omstreeks 1961-1963 een reeks van 110 objecten rond het thema vliegende vogel. Deze werden veelal uitgevoerd in goud, soms met detaillering in email.[11]
Catalogue raisonné
[bewerken | brontekst bewerken]De catalogue raisonné van de schilderijen van Braque werd geschreven door Nicole Worms de Romilly en werd in verschillende delen uitgegeven door Éditions Maeght vanaf 1959. Een voorlopige catalogue raisonné voor werken tussen 1906 en 1929 werd gemaakt door Georges Isarlov en gepubliceerd in 1932.
De catalogue raisonné van zijn etsen werd geschreven door Dora Vallier en uitgegeven door Flammarion in 1982.[12]
Geschriften
[bewerken | brontekst bewerken]Voor het tijdschrift Nord-Sud van zijn vriend Reverdy schreef Braque in 1917 Pensées et réflexions sur la peinture. Braque publiceerde in 1948 Cahiers 1917-1947, een verzamelng notities die hij in de loop der jaren had geschreven. Hij herwerkte dit in de volgende jaren tot de uitgave Le Jour et la Nuit (1952).[9] Hierin verzamelde hij ook een reeks aforismen:
- 'Kunst geeft vleugels, wetenschap krukken.'
- 'Wie vooruit wil, keert volgers de rug toe. Meer verdienen volgers ook niet.'
- 'We moeten onderscheid maken tussen wilskracht en doorzettingsvermogen. Drankzucht is geen toonbeeld van wilskracht.'
Bibliografie (selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- Besten, L. den (2011) On Jewellery, A Compendium of international contemporary art jewellery. Stuttgart: Arnoldsche Art Publishers, ISBN 9783897903494
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]Bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]Bronnen
[brontekst bewerken]- (en) Serge Fauchereau, Braque, Ediciones Polígrafa, Barcelona, 1987, ISBN 84-343-0503-8
- (en) Alfred H. Barr Jr, Cubism and abstract art, MOMA, New York, 1936
Referenties
[brontekst bewerken]- 1 2 Cubism and Abstract Art.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 RKDartists; RKDartists-identificatiecode: 12125.
- 1 2 3 4 5 Serge Fauchereau, p. 31
- ↑ Serge Fauchereau, p. 11
- 1 2 3 4 5 Serge Fauchereau, p. 32
- ↑ Serge Fauchereau, p. 7-13
- ↑ Serge Fauchereau, p. 20-21
- ↑ Serge Fauchereau, p. 23-24
- 1 2 Serge Fauchereau, p. 27-29
- ↑ Werken van Braque in de National Gallery of Art. Bezocht op 21 september 2025.
- ↑ Sieraden van Braque bij hedendaagsesieraden.nl, bezocht op 21 september 2025.
- ↑ Serge Fauchereau, p. 33