Kooikerhondje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kooikerhondje
Hondenras
Basisinformatie
Andere namen Kooiker (Engels: Small Dutch Waterfowl Dog, Dutch Decoy Dog)
Oorsprong Nederland
Classificatie FCI : groep 8 sectie 2 #314
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Een kooikerhondje-puppy
Een kooikerhondje-puppy
Lijst van hondenrassen

Het kooikerhondje, ook wel kooiker of kooikertje genoemd, is een oorspronkelijk Nederlands, sinds 1966 officieel erkend hondenras. Kooikerhonden houden van spelen en water. Ze zijn geschikt als gezelschapshond.

Geschiedenis[bewerken]

Het Kooikerhondje is een oud Nederlands ras. Op schilderijen van schilders uit 17de eeuw zoals van Jan Steen komen zijn vaak hondjes te zien, die veel lijken op een kooikerhondje. Ook in 18de en 19de eeuw zijn op familieportretten vaak kooikerhondjes te zien.

Geschiedenisschrijver Pieter Hooft schreef in zijn ‘Nederlandsche Historiën’ dat in 1572 het leven van Willem van Oranje gered is, doordat een kooikerhondje aan zijn legertent bij Hermigny krabde. Van Oranje is daardoor wakker geworden en ontsnapte zo aan Spaanse overvallers.

De geschiedenis van het kooikerhondje als werkhond in de eendenkooien is al eeuwen oud. Doordat het aantal eendenkooien aan het begin van de 20e eeuw daalde, dreigde het kooikerhondje te verdwijnen. De honden waren gewoon niet meer nodig. Mevrouw M.C.S. Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol heeft ongeveer 60 jaar geleden veel gedaan om het bijna uitgestorven ras te behouden en weer op te bouwen.

Sinds 1966 is het kooikerhondje weer officieel een ras.

Uiterlijk[bewerken]

Het kooikertje heeft een schofthoogte van 35 tot 42 cm, een middellange witte vacht met roodbruine platen en een grote pluimstaart, met vaak bruine pluimen en een zwarte ring. Aan de punten van de oren bevinden zich zwarte haren, de zogenaamde oorbellen. De ogen zijn donkerbruin en amandelvormig. Een reu weegt tussen de 10 en 15 kg en een teef van 9 tot 11 kg.

Kenmerken[bewerken]

Kooikerhondjes zijn van nature actieve werkhonden, ze zijn verder waaks en eenkennig. Ze hechten zich sterk aan een bepaalde persoon of groep. Als er eenmaal een band is, is die voor het leven.

Werk[bewerken]

In vroeger jaren werd de hond ingezet in de eendenkooi en hielp de kooiker (door zijn grote pluimstaart) met het binnenlokken van wilde eenden. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig eendenkooien in Nederland. Ter vervanging van dit werk kunnen ze goed getraind worden in spellen als apporteren en behendigheid.

Externe links[bewerken]