Hegemonie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hegemonie Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg) (Gr. ἡγεμών, hègemoon, "aanvoerder, gids") noemt men het overwicht op uiteenlopende gebieden als, politiek, handel, cultuur en ideologie van een partij of staat over andere partijen of staten, waardoor de eerste indirecte macht over de andere kan uitoefenen.

In de internationale betrekkingen spreekt men over een hegemonie als er een duidelijk overwicht van een actor over andere actoren plaatsvindt zonder dat er sprake is van directe geweldsuitoefening. Ook het gebruik van het woord in de Griekse oudheid heeft deze betekenis. Een voorbeeld van hegemonie in de oudheid is de leidende rol van Sparta in het Peloponnesische verbond.

Culturele hegemonie[bewerken]

In de theorieën van de Italiaanse denker Antonio Gramsci en zijn navolgers is culturele hegemonie een cultureel leiderschap dat wordt uitgeoefend door de bevoorrechte klassen van een maatschappij. Deze klassen (bijv. de adel in de middeleeuwen, de rijken in het kapitalisme) kunnen door controle over onderwijs, massamedia, wetenschap, kerk, verenigingsleven etc. de normen, waarden en perceptie van de werkelijkheid van de overige klassen (hun ideologie) grotendeels vormen. Op deze manier kunnen de bevoorrechte klassen hun eigenbelang als het belang van de andere klassen presenteren en hun tegenstanders marginaliseren.

Gramsci's idee van culturele hegemonie beïnvloedde de studentenbeweging van 1968; met name Rudi Dutschkes idee van een "lange mars door de instituties" was erop geïnspireerd (en deze term wordt soms onterecht aan Gramsci toegekend).[1] Ook Louis Althusser maakte van Gramsci's analyse gebruik.

Hegemoniale stabiliteit[bewerken]

De hegemoniale stabiliteitstheorie is een theorie gebaseerd op het progressief liberalisme en gaat over de totstandkoming van internationale publieke goederen. In de theorie staan internationale regimes of stelsels van afspraken centraal, de publieke goederen. Normaal gesproken zouden deze goederen niet tot stand komen doordat het probleem van de freeriders de kop op steekt. In de hegemoniale stabiliteitstheorie echter worden de kosten voor het tot stand brengen van het publieke goed opgebracht door de hegemoon en zijn andere partijen dus de facto allemaal free-riders. De hegemoon doet dit omdat het regime dat tot stand komt veel voordeliger voor hem is dan voor andere partijen. De totstandkoming van het Bretton Woodssysteem, waarbij internationale wisselkoersen werden gegarandeerd door de dollar goud standaard, is een voorbeeld van hoe de hegemoon een publiek goed garandeert (internationale wisselkoersen), waarbij de voordelen (aan kunnen gaan van ongedekte internationale leningen) opwegen tegen de kosten (garantie dollar goudstandaard).

Literatuur[bewerken]

  1. Joseph A. Buttigieg. "The Contemporary Discourse on Civil Society: A Gramscian Critique". boundary 2 32(1). ISSN 0190-3659.