Maria van Hohenzollern-Sigmaringen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria, Gravin van Vlaanderen
De Gravin van Vlaanderen

Maria Louise Alexandra Caroline van Hohenzollern-Sigmaringen (Sigmaringen, 17 november 1845Brussel, 26 november 1912), gravin van Vlaanderen, was aanvankelijk een Duitse maar door haar huwelijk later een Belgische prinses.

Zij was de jongste dochter van de laatste regerende vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, Karel Anton en Josefine van Baden. Haar broer Karel, zou later koning van Roemenië worden, terwijl haar zus Stefanie koningin van Portugal was.

Zelf trouwde ze op 25 april 1867 in Berlijn met de Belgische prins Filips, zoon van koning Leopold I, en jongere broer van de latere koning Leopold II. Na haar huwelijk, dat werd gearrangeerd door koningin Victoria, de jongere nicht van Leopold I, vestigden prins Filips en zijn echtgenote zich als graaf en gravin van Vlaanderen, in Brussel.

De gravin was een verdienstelijke kunstenares. Zo legde zij zich vanaf 1868 toe op het maken van etsen. Een aantal van haar etsen werd tentoongesteld tijdens de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago. In de twintigste eeuw besteedden verschillende Belgische musea aandacht aan het werk van de gravin. Haar kleinzoon prins Karel zou zijn artistieke talenten van haar hebben geërfd.

Maria werd gezien als de enige liefdevolle vrouw aan het Belgische Hof; haar schoonzus Maria-Hendrika was ontzettend afwezig en besteedde geen tijd aan haar huwelijk. Haar andere schoonzus, keizerin Charlotte, was krankzinnig en sleet haar dagen alleen in het kasteel van Bouchout. Maria ontfermde zich over de kinderen van Leopold; ze had een bijzonder innige relatie met prinses Clémentine. Zelf kende ze de smart van een kind te verliezen; de dood van prins Boudewijn was de zoveelste klap voor de familie.

Maria en Filips kregen vijf kinderen: