Lossing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lossing
Lengte (1900) 23,4 km
Coördinaten 51° 9′ NB, 5° 44′ OL
Lossing (België (hoofdbetekenis))
Lossing
Portaal:  Geografie

De Lossing (vroeger ook Émissaire) of het Afleidingskanaal van de Abeek is een uitwateringskanaal in de Belgisch-Limburgse gemeenten Bocholt en Kinrooi.

Geschiedenis[bewerken]

Aan de landsgrens van de plaatsen Lozen, Bocholt, Beek en Molenbeersel ging de Vlakte van Bocholt oorspronkelijk over in een uitgestrekt moeras. In de 1865 werden de gemeenten verplicht om hun gemeenschappelijke woeste grond te ontginnen en geschikt te maken voor landbouw of bosbouw. Gezien de gemeentebesturen wegens onvoldoende financiële middelen geen initiatief namen om de moerassen droog te leggen werd het gebied in 1865 verkocht aan de Banque générale pour favoriser l'Agriculture et les Travaux Publics, die het zou droogleggen[1] Daartoe moest het waterpeil van de bestaande afvoerweg Abeek lager worden. De Nederlandse overheid weigerde daartoe de stuw aan de Uffelse Molen op te heffen en zodoende zag de maatschappij zich verplicht om een nieuw afvoerkanaal te graven.

De Lossing werd gegraven in 1865-6 met een bodembreedte van drie meter. Het moest drie laagtes afwateren: die van de Tungelroyse Beek (in Lozen en Bocholt), Abeek (in Beek en Molenbeersel) en Itterbeek (in Kinrooi). De nieuwe watergang lag beneden deze rivieren en zorgde in deze gebieden dus voor een grotere afvoer. Het water werd aanvankelijk in de Witbeek geloosd, maar overstromingen (jaren 1880) vereisten dat het rechtstreeks in de Maas geleid werd.[2] Daartoe werd de Lossing doorgetrokken naar Ophoven (1888).

Toch vielen de Beerseler broeken niet volledig droog; in Lozen werd er zo veel water opgenomen dat naar de Tungelroyse Beek moest blijven vloeien, dat in Molenbeersel te weinig capaciteit overbleef.[3] Het probleem werd pas opgelost toen Nederland de aangrenzende zones ging ontginnen, met de aanleg van "de Raam" (1930) en de opheffing van de Uffelse Molen (1961).[4] Eindelijk vielen de Beerseler broeken droog. De optimalisatie van de oude afvoerwegen maakte de Lossing zelfs overbodig.

Verloop[bewerken]

De Lossing sluit aan op de Lozerbroeksbeek vlak bij de Priorij van Klaarland. Langsheen de landsgrens bereikt ze het Stramprooierbroek. Pas voorbij de Broekmolen mocht de lagere Lossing de bedding van de Abeek, en dus ook de afwatering van de zijrivieren in dit gedeelte, overnemen. De Abeek kreeg een nieuwe bedding hogerop, nl. ten westen (via "Woutershof"), over de oude bedding (op "de Zèg") en ten noorden (via "de Makkenschans").[5] Toen de Abeek tot hetzelfde niveau zakte, kon men op "de Zèg" beide beddingen "aan elkaar knopen". Sindsdien loopt de Abeek er verder in de Lossing, en vice versa.

Aan de Weertersteenweg verlaat de Lossing de oude bedding van de Abeek. Ze buigt af naar het zuiden, doorheen de voormalige moerassen "de Goort" en "de Pakensbeemd". Bij Kinrooi wendt ze zich naar het oosten. De sifons onder de Itterbeek (Kinrooi) en Witbeek (Geistingen) werden in de jaren 1980 vervangen door resp. een gelijkvloerse kruising en een aquaduct. De oude monding (Witbeek), stroomopwaarts van 't Meulke, bestaat vandaag nog. De nieuwe monding (Maas) ligt nabij "het Witte Paard".

Bronnen[bewerken]