Huis Ursel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huis Ursel
Huis Ursel
Verheffing 1638: rijksgraaf
1716: hertog van Ursel
Stamvader Gaspard Schetz
Familiehoofd Stéphane, 10de hertog d'Ursel
Titels

hertog d'Ursel

Conrad Albert, 1e hertog van Ursel
Charles-Joseph, 4e hertog d'Ursel

D'Ursel is een Belgisch adellijk geslacht. Het familiehoofd voert de titel hertog d'Ursel, de andere telgen die van graaf of gravin d'Ursel. De naam verwijst naar het plaatsje Ursel in Oost-Vlaanderen.

Geschiedenis[bewerken]

Het geslacht van Ursel heette oorspronkelijk Schetz. Begin vijftiende eeuw was Gaspard Schetz poorter van Schmalkalden in Thüringen. Omstreeks 1480 vestigde de familie zich in Hasselt en Maastricht. Erasmus Schetz (1476-1550), wiens vader Coenrart (?-1499) muntmeester van de prins-bisschop van Luik was, vestigde zich in Antwerpen en stichtte een belangrijke handelsonderneming. Hij kocht in 1545 de heerlijkheid Grobbendonk. Zijn zoon Gaspard (1513-1580), eveneens handelaar, werd in 1560 algemeen schatbewaarder der Nederlanden. Hij erfde Grobbendonk en kocht later ook Wezemaal, Heist en Hingene. Zijn tweede vrouw was Catherina van Ursel, dochter van de Antwerpse burgemeester Lancelot van Ursel. Gaspards oudste zoon Lancelot (1550-1619) was burgemeester van Brussel; zijn tweede zoon Jan Karel (1552-1590) kanselier van de Orde van het Gulden Vlies. De vierde zoon Conrad Schetz (1553-1632), heer van Hingene, baron van Hoboken, liet zich adopteren door zijn tante Barbara van Ursel en nam haar naam aan. De jongste zoon Anthonie Schetz (1561-1640), graaf van Grobbendonk, was militair gouverneur van 's-Hertogenbosch.

Conrads zoon Conrard (1592-1659) werd in 1638 verheven tot rijksgraaf en diens kleinzoon Conrad Albert (1665-1738), gouverneur van Namen, tot 1e hertog van Ursel (1716) en van Hoboken (1717). Hij erfde in 1726 de bezittingen van de uitgestorven tak van Anthonie. De tweede hertog, zijn zoon Karel van Ursel (1717-1775), was Oostenrijks luitenant-veldmaarschalk en militair gouverneur van Brussel. Zijn zoon Wolfgang Willem (1750-1804) speelde een rol in de Brabantse Omwenteling en diens zoon Charles-Joseph (1777-1860), de vierde hertog, was minister in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en later senator in België. Hij is de stamvader van alle huidige D'Ursels. Zijn kleinzoon Joseph (1848-1903) was eveneens Belgisch senator en gouverneur van Henegouwen en West-Vlaanderen. Henri (1900-1974), achtste hertog en kleinzoon van Joseph, genoot enige bekendheid als regisseur.

Het familiebezit is verdeeld onder de familieleden. De hertogen hebben gekozen het kasteel te Hingene aan de provincie Antwerpen te verkopen. De huidige hertog, Stéphane (1971) verhuisde in 2009 naar Panama[1]. De familiestukken worden thans beheerd door de familievereniging of in bruikleen gegeven aan de provincie Antwerpen.

Residenties[bewerken]

De eerste residentie, het kasteel van Hoboken, werd in de achttiende eeuw verlaten voor het kasteel van Hingene.

Het buitengoed in Hingene kwam in 1608 in het bezit van Conrard Schetz, die het liet uitbouwen tot een zomerverblijf. In zijn huidige vorm dateert het uit de periode 1713-1714. Het was gedurende meer dan 350 jaar het buitenverblijf van de hertog en zijn familie. Vier opeenvolgende hertogen waren burgemeester van de gemeente Hingene tussen 1820 en 1921. De laatste generaties konden het familiepatrimonium niet meer beheren, onder meer wegens de hoge erfenisrechten. Vanaf 1973 bleef het kasteel onbewoond. Het werd in 1994 aangekocht door de provincie Antwerpen, die het restaureerde. Het heeft een groot park en een jachtpaviljoen aan de Schelde. Het staat open voor het publiek.

