Gewone ameiva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gewone ameiva
Ameiva ameiva tobagana uit Grenada
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde:Scincomorpha (Skinkachtigen)
Familie:Teiidae (Tejuhagedissen)
Onderfamilie:Teiinae
Geslacht:Ameiva (Ameiva's)
Soort
Ameiva ameiva
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone ameiva op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De gewone ameiva[1] (Ameiva ameiva) is een hagedis uit de familie tejuhagedissen (Teiidae).

Uiterlijke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Het lichaam is gestroomlijnd en de hagedis heeft een spitse kop en een zeer lange staart, die soms dubbel zo lang is als het lichaam. Het wijfje is meestal kleiner dan het mannetje. Mannetjes hebben een opvallende tekening van witte vlekken, vrouwtjes hebben duidelijke strepen op de bovenzijde van het lichaam. Het mannetje is slanker en is feller gekleurd een heeft een groene vlek op het midden van de rug. De lichaamslengte bedraagt 40 tot 45 centimeter.

Leefwijze[bewerken | brontekst bewerken]

De gewone ameiva is een levendige hagedis die 's morgens tevoorschijn komt om te foerageren. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden zoals insecten. In kuststreken kan men hem aantreffen in holen van krabben. De hagedis neemt regelmatig een zonnebad om zich op te warmen.

Een legsel bestaat uit twee tot zes eieren, de vrouwtjes zetten meerdere legsels af per jaar.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De gewone ameiva komt voor in delen van Midden- en zuidelijk Zuid-Amerika en leeft in de landen Argentinië, Colombia, Bolivia, Brazilië, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Grenada, Paraguay, Peru, Suriname, Trinidad en Tobago en Venezuela.[2] De habitat bestaat vooral uit open bosgebieden en in bosranden. De soort is ook geïntroduceerd in de Amerikaanse staat Florida. In Panama heeft men ontdekt dat deze soort zich uitbreidt in streken die door de mens ontbost zijn.

Naam en indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1758. Oorspronkelijk werd de naam Lacerta Ameiva gebruikt.[2]

Er worden twee ondersoorten erkend.

Naam Auteur Verspreidingsgebied
Ameiva ameiva ameiva Linnaeus, 1758 De rest van het verspreidingsgebied
Ameiva ameiva tobagana Edward Drinker Cope, 1879 Grenada, Trinidad en Tobago

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]