Honingboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Honingboom
bomen in blad
bomen in blad
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
Familie: Leguminosae (Vlinderbloemfamilie)
Onderfamilie: Papilionoideae
Geslacht: Styphnolobium
Soort
Styphnolobium japonicum
(L.)Schott (1831)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De honingboom (Styphnolobium japonicum, synoniem: Sophora japonica) is een bekende boom uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). In Nederland wordt de boom gebruikt in brede straten en parken; hij lijkt wel iets op de robinia (Robinia pseudoacacia).

De soort komt van nature voor in China en Korea en wordt in Japan gebruikt als tempelboom en boom op begraafplaatsen. In 1747 werden de eerste zaden door een Franse jezuïet naar le Jardin des Plantes in Parijs gestuurd. De honingboom kan 15-20 m hoog worden. De boom heeft een brede, ronde, open kroon en een grijsgroene schors, waarin door de diktegroei op latere leeftijd scheuren in ontstaan. De twijgen zijn donkergroen evenals de enkele jaren oude takken. Het onevengeveerde blad is tot 25 cm lang en bestaat uit zeven tot zeventien eironde-elliptische geelgroene blaadjes. De boom bloeit vanaf tien- (op warme plaats) tot twintigjarige leeftijd in augustus en september met roomgele tot roomwitte bloemen, die een tot 30 cm lange pluim vormen. De bloemen bevatten veel nectar en worden dan ook veel bezocht door honingbijen. De vrucht is een 5-8 cm lange peul met ingesnoerde zaden en wordt daarom soms ook wel snoerboom genoemd.

In de tuin[bewerken]

De boom groeit het beste in de volle zon op een warme plaats; ze kan door vorst beschadigd worden. De boom wordt door zaaien of vegetatief vermeerderd.

De cultivar Styphnolobium japonicum 'Regent' is ontwikkeld in de Verenigde Staten en is in Nederland verkrijgbaar.

Ziekten[bewerken]

De honingboom kan aangetast worden door de schimmel Fusarium lateritium en soms door Nectria galligena.