Het jachtpaviljoen De Notelaer is goed bewaard gebleven en is een cultureel centrum geworden.

In Brussel resideerde de familie in een stadspaleis aan de Loksumstraat, sinds 1595 eigendom van de familie Schetz. Dit prestigieuze hôtel d'Ursel kwam in handen van vastgoedontwikkelaars en werd in 1960 gesloopt. In de plaats kwam een hoogbouw, die de zetel werd van de Nationale Loterij en waarvan in 2003 de bovenste verdiepingen werden afgebroken. Daarnaast zijn ook het kasteel van Heks en het kasteel Linterpoorten in het bezit van naamdragers.

Het kasteel Gruuthuse in Oostkamp behoort toe aan een tak van de familie d'Ursel, en het kasteel d'Ursel in Durbuy aan een andere tak. Beide kastelen worden permanent door familieleden bewoond.

Hertogen van Ursel (thans d'Ursel)[bewerken]

  1. 1716-1738: Conrad Albert (1665-1738), gehuwd met Eleonora van Salm
  2. 1738-1775: Karel (1717-1775),gehuwd met Eleonora van Lobkowicz
  3. 1775-1804: Wolfgang Willem (1750-1804), gehuwd met Flore van Arenberg
  4. 1804-1860: Charles-Joseph (1777-1860), gehuwd met Josephine Ferrero Fieschi, senator
  5. 1860-1878: Léon (1805-1878), gehuwd met Sophie d'Harcourt en Henriette d'Harcourt, senator
  6. 1878-1903: Joseph (1848-1903), gehuwd met Antonine de Mun, senator
  7. 1903-1955: Robert (1873-1955), gehuwd met Sabine de Franqueville, senator
  8. 1955-1974: Henri d'Ursel (1900-1974), gehuwd met Antoinette de la Trémoille en vervolgens met Madeleine André
  9. 1974-1989: Antonin d'Ursel (1925-1989), gehuwd met Ursula Michaelsen
  10. 1989-heden: Stéphane d'Ursel (1971), gehuwd met Catherine Bourguignon. Kinderen: Sarah (1996) en Matisse (2001)

Stéphane d'Ursel behaalde het licentiaat in de geschiedenis aan de ULB in 1998 met een thesis gewijd aan een familiaal onderwerp onder de titel Une fortune princière sous l'Ancien Régime. L'exemple de la famille d'Ursel.

Graven d'Ursel[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Familie[bewerken]

  • A. LOUANT, L'origine de la famille d'Ursel, in: Annales du Congrès de Liège, 1968.
  • A. LOUANT, Les d'Ursel de la branche anversoise en Brabant, in: Wavriensia, 1968.
  • A. GRAFFART, Inventaire des archives de la famille d'Ursel, Brussel, Rijksarchief, 1998.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 2000, Brussel, 2000.
  • Baudouin D'URSEL, Les Schetz. La Maison de Grobbendonk. La Maison d'Ursel, Recueil Office de Généalogie et d'Héraldique de Belgique, 2 vol., 2005.
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972.
  • Jean-Luc DE PAEPE & Christiane RAINDORF-GERARD, Le Pazrlkement berlge, 1831-1894, Brussel, 1996.
  • Humbert DE MARNIX DE SAINTE ALDEGONDE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 2013, Brussel, 2013.

Eigendommen[bewerken]

  • A. VANRIE, Archives de la famille d'Ursel. I. Série de cartes et plans, Brussel, Rijksarchief, 1982.
  • A. BERGMANS & J. BUIJS (dir.), Een belvédère aan de Schelde. Het paviljoen De Notelaer in Hingene, 2010.
  • J. BUNGENEERS & K. DE VLIEGER-DE WILDE, Zomers in Hingene. Het kasteel d'Ursel en zijn bewoners, 2012.