Emile Verhaeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Emile Verhaeren
Portret van Emile Verhaeren (1915) door zijn vriend Théo Van Rysselberghe
Portret van Emile Verhaeren (1915)
door zijn vriend Théo Van Rysselberghe
Het leven dient om te klimmen, niet om te dalen
Algemene informatie
Geboren 21 mei 1855
Geboorteplaats Sint-Amands
Overleden 27 november 1916
Overlijdensplaats Rouen (Frankrijk)
Land Vlag van België België
Beroep schrijver
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Emile Verhaeren (Sint-Amands, 21 mei 1855 - Rouen (Frankrijk), 27 november 1916) was een Franstalig Belgisch auteur en een vertegenwoordiger van het symbolisme. Hij was dichter, schreef kortverhalen, kunstkritiek en toneel. Zijn werk is vertaald in 28 talen (waaronder Engels, Russisch, Duits, Chinees en Japans).[1] Verhaeren debuteerde in 1883 met Les Flamandes, een naturalistische bundel geïnspireerd door de wellustige taferelen uit de Vlaamse schilderkunst van de 16e en 17e eeuw. In 1886 volgt Les Moines in de sfeer van het religieus mysticisme. Van 1888 tot 1891 publiceert hij zijn zwarte trilogie: Les Soirs (1888), Les Débâcles (1888) en Flambeaux noirs (1891). De bundels, bibliofiel uitgegeven bij Edmond Deman in Brussel, baden in de duistere fin-de-siècle-sfeer van zwaarmoedigheid en zelfkwelling. Het zijn de jaren waarin Verhaeren aan neurasthenie lijdt.

Familie, school, taal[bewerken]

Emile Adolphus Gustavus Verhaeren werd geboren op 21 mei 1855 als zoon van Henricus Gustavus Maria Gerardus Verhaeren en Joanna Adelaida De Bock.[2] Zijn vader was een lakenhandelaar uit Brussel en zijn moeder hield een textielwinkel in Sint-Amands. Thuis wordt er Frans gesproken, zoals gebruikelijk in deze kringen. De jonge Verhaeren loopt zijn lagere school in Sint-Amands. Dit is de enige periode dat hij actief met het Nederlands in contact kwam. Hij volgt zijn humaniora in de Franse taal, eerst aan het Institut Saint-Louis in Brussel en daarna aan het Collège Sainte-Barbe in Gent, waar hij met Georges Rodenbach in de klas zit. Beiden zullen een literaire carrière uitbouwen. Na zijn humaniora schrijft Verhaeren zich in 1875 in als student in de rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij schrijft er zijn eerste gedichten en wordt een van de medewerkers van het studentenblad La Semaine des Etudiants. Na zijn studies in de rechten loopt Verhaeren van 1881 tot 1884 stage bij Edmond Picard in Brussel. Hij laat de advocatuur achter zich voor een literaire carrière.

Kunstcriticus[bewerken]

Als kunstcriticus volgde Verhaeren de tendensen. Hij was mee met de symbolistische en neo-impressionistische stroming en gold als een ontdekker van Fernand Khnopff en James Ensor. Samen met Edmond Picard en Octave Maus behoorde hij tot de kernredactie van het tijdschrift L'Art moderne (1883-1899). In deze jaren was hij bevriend met kunstenaars als Théo van Rysselberghe, Dario de Regoyos, Willy Schlobach, James Ensor, Paul Signac, Georges Seurat, Maximilien Luce en William Degouve de Nuncques. Op literair vlak kende hij André Gide, Camille Lemonnier, Stéphane Mallarmé, Francis Vielé-Griffin, Maurice Maeterlinck, Georges Eekhoud en Albert Mockel.

