Marie Gevers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marie Gevers
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Maria Theresia Carolina Fanny Gevers
Geboren 30 december 1883, Edegem
Overleden 9 maart 1975, Edegem
Land Vlag van België België
Beroep schrijfster
Werk
Jaren actief 1907 - 1968
Genre streekromans, poëzie en kinderboeken
Bekende werken Madame Orpha ou la sérénade de mai
Lijst van Franstalige schrijvers
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Mussenborg achtergevel

Marie Gevers (voluit Maria Theresia Carolina Fanny Gevers) (Edegem, 30 december 1883 – aldaar, 9 maart 1975) was een Vlaamse schrijfster die in het Frans publiceerde, net als Emile Verhaeren, die haar tot schrijven aanzette. Ze wordt vooral gezien als schrijfster van heimatliteratuur.

Leven[bewerken]

Familie[bewerken]

De familie Gevers kocht in 1868 het kasteel Mussenborg (ook Mussenburg of Missembourg) te Edegem.[1] In 1883 werd Marie Gevers er geboren als dochter van Florent Gevers en Marie Tuyaerts. Haar vader was suikerfabrikant in Antwerpen en overleed in 1907. Haar moeder was de dochter van een vroegere burgemeester van Boom en overleed in 1923. Marie Gevers ging niet naar school, maar kreeg thuis privé-onderwijs. Ze werd bevriend met Rite Cranleux, een nichtje van Emile Verhaeren. Via haar leerde ze Emile Verhaeren ook persoonlijk kennen.

In 1904 ontmoette ze Frans Willems, met wie ze trouwde in 1908. Na hun huwelijk gingen ze in Mussenborg wonen. Frans Willems was de kleinzoon van Jan Frans Willems, een belangrijk figuur in de Vlaamse Beweging. Ze kregen drie kinderen: Jean (*1909), Paul (*1912) en Antoinette (*1920). Tijdens de Eerste Wereldoorlog trok Frans Willems naar Engeland. Marie Gevers verbleef tot 1916 in het Nederlandse Walcheren.[2] Tijdens diezelfde oorlog werkte ze onder het pseudoniem "Jean Maris" mee aan het kleine, clandestiene poëzietijdschrift "Le Melon bleu".[3]

Haar zoon Paul Willems werd eveneens een bekend (Franstalig) schrijver.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Om uiteenlopende redenen vormde de Tweede Wereldoorlog een pijnlijke periode in het leven van Marie Gevers. Hoewel ze zich nooit heeft uitgesproken voor de Nieuwe Orde en nooit veroordeeld werd, onderhield ze duidelijk banden met milieus van culturele of intellectuele collaboratie.[4] Zo beschreef ze in Le Nouveau Journal, het belangrijkste franstalig-Belgisch collaboratiedagblad, de Duitse invloed op haar werk en in december 1943 publiceerde ze haar novelle "Une nuit de décembre" in "Wallonie", het tijdschrift van de collaborerende Communauté Culturelle Wallonne. Ze schreef ook het scenario voor de propagandafilm "Symphonie pastorale", van 1942 tot 1944 geregisseerd door Henri Storck. Haar samenwerking met collaborerende pers en haar ontvangen van Duitse officieren en andere collaborerende personen op Mussenborg werden door schrijversverenigingen zeer negatief beoordeeld: ze kreeg een officiële blaam van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique, evenals van de Association des écrivains belges en werd ze een tijdlang uit de PEN-club gesloten.

Ook familiaal zorgde de periode van de Tweede Wereldoorlog voor leed: haar zoon Jean stierf in mei 1944 bij een bombardement op Mechelen en haar man Frans Willems overleed in 1945.

Haar eerste werk na deze periode zou in 1947 verschijnen: het kinderboek "Le voyage sur l’Escaut".

Marie Gevers overleed in 1975 op 91-jarige leeftijd. Haar kist werd bijgeplaatst in de familiegrafkelder op het kerkhof van Edegem.

Werk[bewerken]

Onder stimulans van Emile Verhaeren en Max Elskamp begon Marie Gevers met dichtwerk. In 1907 verschenen haar eerste drie gedichten in het Brusselse tijdschrift Durendal. Nadien zorgde Verhaeren ervoor dat een aantal gedichten van haar verschenen in het tijdschrift Mercure de France. Haar eerste dichtbundel, "Missenbourg" was reeds klaar in 1914, maar verscheen pas in 1917. Haar eerste roman, "La comtesse des digues" (vertaald als "De dijkgravin") verscheen in 1931. Vanaf dan schreef ze geen gedichten meer, maar vooral nog romans en kinderboeken.

Haar werken zijn vaak autobiografisch en licht filosofisch geïnspireerd. Ze beschreef nauwgezet en gevoelig het plattelandsleven in Vlaanderen, vooral de Scheldestreek. Ze wordt dan ook vooral beschouwd als een schrijfster van heimatliteratuur. Op een soms tedere en nostalgische manier verhaalde ze het dagelijks leven in het kasteel Mussenborg, waar ze woonde, alsook het landelijk leven in het begin van de 20e eeuw.

Marie Gevers vertaalde verschillende werken van andere schrijvers in het Frans, onder meer Hollands Glorie van Jan de Hartog, enkele werken van Felix Timmermans, die ze persoonlijk kende en die haar kinderverzen "Almanach perpétuel des jeux d’enfants / Chansons de Marie Gevers" illustreerde met tekeningen, en "Moeder, waarom leven wij?" van Lode Zielens, die ze eveneens persoonlijk kende. Ook de sprookjes van koningin Fabiola vertaalde ze in het Frans.

