Hoteldebotel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoteldebotel is een, uit het Jiddisch afkomstige, Nederlandse uitdrukking. Afhankelijk van de context betekent het "helemaal van streek", "stapelgek", "verrukt van iets", of ook wel "(dol)verliefd".[1][2]

Oorsprong en etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

De uitdrukking is in het Nederlands overgegaan via het Jiddische over oe-batl (עבר ובטל), hetgeen verbasterd is tot overlewotel in de betekenis van "geheel overstuur".[3] Het woord is ontleend aan het Hebreeuwse awar oe-wotel, hetgeen "heengegaan en verdwenen (van de wereld)" betekent. Dit begrip is ontleend aan het Misjna-traktaat Avot (אבות), ook Pirké Avot (פרקי אבות) genaamd ("Spreuken der vaderen"), hetgeen onderdeel van de zogenaamde "mondelinge leer" vormt.[4]

Oorspronkelijk werd het woord overbotel gebruikt om de waarde van offers aan God weer te geven. Als het offer niet op de juiste plek werd gebracht of niet van de beste kwaliteit was, werd het niet goed bevonden en was het ongeldig oftewel overbotel.[5]

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

In het dagelijks taalgebruik wordt het woord vooral gebezigd als men door een bepaalde emotie totaal van slag is. Dat kan in de context van verliefdheid zijn waarmee dan bedoeld wordt dat iemand totaal verzot is op een ander, maar ook bij een droeve gebeurtenis waardoor men van slag is geraakt en niet meer aanspreekbaar.

In het Modern-Hebreeuws wordt met over batel (עוֹבֵר בָּטֵל) een lui, weinig presterend mens aangeduid of iemand die op leeftijd dan wel stervende is.

Televisie[bewerken | brontekst bewerken]

In 1976 werd de uitdrukking als woordspeling gebruikt voor de Nederlandse versie van Fawlty Towers, Hotel de Botel, een televisieserie die speelt in een hotel waar zich verwarrende toestanden afspelen.

Zoek hoteldebotel op in het WikiWoordenboek.