Gymnasion

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Gymnasion (Nijmegen) voor het gebouw in Nijmegen.

Het gymnasion (Oudgrieks: γυμνασιον, gymnásion) van de Grieken functioneerde oorspronkelijk als de school waar deelnemers aan de (pan-Helleense) spelen hun training hielden alsook een plaats waar men elkaar ontmoette en zich in intellectuele gesprekken mengde. Het gymnasion werd zo genoemd omdat de sporters naakt (γυμνός / gymnos) oefenden. Dit had tot doel de appreciaties voor het lichaam aan te moedigen, maar maakte vaak ook homoseksuele gevoelens tussen de deelnemers aan de training los. De gymnasia en palaistrai (παλαίστρα / palaistra) stonden onder de bescherming van Herakles, Hermes en - in Athene - Theseus[1].

Gymnasium van Pompeï, gezien vanaf de top van de stadiummuur. De centraallinkse laagte werd gevuld met water en werd gebruikt voor zwemoefeningen en nagespeelde zeeslagen. Aan de rechterkant (gedeeltelijk achter een boom) is een lijn van verkoolde boomstronken, de overblijfselen van de bomen van het palaestra dat uitbrandde bij de vulkaanuitbarsting in 79. Tussen deze en de colonnade, is een lijn van jonge boompjes geplant ter vervanging.

Etymologie van het woord gymnasion / gymnasium[bewerken]

Het woord gymnasion is Grieks voor "plaats om naakt te zijn" en is afgeleid van het Griekse woord voor naakt: gymnos. Het Nederlandse woord gymnasium is de gelatiniseerde vorm van dit woord. Historisch gezien was een dergelijke plaats een plaats waar zowel oefening als baden, in het bijzonder gemeenschappelijk baden, plaatsvond.

In 1598, werd de term van "plaats om naakt te zijn" omgevormd tot "plaats van oefening". De afkorting gym werd in 1871 geïntroduceerd. De Griekse term gymnastikos (voor het eerst herspeld als gymnast in 1594) refereerde voortaan aan iemand geoefend in de kunst van lichamelijke oefening, maar niet langer noodzakelijk naakt.

Organisatie van (Oud-Griekse) gymnasia[bewerken]

Diskobolos in het gymnasion, de pikhouweel dient om de aarde los te maken (ca. 490 v.Chr., Louvre).

Het gymnasion vormde een publiek instituut als een privaatschool waar jongens een training ontvingen in fysieke oefeningen. De term palaistra refereerde ook vaak naar dat deel van het gymnasion dat bestemd was voor worstelen en boksen. Het Grieks onderscheidde vaak het gymnasion van de palaistra. Het vaakst was het gymnasion bestemd voor efeben (epheboi) en volwassenen, terwijl de palaistra was gereserveerd voor de opvoeding van kinderen. Daarenboven is het gymnasion een publiek gebouw, terwijl de palaistra vaak een privaatschool was. Tot slot moet er nog op gewezen worden dat het woord gymnasion vaak het geheel van sportieve installaties, de palaistra, de belendende uitrusting (lavabo's, oliemagazijnen, zoutmagazijnen, massagezalen, enz.) en het stadion (piste voor loopraces) aanduidt.

Oorsprong[bewerken]

De atletische wedstrijden waarvoor het gymnasion de middelen voor training en oefeningen leverde, vormden deel van het sociale en geestelijke leven van de Grieken van de vroegste tijden. Zij vonden plaats ter ere van helden en goden; soms maakten ze deel uit van een periodiek festival, soms van de begrafenisriten van een overleden leider. In de loop van de tijd geraakten de Grieken meer gehecht aan zo'n sporten; hun actief vrijetijdsleven, dat in grote mate in de open lucht plaatsvond, voedde deze voorliefde zo dat het bijna een passie werd. De overwinnaar in eender welke atletische wedstrijd werd met de eer en het respect van zijn medeburgers beloond, hoewel hij geen geldprijs won; en een overwinning in de geweldige godsdienstige festivals werd als een eer voor de hele staat gezien. In deze omstandigheden werd de training van deelnemers aan deze grotere spelen een kwestie van publiek belang, en dienovereenkomstig werden speciale gebouwen door de staat, en hun bestuur toevertrouwd aan openbare ambtenaren.


De voorschriften van het gymnasion in Athene werden door Pausanias (I 39 3.) toegeschreven aan Theseus. Solon maakte verscheidene wetten over dit onderwerp; maar volgens Claudius Galenus werd het pas in de tijd van Cleisthenes tot een systeem omgevormd. Terwijl de oorsprong van lichamelijke oefeningregimes niet precies kunnen worden bepaald, kende het gebruik van het naakt oefenen haar oorsprong in de 7e eeuw v.Chr. Er wordt gezegd dat het in Sparta begonnen zou zijn en terwijl verschillende etymologieën naar voren zijn geschoven, meent men dat de voornaamste reden de eroticisatie van het mannelijke lichaam was. Dat wordt ook gedacht het doel van het gebruik van het oliën van het lichaam te zijn, een gewoonte die zo duur was dat ze beduidende publieke en private subsidies vereisten, daar het de belangrijke uitgave in de gymnasia was.

De waardering van de schoonheid van het mannelijke lichaam, dat in het gekoppelde gebruik van naaktheid en decoratie met olijfolie werd weerspiegeld, kan niet gescheiden worden van de samenvallende introductie van de pederastie als een onderwijsinstelling. Dit atletische pederastie complex vond haar oorsprong in de Spartaanse agoge in de vroege 7e eeuw v.Chr. en vandaar uit verspreidde het zich al vlug naar de andere poleis[2].

Organisatie in Athene[bewerken]

In Athene werd tien gymnasiarchoi, een van elke stam, jaarlijks aangesteld. Deze verrichten om beurten de plichten van hun ambt, wat inhield dat ze de personen die voor openbare wedstrijden trainen onderhielden en betaalden, de spelen tijdens de grote Atheense festivals leidden, algemeen toezicht over de moraal van de jeugd uitoefenden en het gymnasion versierden en onderhielden. Dit ambt was een van de gewone publieke diensten en er werd een grote uitgave van de houders ervan verwacht. Onder hen waren tien sophronistai, wier plicht het was de houding van de jeugd te allen tijde na te kijken, en in het bijzonder om aanwezig te zijn bij al hun spelen.

De praktische leeroefeningen en de selectie van de geschikte oefeningen voor elke jongeling waren in handen van de paedotribai en gymnastai, de laatstgenoemde van dezen had ook het overzicht over het resultaat dat deze hadden op de conditie van de leerlingen, en schreef hun iets anders voor wanneer ze ongeschikt waren. De aleiptai olieden en wreven stof op de lijven van de jongelingen, als chirurgen optredend, en beheerden de voorgeschreven medicatie. Volgens Galenus was er ook een leraar voor de verscheidene balspelen.

Gebouwen[bewerken]

Het gymnasion van Sardes is een voorbeeld van de architecturale uitwerking van een hellenistisch gebouw.

De sportzalen gebouwd om aan deze verschillende doelen tegemoet te komen waren grote gebouwen, die niet enkel plaatsen voor elk soort van oefening bevatten, maar ook een stadion, baden, buitenportieken voor gebruik bij slecht weer en overdekte portieken waar de filosofen en mannen van de letteren openbare lezingen hielden en disputen voorlazen. De gymnasia namen naast sportzalen ook bibliotheken op in hun complex. Alle Atheense gymnasia werden buiten de muren van de stad gebouwd, daar zij een veel ruimte innamen.

Vitruvius (V 11.) geeft een gedetailleerde omschrijving van het gebruikelijke grondplan voor gymnasia. Deze bron wordt aangevuld door epigrafische bronnen en archeologische vondsten, zoals het kleinere gymnasion van Priëne uit de hellenistische periode (ca. 130 v.Chr.). Het gymnasion werd het teken bij uitstek van hellenisering en was dan ook een doorn in het oog van de vrome joden toen in 175 v.Chr. de Seleucidische vorst Antiochos IV Epiphanes een gymnasion bouwde in Jeruzalem:

13. en enkelen uit het volk verklaarden zich bereid naar de koning te gaan. Deze gaf hun toestemming vreemde wetten en gebruiken in te voeren. 14 Zo bouwden zij in Jeruzalem een sportschool (= gymnasion) zoals dat bij de heidense volken gebruikelijk was[3]

Men treft gymnasia aan van Massalia tot in de Krim, alsook in de dorpen van het Fayum in hellenistisch Egypte.

