Leeromgeving

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een leeromgeving is het totaal aan objecten rondom de lerende en de onderlinge relaties daartussen.

Inhoud[bewerken]

Voorbeelden van objecten in het onderwijs zijn

  • materialen (bijvoorbeeld computers, boeken, schoolborden),
  • personen (bijvoorbeeld leerlingen, docenten, managers, ondersteunend personeel),
  • faciliteiten (bijvoorbeeld gebouw, roosters, inrichting, kantine)

Voorbeelden van onderlinge relaties tussen deze objecten zijn

  • strategieën
  • onderwijsvormen
  • beleid
  • reglementen
  • regels

Terminologie[bewerken]

Men noemt de leeromgeving krachtig[1] als deze de lerende effectief ondersteunt in zijn leren. Men specificeert dan waaraan de eigenschappen van de objecten of hun relaties dienen te voldoen. Bijvoorbeeld;

  • kundigheid docent
  • kwaliteit instructiemateriaal
  • uitstraling gebouw
  • werksfeer die het personeelsbeleid uitdraagt
  • pedagogisch klimaat horend bij de gekozen onderwijsvorm

Het ontwerpen van een leeromgeving, uitgaande van specificaties die gebruikers als krachtig bestempelen, noemt men de architectuur van het onderwijs of kort onderwijsarchitectuur.

Een leeromgeving kan duiden op het klein, het hier en nu, bijvoorbeeld een les en een klas. Of op het groot, een samenspel van vele micro-leeromgevingen, zoals een opleiding en een school. In het laatste geval spreekt men ook wel van een onderwijsarrangement.[2] Als we het hebben over buitenschoolse leeromgevingen dan hebben we het over een leeromgeving buiten de schoolse situatie.

Wanneer meer gebruik wordt gemaakt van virtuele middelen[3] wordt vaak gesproken van een elektronische leeromgeving (afgekort ELO), als uitbreiding van de traditionele leeromgeving. Een leeromgeving die de praktijk nabootst noemt wel ook wel een authentieke leeromgeving[4]. Bijvoegelijke naamwoorden die het woord leeromgeving voorafgaan, verwijzen vaak naar specifieke eigenschappen van objecten of relaties uit die leeromgeving. Zo verwijst competentiegerichte leeromgeving naar het competentiegericht onderwijs wat er als onderwijsvorm wordt gegeven.

Opvattingen[bewerken]

Over wanneer een leeromgeving als krachtig mag worden beschouwd, bestaan verschillende opvattingen. Volgens de Corte[5] dient daarvoor de leeromgeving genoeg ruimte te bieden voor zelfstandig leren en adequate structurele ondersteuning daarbij.

Lodewijks[6] vult dit aan met een focus op de inbreng van de lerende zelf en komt tot de volgende eigenschappen voor een krachtige leeromgeving:

  • Ze moeten compleet en rijk zijn.
  • Ze moeten uitnodigen tot activiteit.
  • Ze moeten realistisch zijn of tenminste ergens naar verwijzen.
  • Ze moeten modellen bevatten en voorzien in coaching.
  • Ze moeten de navigatie langzamerhand overlaten aan de lerende.
  • Ze moeten systematisch het besef van eigen bekwaamheid bij de leerling ontwikkelen.

Volgens Simons[7] en anderen verdienen deze kenmerken wel enkele aanmerkingen. Ze leggen namelijk volgens hen geen verband met een leertheorie, sluiten werkomgevingen als leeromgevingen buiten[8] en focussen niet op leren leren[9]. In navolging van Mellander[10] komt men tot de aanvullende criteria:

  • Ze moeten de nieuwsgierigheid bevorderen en uitdagen.
  • Ze moeten net genoeg (niet te veel) informatie aanbieden.
  • Ze moeten aanzetten tot eigen denken en meningsvorming.
  • Ze moeten sociaal-constructivisme ondersteunen.
  • Ze moeten overzicht en het herkennen van relaties vormen
  • Ze moeten reflectie op en borging van het geleerde regelen.
  • Ze moeten gelegenheid bieden tot leeractiviteiten die het geleerde toepassen.
  • Ze moeten verschillende leeractiviteiten met elkaar verbinden en combineren.

Onderwijsarchitectuur[bewerken]

Het ontwerpen van een leeromgeving[11] is het werk van bijvoorbeeld een onderwijsarchitect, een onderwijsontwerper, een onderwijskundige, een curriculumontwikkelaar of een onderwijsadviseur. Uitgangspunt zijn daarbij de wensen die de eigenaar van de leeromgeving heeft geformuleerd. Vanuit deze wensen zal de ontwerper meestal in genoemde volgorde onderstaande elementen proberen te formuleren:

  • Leer- en onderwijsdoelen
  • Randvoorwaarden
  • Activiteiten
  • Werkvormen
  • Onderwijsrollen

Hij begint met de wensen om te zetten in doelen. Rekening houdend met alle aanwezige omgevingsfactoren bedenkt hij effectieve leeractiviteiten en ondersteunende activiteiten (onderwijsactiviteiten). Hij groepeert deze in werkvormen en verdeelt ze over alle betrokkenen. Deze elementen tezamen met allerlei onderdelen die het leren verder ondersteunen, worden aan elkaar verbonden en in de tijd geplaatst tot een samenhangend geheel ontstaat; de leeromgeving.

Bronvermelding[bewerken]