Vrijgezel of niet[bewerken]

Verhaeren bleef jaren een vrijgezel die opging in zijn schrijversbestaan. Eind 1889 raakte hij in de ban van de Luikse kunstenares Marthe Massin (1860-1931), die hij in Bornem leerde kennen. Het was liefde op het eerste gezicht en in augustus 1891 huwden ze in Brussel. Emile en Marthe Verhaeren bleven hun hele leven samen maar kregen nooit kinderen. Door het huwelijk verloor zijn poëzie zijn donkere, hermetische karakter. In 1893 begon hij een sociale trilogie met de publicatie van Les Campagnes hallucinées (1893), Les Villes tentaculaires (1895) en het toneelstuk Les Aubes (1898). In deze bundels evoceerde Verhaeren de neergang van het traditionele platteland en de onstuitbare opmars van de grootstad. Het toneelstuk Les Aubes bracht de sociale utopie en de kracht van de massabeweging in beeld. Verhaeren was sympathisant van de socialistische beweging en had uitgesproken sympathie voor het anarchisme. De bundel Les Villages illusoires (1895), met het beroemde gedicht Le Passeur d'eau (De Veerman), behoorde niet tot deze sociale trilogie, maar sloot er bij aan. Eind 1896 verraste Verhaeren de literaire wereld met een bundel liefdesgedichten opgedragen aan Marthe: Les Heures claires.

Parijs[bewerken]

In 1898 laat Emile Verhaeren Brussel achter zich en vestigt zich in Parijs, het artistieke en literaire wereldcentrum. Kort daarna verhuist hij naar Saint-Cloud, in de buurt van Parijs. De dichter zal zijn band met België nooit opgeven: in Woluwe verblijft hij regelmatig bij de kunstenaar Constant Montald en in het landelijke Roisin (Henegouwen) betrekt hij een buitenhuisje in de buurt van Le Caillou-qui-bique. Met zijn oversteek naar Parijs krijgt de literaire carrière van Verhaeren nieuw elan. Na de publicatie van Les Visages de la vie (1899) affirmeert hij zich als vitalistisch dichter met de publicatie van Les Forces tumultueuses (1902), La Multiple splendeur (1906), Les Rythmes souverains (1910) en het postume Les Flammes hautes (1917). Tevens begint hij de publicatie van Toute la Flandre, bundels die te lezen zijn als een ode aan het Vlaamse land: Les Tendresses premières (1904), La Guirlande des dunes (1907), Les Héros (1908), Les Villes à pignons (1910) en Les Plaines (1911). In deze jaren wordt de geïdealiseerde liefdespoëzie van Verhaeren voortgezet met Les Heures d'après-midi (1905) en Les Heures du soir (1911). Als kunstcriticus publiceert hij over Rembrandt (1904) en Rubens (1910) - de groten van de Hollandse en Vlaamse schilderkunst - en een monografie over James Ensor (1908).

Theater[bewerken]

Verhaeren wil naam maken als theaterauteur: na Le Cloître (1900) gaat hij verder met Philippe II (1901) en Hélène de Sparte (1912). Het zijn gloriejaren. Door de Parijse uitgeverij Mercure de France krijgen zijn bundels een Europese verspreiding. Hij wordt vertaald in het Engels, Duits en Russisch, hij maakt literaire tournees door België, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Polen en Rusland. Verhaeren is een literaire beroemdheid. Het zijn de jaren waarin hij bevriend raakt met Auguste Rodin, Eugène Carrière, Rainer Maria Rilke en Stefan Zweig. Zweig ontpopt zich als een onverdroten vertaler van zijn werk en is zijn verdediger in het Duitse taalgebied. Ook het Belgische koningshuis nodigt Verhaeren regelmatig uit. Door zijn vriendschap met Koning Albert I van België en koningin Elisabeth krijgt Verhaeren naam als de "nationale dichter". En met de steun van de Belgische academische en literaire wereld wordt hij voorgedragen voor de Nobelprijs voor Literatuur.

Oorlog[bewerken]

Théo Van Rysselberghe: Een lezing door Emile Verhaeren (1903)
Foto van Emile Verhaeren door Charles Bernier, 1914

De Eerste Wereldoorlog is zonder meer een breuk in de literaire ontwikkeling van Verhaeren. Zijn hele kosmopolitische wereldbeeld valt in duigen en zijn bewondering voor Duitsland slaat om in haat. Tijdens de eerste dagen van het conflict schaart Verhaeren zich onmiddellijk achter de figuur van koning Albert en de dichter engageert zich om de strijd van het bedreigde België voort te zetten met de pen. Tijdens de oorlogsjaren verblijft Verhaeren eerst in Groot-Brittannië en vanaf maart 1915 keert hij terug naar Frankrijk. Op uitnodiging van koning Albert brengt hij tot twee maal toe een bezoek aan het frontgebied aan de IJzer. In zijn geschriften en gedichten gaat hij heftig te keer tegen de Duitse agressor. Dé werken uit deze jaren zijn: La Belgique sanglante (1915), een bundeling oorlogsessays, en Les Ailes rouges de la guerre (1916), zijn bundel met oorlogspoëzie. Verhaeren komt op 27 november 1916 om het leven bij een tragisch treinongeval in het station van Rouen. Nog voor de trein naar Parijs op het perron stilstaat, springt Verhaeren ongeduldig op de trede van de wagon, maar verliest zijn greep en komt onder de wielen terecht. De mythe wil dat "Mijn vrouw, mijn vaderland" zijn laatste woorden waren.

