Gravenkapel (Kortrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Buitenzijde van de Gravenkapel met restanten van de burcht
Interieur van de Gravenkapel
Schilderijen van de Graven van Vlaanderen in de Gravenkapel
Panelen met portretten van Europese adel
De H. Catharina van André Beauneveu

De Gravenkapel is een kapel in de Belgische stad Kortrijk, onderdeel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De Gravenkapel, gewijd aan de heilige Catharina, werd gebouwd in opdracht van graaf Lodewijk van Male naar het voorbeeld van de Sainte-Chapelle te Parijs. Klaarblijkelijk wilde hij er zijn praalgraf onderbrengen, maar kort voor zijn dood opteerde hij voor de Sint-Pieterskerk in Rijsel.

Geschiedenis[bewerken]

Drie pauselijke oorkonden uit 1371 vermelden de kapel die Lodewijk van Male liet bouwen te Kortrijk, gewijd aan de heilige die toentertijd gevierd werd op zijn geboortedag, 29 november 1330 (later is de feestdag van Catharina verschoven naar 25 november). De aanvang van de bouwwerken mag dus waarschijnlijk kort voor 1370 gesteld worden. De bouwwerken werden uitgevoerd in Brabantse stijl.

De conceptie van de Gravenkapel is geïnspireerd op de bovenkapel van de in 1248 ingewijde Sainte-Chapelle te Parijs (vier traveeën, wanden bestaande uit blinde muurnissen en daarboven grote glaspartijen).

Lodewijk van Male verkoos deze kapel om er begraven te worden. Daarom stichtte hij op 30 mei 1374 in de kapel drie kapelnijen, waarvoor hij reeds op 16 oktober 1371 van paus Gregorius XI toelating bekomen had. De eerste vermeldingen van het grafmonument van Lodewijk van Male waaraan André Beauneveu arbeidde dateren uit 1374. Na de zege te Westrozebeke (1382) plunderden Bretoense huurlingen uit het Franse leger Kortrijk en staken daarna de stad in brand, waarbij ook de Gravenkapel niet gespaard bleef. De brand uit 1382 heeft waarschijnlijk de kappen en de daken niet vernield. In 1410 werd de Gravenkapel grondig hersteld. In 1386 wordt het Catharinabeeld van Beauneveu aan het kapittel overgemaakt.

De polychromie in de Gravenkapel dateert uit de 19de eeuw, maar is gesteund op teruggevonden overblijfselen. In de jaren 1970 werd de 19de-eeuwse polychromie verwijderd zodat de oorspronkelijke beschildering weer zichtbaar werd.

Kunstschatten[bewerken]

  • Portretten van de graven van Vlaanderen
Alle versierde nichen werden gedecoreerd met geschilderde portretten van de graven van Vlaanderen. Er wordt aangenomen dat Jan van der Asselt, hofschilder van Lodewijk van Male en degene die de nieuwe kapel inrichtte, in 1372-74 de eerste reeks portretten heeft vervaardigd, beginnende met de schimmige Liederik en zes andere forestiers tot aan zijn meester Lodewijk van Male. De afbeeldingen van diens opvolger werden in 1407 uitgevoerd door Melchior Broederlam. De daaropvolgende portretten tot en met keizer Karel V zijn het werk van heel wat andere schilders. Dit geheel van portretten vormt een waar verhaal door de tijd van het graafschap Vlaanderen.
  • 102 gebeeldhouwde zwikken
De 102 zwikken die de nissen vormen voor de portretten van de graven van Vlaanderen zijn allen gebeeldhouwd. De zwikken van de verschillende nissen vormen een aantal cycli van zowel religieuze als van meer profane aard.[1]
  • Beeld van Sint-Catharina
Het beeld van de heilige Catharina in albast is het werk van beeldhouwer André Beauneveu. In 1374 gaf Lodewijk van Male de beeldhouwer Beauneveu de opdracht een grafmonument te maken om in de Gravenkapel te plaatsen, die hij als zijn grafkapel had laten bouwen. Het monument werd echter niet voltooid. Daarnaast heeft de graaf ook een beeld van de patroonheilige voor zijn nieuwe kapel laten maken. Dit beeld is nu een van de pronkstukken van het interieur van de Gravenkapel. In 1566 werd, op een nacht, het Catharinabeeld uit vrees voor de Beeldenstorm, samen met andere kunstwerken in de grond verborgen en er later weer uitgehaald.
De heilige Catharina draagt een kroon op het hoofd en houdt in de linkerhand een wiel, bezet met scherpe punten, en in de rechterhand een zwaard. Deze attributen worden verklaard door de lotgevallen van de heilige. Het Kortrijkse Catharinabeeld is een laat voorbeeld van de 14de-eeuwse internationale gotiek die gekenmerkt wordt door een modieuze S-vorm, een lieftallige, onpersoonlijke glimlach en een sierlijk-kunstmatig plooienspel van de kledij, dat aan opgerold perkament herinnert.
  • Brandglasramen
De onderwerpen van de brandglasramen accentueren het grafelijk karakter van de kapel. In het koor zien wij St.-Andreas (patroon van de Bourgondiërs), de Heilige Catharina (patroon van graaf Lodewijk van Male, stichter van de kapel) en St.-Petrus (patroon van Vlaanderen). Op de Zuidwand zien we het Vlaamse woud met de reus Finnaert, graaf Filips van den Elzas (die de Kortrijkse stadsrechten bevestigde en de stad de relikwie van het H. Haar bezorgde), graaf Boudewijn IX (stichter van de O.-L.-Vrouwekerk) en graaf Lodewijk van Male (stichter van de Gravenkapel) te paard.

Literatuur[bewerken]

  • Devlieger, Luc, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, Lannoo, Tielt, 1973, 591pp., ISBN 9020900765
  • Van Dorpe, H., "De Sint-Catharinakapel of Gravenkapel te Kortrijk voor 1944", in: Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, 1963-64, p. 281-298
  • De Cuyper, Jan, "De Gravenkapel van Kortrijk. Opbouw (1370-1374) en herstel na de ramp van 1382", in: De Leiegouw, 1962, nr. 4, p. 5-54
  • Van de Putte, Ferdinand, La chapelle des comtes de Flandre à Courtrai, in: Annales de la Société d'Emulation de Bruges, vol. X, 1875, p. 189-282

Voetnoten[bewerken]

  1. Uitgebreid beschreven in de studie R. Van Belle en V. Nachtergaele "Klein beeldhouwwerk uit de late middeleeuwen. De zwikken van de Kortrijkse Gravenkapel." in: Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk. LXXIX (2016)