Gnathosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gnathosaurus subulatus is een pterosauriër behorend tot de Pterodactyloidea die tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige Duitsland.

Naamgeving[bewerken]

In 1832 werd in Bayreuth door de Duitse verzamelaar Georg Graf zu Münster (1776 - 1844) een stuk kaak van een pterosauriër beschreven dat aangetroffen was op een plaat kalksteen uit de formatie van Solnhofen.

In 1833 nam Christian Erich Hermann von Meyer aan dat het een krokodilachtige uit de Teleosauridae betrof en noemde het exemplaar Crocodylus multidens vanwege de "vele tanden". Het jaar daarop wilde hij van de gewoonte af om iedere krokodilachtige maar in het, sterk overladen rakend, geslacht Crocodylus onder te brengen en hernoemde het exemplaar tot Gnathosaurus subulatus. De geslachtsnaam betekent "kaakreptiel" in het Klassiek Grieks, een verwijzing naar het feit dat het fossiel uit een kaak bestond. De soortaanduiding betekent "priemvormig" in het Latijn, een verwijzing naar de lange puntige tanden.

Dat Von Meyer het mis had, bleek in 1951 toen een vrijwel volledige schedel werd gevonden, die in 1964 door Franz Xaver Mayr werd beschreven, en overduidelijk aan een pterosauriër toebehoorde. Gnathosaurus werd zo onbedoeld een van de eerste benoemde pterosauriërgeslachten.

P. micronyx, een jong van Gnathosaurus?
P. macrurus, een jong van Gnathosaurus?

Christopher Bennett beweerde in 1996 dat bepaalde fossielen die aan Pterodactylus micronyx waren toegeschreven in feite jongen waren van Gnathosaurus. In 2012 zou hij deze echter toewijzen aan Aurorazhdarcho, echter onder het voorbehoud dat toekomstige vondsten zouden kunnen aantonen dat dit geslacht, waarvan geen volwassen schedel bekend zijn, een jonger synoniem van Gnathosaurus zou kunnen zijn.

Gnathosaurus heeft voor een aantal naamgevingsproblemen gezorgd. In 1904 stelde Johannes Walther dat de naam Gnathosaurus multidens moest zijn. Dit wordt tegenwoordig echter beschouwd als een nomen vanum omdat Von Meyer de eerste naam niet gepubliceerd had.

In 1869 beschreef Harry Govier Seeley op basis van een in Engeland gevonden kaak Pterodactylus macrurus; later zou hij het toewijzen aan een Doratorhynchus. In 1995 stelden Stafford Howse en Andrew Milner dat die in werkelijkheid wel eens aan Gnathosaurus zou kunnen toebehoren aangezien die overeenkwam met een later gevonden fossiel dat een jong van dit laatste geslacht zou kunnen zijn en de soortnaam dus Gnathosaurus macrurus was. Dit wordt algemeen als nog onbewezen beschouwd.

Beschrijving[bewerken]

De fossielen stammen uit het onderste Tithonien, ongeveer 150 miljoen jaar oud. De schedel van Gnathosaurus is ongeveer 28 centimeter lang en zeer langgerekt. De achterkant is erg afgerond. De bovenkant is licht bollend. In het midden bevindt zich een lage kam. De kaken lopen spits toe om zich op het eind sterk lepelvormig te verbreden. Er zijn naar schatting 128 tot 136 tanden; meestal wordt een getal van 130 genoemd. In het middenstuk zijn de tanden klein en staan ze vrij ver uit elkaar. Ze zijn kegelvormig, licht naar boven gebogen en smal. Ze steken schuin naar voren uit. Bij het lepelvormige gedeelte vooraan worden ze snel langer tot hun lengte vervijfvoudigd is. De tanden in de "hoeken" zijn het langst en staan iets meer naar achteren. Het viertal tanden op de middellijn helemaal vooraan steekt echter naar voren en is juist veel korter, zodat het grijporgaan dat de tanden op de "lepel" vormen van voren recht afgesneden is.

De functie van de tanden is niet geheel duidelijk. Eerst dacht men dat het een aanpassing was om vis te vangen; tegenwoordig neemt men meestal aan dat ze kreeftjes en dergelijke uit het water moesten zeven of filteren.

De spanwijdte van Gnathosaurus is geschat op zo'n 170 centimeter.

Taxonomie[bewerken]

Gnathosaurus is duidelijk verwant aan Ctenochasma, een tijdgenoot die, zij het met meer tanden, ook aan het filteren van kreeftjes deed. Hij wordt daarom meestal geplaatst in de Ctenochasmatidae. Volgens David Unwin behoort hij meer bepaaldelijk tot de Gnathosaurinae. Volgens de analyses van Alexander Kellner echter valt Gnathosaurus net buiten de Ctenochasmatidae, hoewel hij er een nauwe verwant van vormt.

Literatuur[bewerken]

  • Muenster, G. zu, 1832, "Bemerkungen über eine neue Art Pterodactylus aus Solnhofen", Neues Jahrbuch fúr Mineralogie, pp. 412 - 416 Stuttgart.
  • Meyer, H. v., 1834, "Gnathosaurus subulatus, ein Saurus aus den lithographischen Schiefer von Solnhofen", Museum Senckenbergianum, 1: 3
  • Walther, J., 1904, "Die Fauna Solnhofener Plattenkalke binomisch betrachtet", Festschrift der Medizinisch Naturwissenschaftlichen Gesellschaft zu Jena 11: 135–214
  • Mayr, F. X., 1964, "Die naturwissenschaftlichen Sammlungen der Philosophisch-theologischen Hochschule Eichstatt", pp. 302–334 in Festschrift 400 Jahre Coll. Willibald, Eichstätt.
  • Howse, S.C.B. & Milner A.R., 1995, "The pterodactyloids from the Purbeck Limestone Formation of Dorset", Bull. Natural History Museum, London, (Geology) 51(1):73-88
  • Bennett, S.C., 1996, "On the taxonomic status of Cycnoramphus and Gallodactylus (Pterosauria, Pterodactyloidea)", Journal of Paleontology, 70: 335-338