Na de dood[bewerken]

Het stoffelijk overschot van Verhaeren werd aanvankelijk begraven op het kerkhof van Adinkerke. Uit veiligheidsoverwegingen werd het eind 1917 overgebracht naar het kerkhof van Wulveringem. Pas in 1927 kreeg Verhaeren zijn monumentale grafmonument in een bocht aan de Schelde te Sint-Amands. De herinnering aan Verhaeren wordt op verschillende plekken in België levendig gehouden. In de Koninklijke Bibliotheek van België is zijn schrijverskabinet van Saint-Cloud toegankelijk voor het publiek; het Plantin-Moretus Museum te Antwerpen heeft een Verhaeren-kabinet; in de gemeente Honnelles (Roisin) bevindt zich een Espace Verhaeren en in Sint-Amands is er sinds 1955 een Emile Verhaerenmuseum.

Collega's[bewerken]

De boeken van Emile Verhaeren werden geïllustreerd door talloze kunstenaars zoals Théo Van Rysselberghe, Odilon Redon, George Minne, Léon Spilliaert, Lucien Pissarro, Frans Masereel, Aristide Maillol, Ramah, Constant Montald, Dario de Regoyos, Henri Cassiers, Raoul Dufy, Pierre-Eugène Vibert, Frank Brangwyn en Julien Van Santen.

Kunstenaars als Jan Toorop, Anto Carte, Willy Schlobach, Fernand Khnopff en Johan Thorn-Prikker lieten zich in hun werk inspireren door zijn gedichten.

De imposante Verhaeren met zijn kenmerkende snor is veel geschilderd of getekend. Frappante portretten zijn van de hand van Théo van Rysselberghe, James Ensor, Georges Lemmen, Léon Spilliaert, Charles Bernier, Armand Rassenfosse, Constant Montald, Louis Hayet, Willy Schlobach, Maximilien Luce, Frans Masereel, Georges Tribout en Marthe Verhaeren. Beeldhouwers als Constantin Meunier, Charles Van der Stappen, Bolesław Biegas, César Schroevens en Ossip Zadkine maakten een buste van hem.

Begin maart 2016 verscheen bij de Vlaamse uitgeverij Lannoo een lijvige bloemlezing uit het volledige poëtische oeuvre van Emile Verhaeren: VEERMAN. De bloemlezing, in een meesterlijke vertaling door dichter Koen Stassijns (1953), bevat zeer vele gedichten die voorheen nog nooit in het Nederlands werden vertaald. De bloemlezing toont een representatief overzicht van Verhaerens poëzie, en van zijn evolutie als dichter.

Als eerbetoon aan Verhaeren werd op 14 maart 2016, 100 jaar na zijn dood, door Bpost een postzegel uitgebracht, ontworpen door cartoonist GAL. Op de postzegel staat het gedicht 'Et maintenant' uit de bundel Les tendresses premières uitgeschreven in de contouren van het gelaat van Verhaeren. Op het postzegelvel wordt het gedicht vermeld van zijn twee opvolgers: de Vlaamse dichter Charles Ducal en de Franstalige dichter Laurence Vielle met de titel 'Poste restante'[3].

