Grote knobbelhagedis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grote knobbelhagedis
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2007)
Exemplaar in gevangenschap.
Exemplaar in gevangenschap.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde:Diploglossa (Hazelwormachtigen)
Familie:Xenosauridae (Knobbelhagedissen)
Geslacht:Xenosaurus (Echte knobbelhagedissen)
Soort
Xenosaurus grandis
(Gray, 1856)
Afbeeldingen Grote knobbelhagedis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Grote knobbelhagedis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De grote knobbelhagedis[2] (Xenosaurus grandis) is een hagedis uit de familie knobbelhagedissen (Xenosauridae).[3] De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Edward Gray in 1856. Oorspronkelijk werd de naam Cubina grandis gebruikt.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Het is van de tien soorten knobbelhagedissen de grootste maar wordt niet veel langer dan 25 centimeter. Deze soort heeft een zeer forse kop, een dik en plat lichaam en een zeer dunne, ronde staart. De rug is bruin met een geelbruine, dunne bandering die op de kop ontbreekt maar de staart is juist sterk gebandeerd. Over het gehele lichaam zitten kleine, uitstekende knobbels die niet puntig zijn, en alleen ontbreken op de buikzijde en onderzijde van poten. Op de staart worden deze knobbels kleiner naar de staartpunt toe.

Algemeen[bewerken]

Verspreidingsgebied in het rood.

Zoals alle knobbelhagedissen zont deze soort niet; de lichaamstemperatuur is altijd gelijk aan de omgevingstemperatuur. De habitat bestaat uit zeer vochtige gebieden in tropische regenwouden in Guatemala en Mexico. Het is zowel een bodembewoner als een klimmer die in allerlei biotopen voorkomt; als het maar vochtig is. Zo klimt de hagedis in holle bomen maar omdat hij voornamelijk mieren en gevleugelde termietensoorten eet, het dier komt ook vaak op de bodem om te eten. Naast termieten en mieren worden ook andere insecten, soms kleine zoogdieren en ook plantendelen als bloemen en vruchten gegeten. Bij gevaar wordt de bek opengesperd waarbij een zwart slijmvlies tevoorschijn komt dat dient om af te schrikken.[2]

Levenswijze[bewerken]

De vrouwtjes zijn eierlevendbarend en krijgen een of twee jongen per keer die dan al 8 centimeter lang zijn. De grote knobbelhagedis is niet beschermd en komt (nog) algemeen voor in het natuurlijke leefgebied. Waarschijnlijk heeft het feit dat knobbelhagedissen nachtdieren zijn daar veel mee te maken; overdag verschuilen ze zich onder een struik of in een boom.

Bronvermelding[bewerken]