Parijse studentenrevolte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In mei 1968 brak vanuit een studentenopstand een algemene staking uit over heel Frankrijk, de Parijse studentenrevolte genaamd. Ook in andere landen waren er grootschalige protesten. Al snel namen de gebeurtenissen bijna revolutionaire vormen aan, tot het protest uiteindelijk uitstierf na onderdrukking door de overheid. De manifestaties waren uniek omdat ze niet uitgingen van een bepaalde bevolkingsgroep, maar omdat ze etniciteit, cultuur, klasse en leeftijd overstegen.

De proteststakingen waren vooral gericht tegen de "oude maatschappij" en traditionele moraliteit, waarbij vooral het onderwijssysteem en werkgelegenheid bekritiseerd werden. In Parijs namen deze opstanden zulke enorme vormen aan dat er straatgevechten ontstonden tussen betogers en politie. President Charles de Gaulle hield een spoedvergadering om de onrust op te lossen en schreef uiteindelijk op 23 juni 1968 nieuwe parlementsverkiezingen uit. De protestacties namen af, maar tegen alle verwachtingen in scoorde de Gaulle hoger dan ooit tijdens de verkiezingen.

1968 was over het algemeen een onrustig jaar waarin internationaal veel politieke revoluties en opstanden uitbraken, maar de politieke gevolgen uiterst klein waren. De gebeurtenissen hadden echter wel een enorme sociale impact. Mei 1968 wordt als een kantelmoment gezien tussen de oude, conservatieve maatschappij met haar moralistische idealen op vlak van religie, patriottisme en respect voor autoriteit naar een meer progressieve maatschappij die individualisme en meer sociale vrijheid propageert.

Geschiedenis[bewerken]

Charles de Gaulle.

Het begon als een reeks studentenstakingen die uitbraken aan een aantal universiteiten en middelbare scholen in Parijs. Nadat de regering van Charles de Gaulle probeerde de stakingen neer te slaan met politiegeweld, ontvlamde de toestand nog verder, met straatgevechten tegen de politie in het Quartier Latin, gevolgd door een algemene staking van de studenten en tien miljoen arbeiders in Frankrijk, ongeveer twee derde van de Franse arbeidersbevolking.

De protesten bereikten het punt dat de Gaulle een militair hoofdkwartier oprichtte om de onlusten te bestrijden, en dat hij het parlement ontbond en verkiezingen uitschreef voor 23 juni 1968.

De regering was dicht bij de volledige ineenstorting, maar de revolutionaire situatie verdween even snel als ze gekomen was. De arbeiders gingen weer aan het werk en de Gaullisten kwamen sterker uit de verkiezingen.

Veel manifestanten waren aanhangers van linkse bewegingen, communisme en anarchisme. Velen zagen een gelegenheid om de "gevestigde maatschappij" door elkaar te schudden in allerlei opzichten, zoals op het gebied van onderwijsmethoden en het propageren van de vrije liefde. Een kleine minderheid was extreem-rechts, de overgrote meerderheid extreem-links.

Boegbeelden van de beweging waren onder meer de filosofen Jean-Paul Sartre, Jacques Derrida en Herbert Marcuse, de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, de Duitse agitator Rudi Dutschke en de Franse studentenleider Daniel Cohn-Bendit, die algemeen als de aanstichter wordt beschouwd en nadien tot persona non grata werd verklaard in Frankrijk.

Internationaal[bewerken]

Ook elders in de wereld waren er protesten:

Kritiek[bewerken]

De beweging heeft ook van meet af aan strenge critici gehad. Zij beschrijven Mei 68 als een "tijd van zinsverbijstering" die leidde tot permissiviteit, cultuurrelativisme en de seksuele revolutie initieerde[1]. Een van hen was de Freudiaanse psychoanalyticus Jacques Lacan. In zijn collegereeks L'envers de la psychoanalyse in 1969 verweet Lacan zijn grotendeels maoïstische leerlingen dat de universiteit waar de studenten tegen streden al lang was begonnen hun vrijheid over te nemen. Hun opstand was niet meer dan een abstracte, academische formaliteit, aldus Lacan. Hij eindigde zijn collegereeks dan ook met een pleidooi voor de schaamte: "Jullie moeten je schamen! Wat een aanfluiting, die opstand!" "Maar", voegde hij er sarcastisch aan toe, "wees maar niet bang, je sterft gelukkig niet zomaar aan schaamte."

Naar aanleiding van 40 jaar Mei 68 werden in 2008 tal van kritische analyses gemaakt. In Frankrijk maakte bijvoorbeeld André Glucksmann, zelf een oud-strijder, de balans op, en stelde dat "'68 verantwoordelijk is voor een intellectueel en moreel relativisme dat Frankrijk kapot maakt."

In Duitsland ten slotte trekt de historicus Götz Aly in zijn boek Unser Kampf 1968 een provocerende parallel tussen de '68-beweging en het opkomende nazisme in de jaren 30 van de 20ste eeuw.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Erfenis van mei '68, Miel Swillens, Tertio, 30 april 2008