Erkenning[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Missenbourg, Antwerpen: Buschmann, 1918; heruitgave 1936 (gedichten)
  • Ceux qui reviennent, ill. Frans Willems, Brussel: Renaissance d'Occident, 1922 (verhaal)
  • Les Arbres et le Vent, Brussel: Weissenbruch, 1923 (gedichten)
  • Antoinette, Antwerpen: Buschmann, 1925 (gedichten) (Prix Eugène Schmitz de l'Académie)
  • Almanach perpetuel des jeux d'enfants, ill. Felix Timmermans, Antwerpen: Buschmann, 1930 (gedichten) (vert. Kinderspelen, 1936)
  • La Comtesse des digues, Parijs/Neuchâtel: Éd. Victor Attinger, 1931; herziene uitgave 1950; heruitgave met ill. Agnes Delétaille, Brussel: Vromant, 1955 (roman) (vert. De dijkgravin, 1938)
  • Bruyère blanche ou Le bonheur de la Campine, ill. Jean Stiénon, Brugge/Parijs: Desclée-De Brouwer, 1931 (jeugdboek)
  • Brabançonnes à travers les arbres, ill. Simone Lutgen, Antwerpen: Éditions Lumière, 1931 (gedichten) (Prix du Centenaire 1931)
  • Madame Orpha ou la Sérénade de Mai, Parijs/Neuchâtel: Éd. Victor Attinger, 1933 (roman) (Prix du Roman Populiste) (vert. Muziek in de meinacht, 1935)
  • Chouchou, chien autodidacte, ill. Éric de Nèmes, Brugge/Parijs: Desclée-De Brouwer, 1933 (jeugdboek) (vert. Kep, de hind die bijna spreken kon, 1936)
  • Le Voyage du Frère Jean, Paris: Plon, 1935 (roman) (vert. De reis naar het Land van Belofte, 1942)
  • Guldentop, Histoire d'un Fantôme, Brussel/Parijs: Durendal/Lethielleux, 1935; uitgebreide heruitgave Luik/Brussel: Le Balencier/Libris, 1942 (verhaal) (vert. Guldentop, 1935)
  • Les Oiseaux prisonniers, Antwerpen, 1935 (jeugdboek)
  • La Grande Marée, Luik, 1936; Parijs: Plon, 1945 (novelle) (vert. Het springtij, 1943)
  • La Ligne de vie, Parijs: Plon, 1937 (roman)
  • Plaisir des météores ou Le livre des douze mois, Parijs: Stock, 1938; heruitgave met vier tekeningen door de dochter van de auteur Antwerpen: Librairie des Arts, 1968
  • Paix sur les Champs, Parijs: Plon, 1941, (roman) verfilmd en genomineerd voor een Oscar (vert. Verzoening, 1942)
  • L'Amitié des fleurs. Légendes, ill. Joris Minne, Antwerpen: Éditions Le Papegay, 1941 (jeugdboek)
  • La Petite Étoile, ill. Albertine Delétaille, Brussel: Éditions des Artistes, 1941 (jeugdboek)
  • L'Oreille volée: Roman policier féerique, ill. Antoinette Willems, Brussel: Les Ecrits, 1942 (jeugdboek) (vert. Het gestolen oor, 1952)
  • Six fleurs choisies dans l'herbier légendaire, Antwerpen: Buschmann, 1942
  • Le Noël du petit Joseph, Brussel, 1943 (jeugdboek)
  • Le Soleil, ill. Albertine Delétaille, Brussel, 1943 (jeugdboek)
  • Le Voyage sur l'Escaut, ill. J. Winance, Doornik/Parijs: Casterman, 1946 (jeugdboek) (vert. Scaldis, 1948)
  • Château de l'Ouest, Parijs: Plon, 1948 (roman)
  • L'Herbier légendaire, Parijs: Stock, 1949
  • Le Chemin du Paradis, ill. Nelly Degouy, Brugge: Desclée-De Brouwer, 1950 (jeugdboek) (vert./adaptatie door Ernest Claes: En zie, de sterre bleef staan, 1950)
  • Vie et mort d'un étang. Récit autobiographique, Parijs: France Illustration, 1950; heruitgave Brussel: Brepols, 1961
  • Une amitié amoureuse de Charles Rogier, Antwerpen: Éditions Le Papegay, 1950
  • Les Merveilles de la Belgique (jeugdboek)
  • Des Mille Collines aux Neuf Volcans, Parijs: Stock, 1953 (over Rwanda)
  • Plaisir des Parallèles, Parijs: Stock, 1958 (over Congo)
  • Parabotanique, Antwerpen: Librairie des Arts, 1964
  • Almanach perpétuel des fruits offerts aux signes du zodiaque, orné de gravures vénitiennes du XVe siècle, Antwerpen: Librairie des Arts, 1965
  • Le Monde des nuages et le Monde des vagues, avec 2 bois originaux de Saint-Rémy, Templewood, 1966
  • Paravérités, 1968
  • La Mort de Max Elskamp et la création de l'Œdipe de Gide

Een aantal van haar werken werd in het Nederlands, het Duits, het Spaans, Roemeens en het Engels vertaald.

Trivia[bewerken]

Op de Scheldedijk in Bornem staat een standbeeld van "De dijkgravin", het hoofdpersonage van de gelijknamige roman van Marie Gevers. Het beeld werd gemaakt door beeldhouwster Mariette Coppens en opgericht in 1993.[10]

In 1996 verscheen de afbeelding van Marie Gevers op een Belgische postzegel. Op de achtergrond stond kasteel Mussenborg getekend. De postzegel had een waarde van 30 frank.[11]