Naar inhoud springen

George Minne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
George Minne
George Minne in 1929
George Minne in 1929
Persoonsgegevens
Volledige naam Georgius Joannes Leonardus Minne
Geboren 30 augustus 1866, Gent
Overleden 20 februari 1941, Sint-Martens-Latem]
Geboorteland België
Nationaliteit Belgisch
Signatuur Handtekening
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent (1883; 1886),[1] Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van BrusselBewerken op Wikidata
Beroep Beeldhouwer, schilder, tekenaar
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1882-1941
Stijl Figuratief, mystiek symbolisme, Latemse School
Bekende werken De fontein der geknieldenBewerken op Wikidata
Beïnvloed door Maurice Maeterlinck, Auguste RodinBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Les XX, Kunst van Heden, Eerste Latemse schoolBewerken op Wikidata
Archieflocatie Archief voor Hedendaagse Kunst in België[2]Bewerken op Wikidata
RKD-profiel
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Georgius Joannes Leonardus (George) baron Minne (Gent, 30 augustus 1866 - Sint-Martens-Latem, 20 februari 1941) was een Vlaamse beeldhouwer, schilder en tekenaar. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het symbolisme en de Latemse school in België. Zijn werk, gekenmerkt door ascetische jongelingen, piëta's en moeder-en-kind-motieven, genoot internationale erkenning tijdens zijn leven.

Vroege jaren en opleiding

[bewerken | brontekst bewerken]

Minne werd in Gent geboren als zoon van de landmeter-architect Fredericus Augustus Minne (1841-1898) en Emma Van Kakerken (1840-1911). Van 1882 tot 1884 was hij leerling van Jean Delvin aan de Academie van Gent. In 1886 raakte hij bevriend met de schrijver Maurice Maeterlinck, voor wie hij boekillustraties maakte, waaronder: Serres Chaudes (1888), La Princesse Maleine (1889), Trois drames pour marionettes (1891) en Soeur Béatrice (1900). Ook illustreerde hij werken van Grégoire Le Roy (Mon Coeur pleure d'Autrefois (1889)) en van Emile Verhaeren (Les Villages illusoires (1895)).

In 1890 exposeerde Minne enkele van zijn beelden bij Les XX in Brussel en werd hij in 1891 lid van deze belangrijke kunstenaarsgroep. Datzelfde jaar reisde hij naar Parijs om er Auguste Rodin te ontmoeten, maar werd afgewezen.

Latemse periode en internationale erkenning

[bewerken | brontekst bewerken]

Van 1895 tot 1896 volgde Minne nog een jaar les aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel bij Charles Van der Stappen. In 1898 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem, waar hij de kern vormde van de eerste Latemse school, een groep mystieke symbolisten met kunstenaars als Albijn Van den Abeele, Valerius De Saedeleer, Albert Servaes en Gustave Van de Woestyne. Ook de schrijver Karel van de Woestijne en de musicus Lodewijk Ontrop behoorden tot zijn vriendenkring.

Minne ontwierp gedenktekens voor onder anderen Georges Rodenbach (1899), Emile Claus (1924) en het monument voor Koningin Astrid in het Stadspark van Antwerpen.[3]

Kort voor de Eerste Wereldoorlog werd Minne in 1912 leraar aan de Gentse Academie. Tijdens de oorlog week hij met zijn vrouw uit naar Wales, waar hij verbleef in Aberystwyth en Llanidloes.[4] Na de oorlog keerde hij terug naar de Academie, waar hij tot 1919 lesgaf. Op 25 april 1931 werd hij in de adelstand verheven met de titel van baron.

Hij overleed in 1941 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem.

Symbolisme en stijl

[bewerken | brontekst bewerken]

Minne wordt beschouwd als een sleutelfiguur in het symbolisme, een stroming die in de jaren 1880 opkwam als reactie op het impressionisme. Zijn werk kenmerkt zich door een mystieke, ascetische en erotisch getinte beeldtaal, vaak met thema's als jongelingen, piëta's en moeder en kind. Samen met Fernand Khnopff en Constantin Meunier behoorde hij tot de internationale voorhoede van de art nouveau en het symbolisme.

De Knapenfontein

[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn beroemdste werk, De Knapenfontein of De Fontein der geknielden (1898-1900) in marmer werd in 1898 als concept reeds uitgedacht, maar pas in 1900 uitgewerkt.[5] In 1905 werd het beeldhouwwerk op aangeven van Henry Van de Velde aangekocht voor het Museum Folkwang te Hagen. In 1922 werd het naar Essen overgebracht, waar sinds 1972 een repliek staat in het Osthaus Museum Hagen.

Ter hoogte van het Belfort te Gent juist naast Klokke Roeland staat sinds 1930 een bronzen versie van de beeldengroep De fontein der geknielden opgesteld. Het originele gipsmodel bevindt zich in het Museum voor schone kunsten te Gent. Voorts bevinden zich bronzen versies van de beeldengroep in de tuin van het parlementsgebouw te Brussel.

Selectie van werken in musea

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Verschillende straten zijn vernoemd naar Minne: George Minnelaan (Sint-Martens-Latem, Kortrijk), George Minneplein (Gent), George Minnestraat (Evergem).
  • Zijn voormalige woonhuis, Huize Minne in Sint-Martens-Latem, is beschermd als bouwkundig erfgoed[6].
  • Het Museum Gevaert-Minne in Sint-Martens-Latem herbergt een collectie van zijn sleutelwerken.
  • George Minne, Leo Van Puyvelde, Collection les Contemporains. Editions des "Cahiers de Belgique" S.A. Bruxelles. 1930.
  • George Minne, in: Beeldende Kunst, maandblad nov.1938, Paul Haesaerts.
  • George Minne, in: Catalogus van de Beeldhouwkunst. Kunstenaars geboren tussen 1750 en 1882, Jacques van Lennep. Koninklijk Musea België. Wettelijk depot: D/1992/0324/4
  • George Minne en de kunst rond 1900, Robert Hoozee, conservator Museum Gent, in: Catalogus van de tentoonstelling van de beeldhouwwerken en tekeningen van G. Minne. Wettelijk depot D/1982/0341/57.
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie George Minne van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.