Klot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De termen klot en moer hebben betrekking op hoedanigheden waarin veenbodem voorkomt. De betekenissen overlappen elkaar enigszins en hebben ook regionale verschillen.

Klot[bewerken]

De term Klot heeft twee verwante betekenissen.

  • Het is de Zuid-Nederlandse naam voor opgebaggerd veen met halfvergane plantenresten uit moerasgebieden of verlande vennen. De brijachtige substantie werd verwerkt door een laag op een stuk grond uit te spreiden zodat het kon drogen. Vervolgens werden er met behulp van een aangepunte houten stok die 'schrijfstok' werd genoemd, 'strepen' in aangebracht om vervolgens de blokken (turven) los te kunnen snijden.

Deze blokken werden in piramides van ongeveer een halve meter hoog gestapeld met openingen tussen de blokken, zodat ze verder konden drogen. Omdat de bovenste blokken het eerste droog werden, moest de toren minimaal eenmaal opnieuw worden opgebouwd, maar dan in omgekeerde volgorde.

Als de blokken voldoende droog waren konden ze gebruikt worden als brandstof. Wat uiteindelijk achterbleef was een waterplas, die opnieuw zou gaan verlanden.

Klotbaggeren werd nog toegepast tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen er brandstofschaarste heerste.

  • Klot is ook de benaming voor baggerturf in het algemeen, ook als dit afkomstig was uit moergebieden (verdronken hoogveen) of als benedenste laag van hoogveenafzettingen, in Noord-Nederland ook wel dargveen of baggel genaamd.

Moer[bewerken]

  • De benaming moer wordt in West-Nederland gebruikt voor verdronken hoogveen. Vroeger werd dit abusievelijk als laagveen bestempeld. Moerwinning leidde tot de vorming van uitgestrekte plassen die een gevaar voor de veiligheid gingen vormen en later als laaggelegen droogmakerijen op het water zijn teruggewonnen. Moerwinning tastte ook de kustverdediging aan.

Een bijzondere wijze van moerwinning in West-Nederland was het darinkdelven ten behoeve van de zoutwinning. Wegens het gevaar voor de kustverdediging werd het darinkdelven omstreeks het jaar 1500 verboden.

  • Daarnaast wordt het begrip moer wel gebruikt in de betekenis van klot.

Toponymie[bewerken]

Klot[bewerken]

Namen als Klotput, Klotven, Klotterpeel, Moerputten en dergelijke zijn nog in de huidige toponymie terug te vinden, vooral in Noord-Brabant en Limburg.

De naam 'Klotven' komt bijvoorbeeld voor in Bergeijk (Grote Klotven, Nieuwe Klotven op De Plateaux) en te Lozen (op de Lozerheide). In Goirle is een straat van die naam. De Klotterpeel vindt men in De Rips, grenzend aan het landgoed De Stippelberg.

De naam 'klot' komt ook regelmatig voor bij carnavalsverenigingen en dergelijke.

Moer[bewerken]

De Moerputten is een natuurgebied bij 's-Hertogenbosch, en te Nijnsel vinden we het natuurgebied Moerkuilen.

Moer verwijst ook naar verdronken hoogveen, dat in de kustgebieden voorkomt. Plaatsen als Moergestel, 's-Gravenmoer, Moerkapelle, Moerkerke, Moerbeke-Waas, Morbecq en De Moeren/Les Moëres verwijzen naar de moerwinning, evenals toponiemen zoals Moervaart, Moerbaan en dergelijke.