Lijst van gepubliceerde werken[bewerken]

In Nederlandse vertaling[bewerken]

  • Heerlijk Lijf = Belle Chair. Vert. door Patrick Lateur. Illustraties Michael Bastow. Leuven / Sint-Amands, Uitgeverij P, 2019. ISBN 978 94 92339 88 1
  • De zwarte trilogie. Avonden, Aftochten, Zwarte fakkels = Les Soirs, Les Débâcles, Flambeaux noirs. Vert. door Stefaan van den Bremt. Leuven, Uitgeverij P, 2017. ISBN 978-94-92339-32-4
  • Dorpen van zinsbedrog = Les Villages illusoires. Vert. door Stefaan van den Bremt. Leuven, Uitgeverij P, 2016. ISBN 978-94-91455-99-5
  • Veerman. Een bloemlezing uit Verhaerens' volledige oeuvre. Vert. door Koen Stassijns. Tielt, Lannoo, 2016. ISBN 978-94-014-2478-3
  • Tuin van de liefde. Getijdenboek = Les Heures claires, Les Heures d'Après-midi, Les Heures du Soir. Vert. door Stefaan van den Bremt. Leuven, Uitgeverij P, 2015. ISBN 978 94 91455 71 1
  • Hallucinerend platteland & Tentakelsteden = Les Campagnes hallucinées & Les Villes tentaculaires. Vert. door Stefaan van den Bremt. Leuven, Uitgeverij P, 2013. ISBN 978-94-91455-23-0
  • Het Uur waar wij wachten. Libertaire gedichten. Vert. door Frans Boenders. Illustraties Willy Van Eeckhout. Sint-Amands, Provinciaal Museum Emile Verhaeren, 2011. ISBN 978 16 16278 92 2
  • Tabula Scaldis. Tafereel van de Schelde = Images de l'Escaut. Nieuwvliet, Studio Mobile / Groede, Pieters, 2009. ISBN 978-90-814136-1-9
  • Duinenkrans = La Guirlande des Dunes. Vert. door Christina Guirlande. Sint-Amands, Emile Verhaeren Genootschap, 2007.
  • Gedichten. Vert. door Martien Beversluis, Julien De Mey, René Buckinx, Paul Claes, Charlotte Pauwels, Patrick Stevens, Christina Guirlande, Nicole Janssens, Bert Decorte, Bert Peleman, Henriette Claessens, Mark Meekers. Sint-Amands, Provinciaal Museum Emile Verhaeren, 2005.
  • De Heldere Uren = Les Heures claires. Vert. door Stefaan van den Bremt. Antwerpen, Manteau, 1997.
  • De Veerman van Sint-Amands / Le Passeur d'eau. Vert. door resp. Aarnout de Bruyne & Martin de Haan. Middelburg, Stichting Kunstuitleen Zeeland, 1996. ISBN 90-6354-082-5
  • Gedichten. Vert. door Julien De Mey, Charlotte Pauwels, Patrick Stevens, Nicole Janssens. Sint-Amands, Gemeentebestuur, 1981.
  • De stad, het land, het geld. Vert. door Stefaan van den Bremt. Antwerpen, Soethoudt, 1974.
  • Gedichten. Vert. door Martien Beversluis. Lier, De Bladen voor de Poëzie, 1966.
  • Emile Verhaeren. Een bloemlezing uit zijn gedichten. Vert. door Martien Beversluis. 's-Gravenhage, "Luctor et Emergo", 1940
  • Het klooster. In het Nederlandsch nagedicht door Willem Gijssels. Antwerpen, Janssens, 1936
  • Gedichten, nagedicht door Martien Beversluis. Hilversum, Boekenvrienden "Solidariteit", 1935

Origineel[bewerken]

  • 1883 — Les Flamandes — Gedichten
  • 1884 — Les Contes de minuit — Verhalen
  • 1885 — Joseph Heymans — Kunstkritiek
  • 1886 — Les Moines — Gedichten
  • 1887 — Quelques notes sur l'œuvre de Fernand Khnopff, 1881-1887 — Kunstkritiek
  • 1888 — Les Soirs — Gedichten
  • 1888 — Les Débâcles — Gedichten
  • 1891 — Flambeaux noirs — Gedichten
  • 1891 — A Robert Picard — Gedicht
  • 1891 — Les Apparus dans mes chemins — Gedichten
  • 1893 — Les Campagnes Hallucinées — Gedichten
  • 1895 — Les Bords de la Route — Gedichten en proza
  • 1895 — Almanach, later heruitgegeven onder de titel: Les Douze mois — Gedichten
  • 1895 — Les Villages illusoires — Gedichten
  • 1895 — Les Villes tentaculaires — Gedichten
  • 1896 — Les Heures claires — Gedichten
"Pour les Amis du Poète", ex-libris door Fernand Khnopff
  • 1896 — Emile Verhaeren 1883-1896. Pour les Amis du Poète — Gedichten
  • 1898 — Les Aubes — Theaterstuk
  • 1899 — Les Visages de la vie — Gedichten
  • 1899 — Petite légende — Gedicht
  • 1899 — Les vignes de ma muraille — Gedichten
  • 1899 — España negra — Reisverslag
  • 1900 — Le Cloître — Theaterstuk
Pagina uit "Les Tendresses premières" (Emile Verhaeren) met illustraties door de Belgische kunstschilder Léon Spilliaert (1881-1946)
  • 1900 — Petites légendes, later heruitgegeven onder de titel: Poèmes légendaires de Flandre et de Brabant — Verhalen
  • 1900 — Images japonaises — Gedichten
  • 1901 — Philippe II — Theaterstuk
  • 1901 — Les petits vieux — Gedichten
  • 1902 — Les Forces tumultueuses — Gedichten
  • 1904 — Toute la Flandre - Les Tendresses premières — Gedichten
  • 1904 — Rembrandt — Kunstkritiek
  • 1905 — Les Heures d'après-midi — Gedichten
  • 1906 — La Multiple splendeur — Gedichten
  • 1907 — Toute la Flandre - La Guirlande des dunes — Gedichten
  • 1907 — Lettres françaises de Belgique — Conferentie
  • 1908 — Toute la Flandre - Les Héros — Gedichten
  • 1908 — James Ensor — Kunstkritiek
  • 1910 — Toute la Flandre - Les Villes à pignons — Gedichten
  • 1910 — Les Rythmes souverains — Gedichten
  • 1910 — Pierre-Paul Rubens — Kunstkritiek
  • 1911 — Toute la Flandre - Les Plaines — Gedichten
  • 1911 — Les Heures du soir — Gedichten
  • 1912 — Les Blés mouvants — Gedichten
  • 1912 — Hélène de Sparte — Theaterstuk
  • 1913 — La Culture de l'enthousiasme. Alliance française de Saint-Pétersbourg — Toespraak
  • 1914 — Ville de Bruxelles. Discours prononcé à la distribution solennelle des prix aux élèves de l'école moyenne C pour filles. 31 juillet 1914 — Toespraak
  • 1915 — Le Crime allemand — Gedicht
  • 1915 — La Belgique sanglante — Proza
  • 1916 — Parmi les Cendres. La Belgique dévastée — Proza
  • 1916 — Villes meurtries de Belgique. Anvers, Malines et Lierre — Proza
  • 1916 — Les Ailes rouges de la guerre — Gedichten

Postuum verschenen:

  • 1917 — An Aesthetic Interpretation of Belgium's Past by Emile Verhaeren. Read by H.E. Paul Hymans, Belgian Minister — Toespraak
  • 1917 — Les Flammes hautes — Gedichten
  • 1917 — Paysages disparus — Gedichten/Proza
  • 1918 — Kato — Gedichten
  • 1920 — Cinq récits — Proza
  • 1921 — Le Travailleur étrange et autres récits — Proza
  • 1931 — Belle Chair — Gedichten

Literatuur[bewerken]

  • Charles Baudouin, Le Symbole chez Verhaeren, Genève, Mongenet, 1924.
  • André Mabille de Poncheville, Vie de Verhaeren, Parijs, Mercure de France, 1953.
  • Jean-Marie Culot, Bibliographie de Émile Verhaeren, Duculot, 1954.
  • Paul Servaes, Emile Verhaeren, een Vlaams dichter voor Europa, Antwerpen, EPO, 2012
  • Gilles Van Grasdorff & Alain Antoine-Plisnier, Dites-nous Émile Verhaeren, Brusel, Chabassol, 1986.
  • Béatrice Worthing, Émile Verhaeren (1855-1916), Parijs, Mercure de France, 1992.
  • Marcel Wardavoir, Les Heures sombres d'Émile Verhaeren, Le Livre, 1995.
  • Jacques Marx, Verhaeren, biographie d'une œuvre, Brussel, 1996.
  • David Gullentops, L'inventaire de la bibliothèque d'Émile Verhaeren, Paris, 1996.
  • David Gullentops, Poétique de la lecture. Figurativisations et espace tensionnel dans la poésie d'Émile Verhaeren, VUB-University Press, 2001.

Externe links[bewerken]