Johannes Theodoor de Visser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Theodoor de Visser
Prent door Albert Hahn sr.
Prent door Albert Hahn sr.
Geboren Utrecht, 9 februari 1857
Overleden Den Haag, 14 april 1932
Partij Christelijk-Historische Kiezersbond;
Christelijk-Historische Partij;
Christelijk-Historische Unie;
Religie Hervormd: ethische richting
Titulatuur Dr.
Functies
1897-1905;
1906-1913;
1914-1918;
1922;
1925-1929
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
1903-1910 lid Ineenschakelingscommissie-Woltjer inzake reorganisatie van het onderwijs
1909-1914 lid Staatscommissie-Treub inzake de werkloosheid
1916-1918 lid Provinciale Staten van Zuid-Holland
1918-1925[1] Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
1925-1929 fractievoorzitter CHU, Tweede Kamer
1925-1926 kabinetsformateur (3x)
1931-1932 Minister van Staat
Website
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Johannes Theodoor (of Theodorus) de Visser (Utrecht, 9 februari 1857Den Haag, 14 april 1932) was een vooraanstaand CHU-politicus en Nederlands eerste minister van Onderwijs.

De Visser was hervormd predikant. Hij kwam in 1897 voor de kleine Christelijk-Historische Kiezersbond in de Tweede Kamer en bleef daar (met onderbrekingen) tot 1918 lid van. In 1918 werd hij de eerste minister van Onderwijs in de twintigste eeuw. Hij voltooide met zijn Lager-Onderwijswet de onderwijspacificatie. Hij bracht ook andere belangrijke onderwijswetgeving tot stand, zoals de Nijverheids-onderwijswet. Hij voerde in 1925, hoewel hij een afkeer had van het gebruik van Bijbelteksten in de Kamer, een theologisch getint debat over subsidie aan de Olympische Spelen. Na zijn ministerschap keerde hij terug in de Kamer als fractievoorzitter van de CHU. Hij raakte in onmin met zijn partijgenoten nadat hij in 1926 (tevergeefs) buiten zijn partij om een kabinet had proberen te vormen.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
-
Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
1918-1925
Opvolger:
V.H. (Victor Henri) Rutgers