Johannes Lupi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Johannes Lupi
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Land Cambrai-bisdom.PNG Habsburgse Nederlanden Kamerijk
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Johannes Lupi (omstreeks 1506 – overleden op 20 december 1539) was een Kamerrijkse polyfonist uit de renaissance. Als vertegenwoordiger van de generatie na Josquin was hij een componist van mindere betekenis, die hoofdzakelijk in Kamerijk werkte.

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn geboorteplaats is onbekend, maar hij diende als koorknaap in de Kathedraal van Kamerijk. Lupi leefde het grootste deel van zijn leven in Kamerijk. Hij verliet de stad tijdelijk voor de universiteit van Leuven, waar hij studeerde van 1522 tot 1526. In 1526 keerde hij terug naar de kathedraal als parvus vicarus. Een jaar later werd hij meester van de koorjongens van de kathedraal van Kamerijk, in opvolging van Johannes Remigli. De betrekking hield in dat hij de koorjongens huisvesting en verzorging diende te verstrekken en dat hij vanzelfsprekend ook voor hun muzikale opvoeding instond. Hij werd magnus vicarus en uiteindelijk onderdiaken. Hoewel hij altijd opnieuw in dienst werd genomen, werd Lupi verschillende keren ontslagen, meestal omdat hij er niet in slaagde zijn taken tot een goed einde te brengen, maar ook omdat hij zijn boekhouding niet goed bijhield.

Lupi had een in de bronnen nergens met naam genoemde chronische ziekte, die hem in de loop van de jaren 1530 in toenemende mate parten speelde, reden waarom hij zijn betrekking in 1535 moest opgeven. Aannemelijk is dat de ziekte aan de oorsprong ligt van zijn voortijdig overlijden in 1539.

Stijl en invloed[bewerken | brontekst bewerken]

Alle bewaard gebleven muziek is a capella. Van zijn missen zijn er slechts twee overgeleverd, maar Lupi schreef ook verschillende motetten en chansons; de motetten werden verzameld en gedrukt in 1542 door Pierre Attaingnant.

Stilistisch was zijn muziek verwant aan die van Nicolas Gombert en vertoonde ze de typische kenmerken van de generatie na Josquin, met zijn dichte polyfone textuur en rijke imitatie. Lupi bleef echter bijzonder gevoelig voor tekstplaatsing: hij was in staat de tekstverstaanbaarheid zelfs in achtstemmige contrapuntische composities te bewaren. Zijn chansons zijn bijzonder opmerkelijk doordat ze een waaier aan onderwerpen aanboren, van ernst tot ontucht.

Naamsverwarring[bewerken | brontekst bewerken]

Lupi wordt soms verward met verschillende andere musici van de 16e eeuw. Die verwarring is al in de 16e eeuw ontstaan (bijvoorbeeld bij de drukken van Tielman Susato). Johannes Lupi was de naam van twee duistere figuren van wie geen ook componist was. Een was actief in Nijvel, de andere in Antwerpen, beide in de eerste helft van de eeuw. Maar er liep met die naam ook een componist rond, namelijk Lupus, naar wie musicologen van onze tijd meestal verwijzen als naar de "Italiaanse Lupus"; zijn werken werden in de Medici codex overgeleverd. Voorts is er een andere componist, Lupus Hellinck, die mogelijk kan worden geïdentificeerd met de "Italiaanse Lupus" en dan is er nog een volledige familie muzikanten met de naam Lupo. Van deze familie, was enkel Ambrose Lupo van Milaan in de vroege 16de eeuw actief. De verwarring doet zich ook voor bij de toeschrijving van een vierstemmig Nederlands lied; Pluschen van Brusel hestoy gheset, dat tekstloos is overgeleverd in een Portugees (Coimbra) en een Duits (Regensburg) handschrift; buiten een Missa 'Mijn vriendinne' , een parodiemis gebaseerd op een Nederlands lied, zijn er geen andere composities van Lupi bekend, die naar Nederlandse liederen verwijzen. Misschien is het lied wel toe te schrijven aan Lupus Hellinck, van wie in het Portugese handschrift ook Au fort quant dieu plaira is opgenomen, dat in een andere bron met een Nederlandse tekst, Aenhoort al mijn gheclach, is opgenomen. Bovendien zijn van Lupus Hellinck ook andere Nederlandse liederen bekend.

Franco-Vlaamse School van polyfonisten
Generatie 1:Johannes Brassart · Gilles Binchois · Simon le Breton · Antoine Busnois · Guillaume Dufay · Thomas Fabri · Hayne van Ghizeghem · Arnoldus de Lantins · Hugo de Lantins · Robert Morton · Johannes Pullois · Jacobus Vide
Generatie 2:Alexander Agricola · Eloy d'Amerval · Jacobus Barbireau · Loyset Compère · Jean Japart · Johannes Martini · Johannes Ghiselin alias Verbonnet · Johannes Ockeghem · Johannes Stockem · Johannes Tinctoris
Generatie 3:Noel Bauldeweyn · Antoine Brumel · Nicolaes Craen · Josquin Des Prez · Antonius Divitis · Antoine de Févin · Heinrich Isaac · Erasmus Lapicida · Nicolas Liégeois · Johannes Lupi · Jacob Obrecht · Matthaeus Pipelare · Pierre de la Rue · Paulus de Roda · Gaspar van Weerbeke
Generatie 4:Benedictus Appenzeller · Jakob Arcadelt · Antoine Barbe · Josquin Baston · Arnold von Bruck · Jacobus Clemens non Papa · Thomas Crecquillon · Gheerkin de Hondt · Theodor Evertz · Franciscus Florius · Nicolas Gombert · Lupus Hellinck · Pierken Jordain · Joannes de Latre · Pierre de Manchicourt · Gherardus Mes · Servaes van der Muelen · Carolus Souliaert · Tielman Susato · Gerardus van Turnhout · Hieronymus Vinders · Adriaan Willaert · Jan van Wintelroy · Joannes Zacheus
Generatie 5:Jan Belle · Severin Cornet · Ludovicus Episcopius · Noé Faignient · Jacobus Florii · Balduin Hoyoul · Orlando di Lasso · Jacobus de Kerle · Claude Lejeune · Philippus de Monte · Andreas Pevernage · Jacob Regnart · Philippe Rogier · Mathieu Rosmarin (Mateo Romero) · Cypriano de Rore · Gerardus van Turnhout · Jan van Turnhout · Jacobus Vaet · Hubert Waelrant · Giaches de Wert