Ontwikkeling en nalatenschap[bewerken]

Historische ontwikkeling[bewerken]

Het gymnasion van de Grieken werd al snel meer dan een instelling die uitsluitend aan de atletische oefeningen was gewijd. Het werd al spoedig voor ruimere culturele activiteiten gebruikt, wat natuurlijk ook ten dele kwam door het feit dat de Grieken de belangrijke plaats die lichamelijke oefening in de opvoeding innam onderkenden alsook de relatie tussen oefening en gezondheid. Het gymnasion werd dienovereenkomstig enerzijds verbonden met opvoeding en anderzijds met geneeskunde. Daardoor maakte de training van het lichaam en het onderhoud van de gezondheid en kracht bij kinderen een voorname deel uit van de vroegere Griekse opvoeding. Behalve de tijd gewijd aan letteren en muziek, werd de opvoeding van jongens in de gymnasia geleid, waar ze werden voorbereid, zoals reeds vermeld, in hun moraal evenals in hun lichamelijke training. Wanneer ze ouder werden, namen gesprek en sociale betrekkingen de plaats van de meer systematisch discipline in. Filosofen en sofisten kwamen samen om te spreken en een voordracht in de gymnasia te houden, die dus plaatsen werden voor alle minder systematische geestelijke oefening evenals voor lichamelijke oefening.

In Athene waren er drie grote openbare gymnasia: de Akademeia (Ἀκαδημία. Akadêmia), het Lykeion (Λύκειον, Lykeion) en de Cynosarges (Κυνόσαργες, Kynosarges) - waarvan elk gewijd was aan een speciale god met wiens standbeeld het werd versierd[4]; en elk van hen werd bekend door de beroemde filosofische stroming die ze voortbracht. Plato's leerstelling in de Akademia gaf onsterfelijkheid aan dit gymnasion; Aristoteles' roem straalde af op het Lyceum; en de Cynosarges was het door Cynici druk bezochte gymnasion.

Het gymnasion op Kos.

Plato besteedt wanneer hij het over de opvoeding veel aandacht aan het gymnastisch aspect (zie voornamelijk Politeia III en verscheidene delen van Nomoi ("Wetten"); en volgens Plato was het de sofist Prodicus die als eerste het verband tussen lichaamsoefeningen en gezondheid aantoonde. Dergelijk oefeningen heilzaam vindend voor zijn eigen zwakke gezondheid, formuleerde hij een methode die algemeen aanvaard werd en die door Hippocrates verbeterd werd. Galenus legt de grootste nadruk op het gepaste gebruik van gymnastiek en bij bijna alle antieke medische schrijvers vinden we speciale oefeningen voorgeschreven als behandeling voor speciale ziekten.

Klassieke nalatenschap[bewerken]

De Griekse instelling van het gymnasion werd nooit populair bij de Romeinen, die de training van jongens in gymnastiek met verachting en als bevorderlijk voor luiheid en zedeloosheid beschouwden en van weinig nut voor militairen; hoewel in Sparta de gymnastische training voornamelijk als aanmoediging voor de smaak van de strijd werd gewaardeerd en de lichamelijke kracht bevorderde noodzakelijk voor het gebruik van wapens en de duurzaamheid van ontbering. Onder de Romeinen tijdens de republiek, namen de spelen op de Campus Martius, de plichten van het kampleven en de gedwongen mars en andere ontberingen van de eigenlijke oorlogvoering, de plaats in van de gymnastische oefening die noodzakelijk was voor de Grieken. Het eerste publieke gymnasium te Rome werd door de hellenofiel Nero gebouwd en een andere door Commodus. In de middeleeuwen, hoewel steekspelen en prestaties van ruiterkunst en verschillende soorten veldsporten populair waren, werd de meer systematisch training van het lichaam dat de Grieken met het gymnasion associeerden verwaarloosd; terwijl de therapeutische waarde van speciale oefeningen als door Hippocrates en Galenus schijnt te zijn begrepen uit het zicht verloren werd.

Voetnoten[bewerken]

  1. Pausanias, IV 32.1.
  2. Plato, Nomoi 636c; T.F. Scanlon, The Dispersion of Pederasty and the Athletic Revolution in Sixth-Century BC Greece, in B.C. Verstraete - V. Provencal (edd.), Same-Sex Desire and Love in Greco-Roman Antiquity and in the Classical Tradition of the West, San Francisco, 2005, pp. 63-86.
  3. 1 Makk 1:13-14; Nieuwe Bijbelvertaling (2004).
  4. J. Burnet, Plato's Euthyphro, Apology of Socrates, and Crito, Oxford, 1924, p. 7.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  • Voor deze tekst over Gymnasion is (o.a.) de 11de editie van de Encyclopædia Britannica (1911: en.wikisource) als bron gebruikt. Deze editie bevindt zich vanwege zijn ouderdom in het publiek domein.
  • H-I. Marrou, Histoire de l'éducation dans l'Antiquité, I, Seuil, 1948.
  • T.F. Scanlon, The Dispersion of Pederasty and the Athletic Revolution in Sixth-Century BC Greece, in B.C. Verstraete - V. Provencal (edd.), Same-Sex Desire and Love in Greco-Roman Antiquity and in the Classical Tradition of the West, San Francisco, 2005, pp. 63-86.