Henriëtte Pimentel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Werk aan de winkel Dit artikel staat op een nalooplijst. Als je de inhoud op verifieerbaarheid gecontroleerd hebt, kun je dit sjabloon verwijderen. Bekijk ook de bewerkingsgeschiedenis om te zien of anderen hier al aan gewerkt hebben.
Henriëtte Pimentel
Henriëtte Henriquez Pimentel (1876-1943).jpg
Volledige naam Henriëtte Henriquez Pimentel
Geboren 17 april 1876, Amsterdam
Overleden 17 september 1943, Auschwitz

Henriëtte Henriquez Pimentel (Amsterdam, 17 april 1876 - Auschwitz, 17 september 1943) was een onderwijzeres en Joodse verzetsvrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen in Nederland aan een onderduikadres hielp.

Biografie[bewerken]

Zij was het tiende kind van diamanthandelaar Nathan Pimentel en Rachel Oppenheimer. Pimentel ging naar de kweekschool en begon in 1907 in het souterrain van Sarphatistraat 115 een Fröbelklasje, dat later naar nummer 129 en 155 verhuisde. Van 1899-1916 was ze getrouwd met Samuel Rodriques Pareira.

In 1926 werd zij leidster van de crèche aan de Plantage Middenlaan 31 in Amsterdam, die twee jaar eerder als Vereeniging Zuigelingen-Inrichting en Kinderhuis was opgericht. Zowel Joodse als niet-Joodse kinderen konden naar de crèche worden gebracht en jonge vrouwen konden er intern een opleiding tot kinderverzorgster volgen. Pimentel woonde in het pand, net als de Joodse Sieny Cohen-Kattenburg.

Oorlogsjaren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kindersmokkel Hollandsche Schouwburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft zij geholpen het leven te redden van ongeveer 600 Joodse kinderen samen met onder meer Walter Süskind, Johan van Hulst en Felix Halverstad, die speciaal belast was met het vervalsen van persoonsbewijzen en het doen verdwijnen van naamgegevens uit de administratie van de schouwburg. De kinderopvang lag tegenover de Hollandsche Schouwburg, die op nummer 20 was. De naam van de Hollandsche Schouwburg werd in 1941 door de Duitsers veranderd in Joodse Schouwburg, waar alleen Joden mochten optreden en alleen Joden mochten komen kijken. Terwijl de bezoekers naar de schouwburg gingen, werden de kinderen in de crèche opgevangen.

Toen in augustus 1942 de Joden uit Amsterdam en omstreken zich bij de schouwburg moesten melden voor deportatie, of er onder dwang naartoe gebracht werden om vervolgens naar Kamp Westerbork te worden gedeporteerd, liet de crèche veel kinderen verdwijnen. Hiervoor moest eerst de toestemming van de ouders verkregen worden, hetgeen vaak veel overredingskracht kostte. Velen konden niet geloven dat ze daarmee het leven van hun kind zouden redden.

Pimentel en Cohen-Kattenburg brachten zo veel mogelijk kinderen naar mensen van het verzet. Vier verzetsgroepen hielden zich bezig met het onderbrengen van de kinderen: de Naamloze Vennootschap (NV-groep) met Joop Woortman, het Utrechts Kindercomité, de Trouwgroep en de Amsterdamse Studenten Groep met Piet Meerburg, die zijn rechtenstudie afbrak om deze groep te helpen.

Pimentel was al op 26 april gearresteerd. In juli 1943 werd zij naar Auschwitz gedeporteerd en overleed daar op 17 september 1943. De crèche werd diezelfde maand gesloten en in 1976 afgebroken.

Eerbetoon[bewerken]

  • In Amsterdam Nieuw-West zijn in mei 2016 zes bruggen vernoemd naar vrouwelijke verzetsstrijders, onder wie Pimentel