Gideon (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gideon en zijn driehonderd man

Gideon (Hebreeuws: גִּדְעוֹן, gid’ōn, "(hout)hakker" / "bomenveller" of in uitgebreide betekenis "vernietiger", in de Griekse Septuagint: γεδεων, gedeōn) was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel de vijfde rechter.[1] Gideon was de zoon van Joas uit de stam Manasse en werd door God benoemd om de Israëlieten te bevrijden uit de hand van de Midjanieten en Amalekieten.

Eerst verwoestte Gideon op bevel van God het altaar van Baäl en velde de Asjerapaal. Hierna werd hij Jerubbaäl (יְרֻבַּעַל, een samenvoeging van rbb, "talrijk zijn" en de naam Baäl, dus betekent zoiets als "Baäl is groot") genoemd.[2] De namen Gideon en Jerubbaäl duidden oorspronkelijk twee verschillende personen aan (zie o.a. Rechters 9[3]) die later in één verhaal werden samengevoegd.[4]

Gideonsbende[bewerken]

Vervolgens droeg God Gideon op om de Midjanieten aan te vallen en te verdrijven. God liet hem zijn leger terugbrengen tot slechts 300 man,[5] vaak de "Gideonsbende" genoemd. Met dit kleine leger voerde hij een verrassingsaanval uit. Gideon gaf eenieder een ramshoorn (sjofar), fakkel en een pot van aardewerk. Het leger omsingelde in stilte de Midjanieten, en op Gideons teken brak eenieder zijn pot en blies op de ramshoorn. In de paniek die volgde gingen de Midjanieten elkaar te lijf en door dit wonder won aldus het leger van Gideon van de Midjanieten.

Gideon was de door God aangestelde leider. Na de klinkende wonderbaarlijke overwinning wilden de Israëlieten hem tot hun koning kronen. Gideon wees dit echter af en gaf te kennen dat alleen God hun ware leider was. Gedurende Gideons leven was er 40 jaar vrede in het land Israël.