Johan George I van Saksen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johan George I van Saksen
1585-1656
Johann Georg I Saxony.jpg
Keurvorst van Saksen
Periode 1611-1656
Voorganger Christiaan II
Opvolger Johan George II
Vader Christiaan I van Saksen
Moeder Sophie van Brandenburg

Johan George I van Saksen (Dresden, 5 maart 1585 - aldaar, 8 oktober 1656) was van 1611 tot aan zijn dood keurvorst van Saksen. Hij behoorde tot de Albertijnse linie van het huis Wettin.

Levensloop[bewerken]

Johan George was de tweede zoon van keurvorst Christiaan I van Saksen en diens echtgenote Sophie, dochter van keurvorst Johan George van Brandenburg. In 1611 volgde hij zijn oudere broer Christiaan II op als keurvorst van Saksen en aartsmaarschalk van het Heilige Roomse Rijk.

Het begin van Johan Georges regeerperiode viel in een tijd van verscherpende spanningen tussen katholieken en protestanten in het Heilige Roomse Rijk. De lutheraanse Johan George streefde een traditionele verzoeningspolitiek na en wilde de status quo van de Godsdienstvrede van Augsburg handhaven. Hij aanvaardde de keizerlijke macht die in handen was van het katholieke huis Habsburg en wees elke alliantie met de calvinisten, aangevoerd door keurvorst Frederik V van de Palts, categoriek af.

In 1619 wees hij tijdens de Boheemse Opstand de verkiezing van Frederik V tot koning van Bohemen af. Johan George ging een bondgenootschap aan met de tegenpartij aangevoerd door keizer Ferdinand II en bestreed de aanhangers van de calvinistische Frederik V in Lausitz en Silezië.

Na de Slag bij de Witte Berg, waarbij Frederik V verslagen werden, beschouwde hij de Contrareformatie die Ferdinand II in Bohemen en Silezië doorvoerde als een breuk van zijn overeenkomst met de keizer. In het verdere verloop van de Dertigjarige Oorlog bleef hij neutraal. Door de plundertochten van de Katholieke Liga voelde hij zich uiteindelijk gedwongen om zich aan te sluiten aan de zijde van koning Gustaaf II Adolf van Zweden. De nieuw samengestelde Saksische leger sloot zich in Düben aan bij het Zweedse leger en in 1631 kon hij na de Slag bij Breitenfeld de vijand uit zijn land verdrijven.

Na de dood van Gustaaf II Adolf in de Slag bij Lützen in 1632 en de keizerlijke overwinning in de Slag bij Nördlingen in 1634, sloot Johan George zich in 1635 aan bij de Vrede van Praag, waarbij hij beleend werd met beide delen van Lausitz als erfelijk bezit. Hij verbond zich met keizer Ferdinand II om de Franse en Zweedse troepen uit zijn rijk te verdrijven. Dit leidde ertoe dat zijn land door Zweedse troepen verwoest werd.

In 1636 belegerde Johan George samen met keizerlijke troepen de door Zweden bezette stad Maagdenburg, die in juli van dat jaar capituleerde. In 1636 en 1639 verschenen de Zweedse troepen nogmaals in Saksen, waarbij onder meer de stad Zwickau bezet werd. In juli 1642 kon Johan George deze stad heroveren. Nadat de Saksische troepen in 1644 door Zweden vernietigend verslagen werden, werd hij gedwongen om zware contributies betalen. In 1645 sloten beide partijen de Wapenstilstand van Kötzschenbroda, wat voor het keurvorstendom Saksen het einde betekende van de zwaarste periode in de Dertigjarige Oorlog. Deze oorlog werd in 1648 beëindigd met de Vrede van Westfalen.

Johan George I lag meermaals in conflict met de Staten, omdat er door de Dertigjarige Oorlog en zijn spilzuchtige hofhouding een hoge schuldenberg was ontstaan. Ook had hij een grote jachtpassie en was hij drankzuchtig. Om aan deze passies te voldoen, liet hij in het wijngoed Höfloßnitz in Radebeul een lustslot bouwen en het slot van Börln ombouwen tot jachtslot. Ook was hij een grote hondenvriend, waarbij hij in het bijzonder aangetrokken werd door de Duitse dog.

In 1623 kocht hij de heerlijkheid Dobrilugk, waardoor hij bezit kreeg over het Slot van Dobrilugk, dat hij liet ombouwen tot jachtslot. Ook stichtte hij in 1654 de stad Johanngeorgenstadt, die speciaal bestemd was voor protestantse vluchtelingen uit Bohemen.

In oktober 1656 stierf Johan George I op 71-jarige leeftijd.

Huwelijken en nakomelingen[bewerken]

Op 16 september 1604 huwde hij met Sibylla Elisabeth (1584-1606), dochter van hertog Frederik I van Württemberg. Ze stierf tijdens de bevalling van hun enige zoon, die doodgeboren werd.

Op 19 juli 1607 huwde Johan George I met zijn tweede echtgenote Magdalena Sibylla (1586-1659), dochter van hertog Albrecht Frederik van Pruisen. Ze kregen tien kinderen: