Lodewijk van Male

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk van Male
1330-1384
Louis II of Flanders-Lodewijk van Male (1330-1384).jpg
Blason comte-des-Flandres.svg Graaf van Vlaanderen
Periode 1346-1384
Voorganger Lodewijk I
Opvolger Margaretha van Male
Blason comte fr Nevers.svg Graaf van Nevers
Periode 1346-1384
Voorganger Lodewijk II
Opvolger Margaretha
Armoiries Rethel 3 rateaux.svg Graaf van Rethel
Periode 1346-1384
Voorganger Lodewijk II
Opvolger Margaretha
Blason comte fr Nevers.svg Graaf van Bourgondië
Periode 1382-1384
Voorganger Margaretha van Frankrijk
Opvolger Margaretha van Male
Artois Arms.svg Graaf van Artesië
Periode 1382-1384
Voorganger Margaretha
Opvolger Filips van Rouvres
Opvolger Margaretha van Male
Vader Lodewijk II van Nevers
Moeder Margaretha van Frankrijk
Blason comte-des-Flandres.svg
Wapen van Lodewijk.

Lodewijk van Male (kasteel van Male, bij Brugge, 25 oktober 1330 – gesneuveld Sint-Omaars, 30 januari 1384), was enig kind en alzo opvolger van Lodewijk I uit het Huis Dampierre en van Margaretha van Frankrijk. Hij was als Lodewijk II graaf van Vlaanderen, van Nevers en Rethel van 1346 tot zijn dood in 1384.

Na de Slag bij Crécy (26 augustus 1346), waar hij streed voor Filips VI van Frankrijk en waarin hij ernstige verwondingen opliep, verbleef hij tot november 1346 op het kasteel van de hertog van Brabant te Tervuren. De weversgilden, die in de Vlaamse steden de feitelijke macht in handen hadden, dwongen hem ertoe koning Eduard III van Engeland als suzerein te erkennen en zich te verloven met diens dochter Isabella. Dat gebeurde te Sint-Winoksbergen in maart 1347.

Op aanraden van koning van Frankrijk en met de steun van paus Clemens VI en van hertog Jan III van Brabant verbrak Lodewijk zijn verloving en vluchtte in april 1347 naar Frankrijk. Reeds op 1 juli 1347 had te Tervuren zijn verloving plaats met Margaretha, dochter van Jan III van Brabant, met wie hij kort daarna in het huwelijk trad te Vilvoorde. Zij kregen een dochter:

Ondanks dit huwelijk had Lodewijk tientallen bastaardkinderen, maar voor de moraal van die tijd was dat niet zo erg. Bastaardkinderen kwamen vaak voor bij edellieden (hertogen en graven).

Nadat hij met Eduard III van Engeland tot een vergelijk was gekomen, kon hij in 1349 terugkeren naar Vlaanderen en zijn vader opvolgen. Ondertussen bereikte de Zwarte Dood het graafschap en ontwrichte de maatschappij. In 1350 kreeg hij meer krediet van de bevolking toen hij openlijk weigerde eer te betonen aan de nieuwe koning van Frankrijk Jan II van Frankrijk.

Brabantse Successieoorlog[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Brabantse Successieoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na het overlijden van Jan III van Brabant in 1355 en onder het voorwendsel dat zijn schoonvader de Brabantse successie geregeld had zonder zijn goedkeuring, viel hij zijn zwager hertog Wenceslas (echtgenoot van zijn schoonzuster Johanna) aan en versloeg hem te Scheut (17 augustus 1356), in wat de Brabantse Successieoorlog genoemd wordt. Als gevolg van deze overwinning nam hij de steden Mechelen, Antwerpen, Leuven en Brussel in. Bij de Vrede van Aat (3 juni 1357) verwierf hij ook wettelijk de heerlijkheid Mechelen en de stad Antwerpen. Hij eigende zich door de wapenfeiten van 1356 ook de titel van hertog van Brabant toe, doch werd niet erkend in Brabant.

Uithuwelijken dochter[bewerken]

In 1356 - ze was toen 6 jaar - huwelijkte haar vader Margaretha uit aan de tienjarige achterneef Filips van Rouvres, hertog van Bourgondië en graaf van Artesië en de Franche-Comté.

Nadat zijn dochter Margaretha in 1361 weduwe was geworden, kwam Lodewijk tot een overeenkomst met koning Eduard III van Engeland, dat zijn dochter zou huwen met diens vijfde zoon, Edmond, graaf van Cambridge. Deze huwelijksplannen wekten echter wantrouwen bij de hertog van Brabant, de graaf van Henegouwen en vooral bij koning Karel V van Frankrijk. Op aandringen van deze laatste uitte paus Urbanus V zijn bezwaren tegen deze verbintenis, wegens bloedverwantschap (in de vierde graad).

In 1369 huwelijkte hij haar voor de tweede maal uit, en wel aan Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een jongere broer van nieuwe koning Karel V van Frankrijk. Lodewijk kreeg de beloning die hij gevraagd had: de terugkeer naar Vlaanderen van de kanselarijen Rijsel, Dowaai en Orchies, die in 1312 bij het Verdrag van Pontoise aan Frankrijk waren afgestaan.

Gentse opstand[bewerken]

Links: Lodewijk van Male op munt (1360)
Vlaanderen, dubbele groot of botdrager, geslagen onder Lodewijk van Male

Toen in 1379 de Gentse opstand uitbrak, werd Lodewijk in het defensief gedrongen. Zijn aanhangers in Brugge werden verslagen door Filips van Artevelde, in de Slag op het Beverhoutsveld (3 mei 1382). Hij riep de hulp in van Filips de Stoute en de overige regenten van het jonge Franse koning, Karel VI van Frankrijk en kon aldus de overwinning bij de slag bij Westrozebeke behalen (27 november 1382). De rebellie Gent duurde echter tot 8 december 1385, wanneer de Vrede van Doornik werd gesloten tussen de nieuwe graaf Filips de Stoute en een uitgeputte stad.

Lodewijk overleed voordien aan verwondingen na een ruzie en steekpartij met Jan van Berry, broer van Filips de Stoute en Karel V.[1]

Beleid[bewerken]

In 1382, bij het overlijden van zijn moeder, Margaretha van Frankrijk, dochter van Filips V van Frankrijk, vielen hem bovendien ook Artesië en Franche-Comté ten deel en werd hij graaf van Bourgondië.

Graaf Lodewijk van Male (afbeelding uit Flandria illustrata, 1641)

Lodewijks beleid kan men als Realpolitik typeren. Het doel van zijn binnenlandse politiek was te voorkomen dat een machtige coalitie tegen hem zou tot stand komen. Zijn buitenlandse politiek werd eveneens bepaald door het voordeel dat hij uit bestaande constellaties kon halen. Hij nam niet deel aan de Honderdjarige Oorlog en wist daardoor steeds in de gunst van Engeland te blijven. Als graaf van Vlaanderen omringde Lodewijk van Male zich met Vlaamse raadgevers, meestal juristen. In de instellingen die hij oprichtte of moderniseerde, onder meer de Audiëntie, wisten deze raadsheren uiterst behendig en zonder veel tegenstand de steden en de mindere wetten aan het grafelijk gezag te onderwerpen. Op deze wijze legde Lodewijk van Male de basis voor de centraliserende politiek van de Bourgondische hertogen.

Hij was de laatste autonome graaf van Vlaanderen: zijn dochter en erfgename Margaretha van Male bracht door haar huwelijk met Filips de Stoute het graafschap Vlaanderen onder de feitelijke macht van de Bourgondische hertogen.

Voorouders[bewerken]

De voorouders van Lodewijk van Male
Lodewijk van Male
(1330-1384)
Vader:
Lodewijk II van Nevers
(1304-1346)
Grootvader:
Lodewijk I van Nevers
(? -1322)
Overgrootvader:
Robrecht III van Vlaanderen
(1249-1322)
Overgrootmoeder:
Yolande van Bourgondië
(1247-1280)
Grootmoeder:
Johanna van Rethel
(?-1328)
Overgrootvader:
Hugo IV van Rethel
(1244-1285)
Overgrootmoeder:
Isabella van Grandpré
Moeder:
Margaretha van Frankrijk (1310-1382)
Grootvader:
Filips V van Frankrijk
(1293-1322)
Overgrootvader:
Filips IV van Frankrijk
(1268-1314)
Overgrootmoeder:
Johanna I van Navarra
(1273-1305)
Grootmoeder:
Johanna II van Bourgondië
(1291-1330)
Overgrootvader:
Otto IV van Bourgondië
(1248-1303)
Overgrootmoeder:
Mathilde van Artesië
(1270-1329)

Zie ook[bewerken]