Hans Achterhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Herman Johan (Hans) Achterhuis (Hengelo, 1 september 1942) is een Nederlandse filosoof, gespecialiseerd in sociale en techniekfilosofie. Als publiek intellectueel mengt Achterhuis zich regelmatig in maatschappelijke discussies. Hij schreef over thema's als ontwikkelingshulp, welzijnswerk, schaarste en technologie. Achterhuis is emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente.

Levensloop[bewerken]

Achterhuis studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Straatsburg. Hij promoveerde met een proefschrift over Albert Camus. Lange tijd combineerde Achterhuis zijn wetenschappelijke werk met functies bij maatschappelijke organisaties (Werelddiaconaat, Nederlands Centrum voor Buitenlanders). Als docent sociale filosofie was hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, onder andere bij de afdeling Andragologie. In 1988 werd Achterhuis bijzonder hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Wageningen. Van 1990 tot zijn emeritaat in 2007 bekleedde hij de leerstoel Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Achterhuis won in 2003 de Pierre Bayle prijs voor de cultuurkritiek, en in 2009 en 2011 de Socrates-wisselbeker voor respectievelijk Met alle geweld en De utopie van de vrije markt.

Gedachtegoed[bewerken]

Het oeuvre van Achterhuis kenmerkt zich door de verbinding van filosofie met actuele maatschappelijke vraagstukken rond bijvoorbeeld ontwikkelingshulp, welzijnswerk, gezondheidszorg en de milieuproblematiek. Begrippen als arbeid, schaarste, utopie, techniek of geweld, die een belangrijke rol spelen in het begrijpen en ervaren van actuele problemen, worden door Achterhuis aan een kritisch onderzoek onderworpen. Deze aanpak, waarbij filosofie wordt gekoppeld aan een uitgebreid onderzoek van dossiers, rapporten en krantenartikelen, heeft Achterhuis met een aan Michel Foucault ontleende term wel actualiteitsanalyse genoemd.

Twee andere denkers die zijn aanpak en zijn ideeën sterk hebben beïnvloed zijn Ivan Illich en Hannah Arendt. Illich is ook een van de hem inspirerende denkers aan wie hij een hoofdstuk wijdde in zijn Filosofen van de Derde Wereld (1975). Daarin wijdde hij tevens een hoofdstuk aan Mao Tse-Toeng (Mao Zedong), waarvan hij zich later, in 2008 bij het verschijnen van zijn lijvige monografie Met alle geweld uitdrukkelijk zal distantiëren: destijds stelde hij dat de opvattingen van Mao een "ander vrijheidsbegrip" inhielden[1], onder een lichtvaardig voorbijgaan aan de bloedige onderdrukking en grootschalige schendingen van mensenrechten die in China onder Mao plaatsvonden.

Zijn boek De markt van welzijn en geluk uit 1979 was erg succesvol. Achterhuis stelt daarin dat de enorme groei van de sector van het welzijnswerk niet alleen op vooruitgang duidt. Meer hulp betekent niet altijd vooruitgang, maar creëert ook afhankelijkheid. In Het rijk van de schaarste uit 1988 wordt het streven naar vooruitgang bekritiseerd via een uitgebreide verkenning in de geschiedenis van de filosofie rond het begrip schaarste. Een centrale stelling is dat de toenemende gelijkheid, die de moderne tijd zo prijst, ook de bron is van voortdurende onderlinge vergelijking en concurrentie. Als gevolg hiervan zal vooruitgang nooit de schaarste aan voedsel, aan zorg, of welk ander goed dan ook kunnen oplossen; schaarste bestaat eerder in een overschot aan behoeften dan in een tekort aan hulpbronnen. Het thema van de overwinning van fundamentele tekorten komt typisch tot uiting in het idee van de utopie. Het utopisch verlangen met als grote schaduwkant het totalitarisme is het onderwerp van De erfenis van de utopie uit 1998. In deze studie is bovendien veel aandacht voor de techniek, als het middel bij uitstek ter realisatie van het het utopisch vooruitgangsgeloof. Rond het thema moralisering van apparaten levert Achterhuis met dit boek ook een bijdrage aan het denken over de invloed van technologie op mensen in de hedendaagse cultuur. In 2008 verschijnt Met alle geweld. In deze omvangrijke studie besteedt Achterhuis aandacht aan allerlei facetten en aspecten van de rol van het geweld in de maatschappij.

Achterhuis' boek De utopie van de vrije markt behandeld de utopische aspecten van het neoliberalisme. In De kunst van het vreedzaam vechten vergelijkt Achterberg de situatie van IS met de Godsdienstoorlog in Duitsland en de Chinese oorlog van de 19e eeuw en resp. begin van gangbare jaartelling die feitelijk veel gewelddadiger waren, maar in onze tijd zijn we niet bestand tegen geweld (zien).

Denker des Vaderlands[bewerken]

Achterhuis werd in 2011 uitgeroepen tot de eerste Denker des Vaderlands. De eretitel is een initiatief van Filosofie Magazine, Stichting Maand van de Filosofie, in samenwerking met dagblad Trouw om de media te verrijken met een filosofisch zwaargewicht, die de hectiek van het nieuws in een groter verband kan plaatsen. In 2013 werd hij als Denker des Vaderlands opgevolgd door René Gude.

Bibliografie (selectie)[bewerken]

  • 1969: Camus: De moed om mens te zijn
  • 1973: De uitgestelde revolutie: Over ontwikkeling en apartheid.
  • 1975: Filosofen van de derde wereld: Frantz Fanon, Che Guevara, Paulo Freire, Ivan Illich, Mao Tse-Toeng, uitg. Ambo, Bilthoven (diverse heruitg.)
  • 1981: De markt van welzijn en geluk: Een kritiek van de andragogie [2]
  • 1984: Arbeid, een eigenaardig medicijn
  • 1988: Het rijk van de schaarste: Van Thomas Hobbes tot Michel Foucault, Baarn: Ambo
  • 1990: 'Minachting voor de geschiedenis', in Krisis tijdschrift voor actuele filosofie, 1990, nr. 3. [3]
  • 1992: De maat van de techniek: Zes filosofen over techniek, Günther Anders, Jacques Ellul, Arnold Gehlen, Martin Heidegger, Hans Jonas en Lewis Mumford, Baarn: Ambo (met Pieter Tijmes en Paul van Dijk)
  • 1995: Natuur tussen mythe en techniek, Baarn: Ambo
  • 1997: Van stoommachine tot cyborg; denken over techniek in de nieuwe wereld, Baarn: Ambo (samen met anderen)
  • 1998: De erfenis van de utopie, Amsterdam: Ambo
  • 1999: Politiek van goede bedoelingen, Amsterdam: Boom
  • 2005: 'Geweld', in: Krisis, tijdschrift voor actuele filosofie, 2005, nr. 4.[4]
  • 2006: Utopie, Amsterdam: Ambo
  • 2008: Met alle geweld: Een filosofische zoektocht, Rotterdam: Lemniscaat
  • 2010: De utopie van de vrije markt, Rotterdam: Lemniscaat
  • 2011: Zonder vrienden geen filosofie, Rotterdam: Lemniscaat
  • 2014: De kunst van het vreedzaam vechten, Rotterdam: Lemniscaat (met Nico Koning)
  • 2015: Erfenis zonder testament, Rotterdam: Lemniscaat (met Maarten van Buuren)
  • 2016: Koning van Utopia, Nieuw licht op het utopisch denken, Rotterdam: Lemniscaat

Vertaling:

  • 2001: American Philosophy of Technology: the Empirical Turn, Bloomington/Minneapolis: Indiana University Press

Externe links[bewerken]