Massavorming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Massavorming (Engels: mass formation of crowd formation) is een verschijnsel in de sociale psychologie dat beschrijft hoe in een groep personen (massa) een collectieve gedachte ontstaat die de individuele gedachte van de leden van de groep verdringt. De term is in zekere zin verwarrend, omdat het de indruk zou kunnen wekken dat er sprake zou moeten zijn van het opzettelijk of bewust vormen van de massa door een of meer actoren (zoals een staat of de media), maar dat hoeft niet per se het geval te zijn.[1]

Volgens experten in collectief gedrag Jay Van Bavel en John Drury is het zogenaamde fenomeen ‘mass formation psychosis’ een verzonnen concept zonder een spatje bewijs.[2]

Omstandigheden[bewerken | brontekst bewerken]

Massavorming kan met name ontstaan als er sprake is van een combinatie van bepaalde omstandigheden:

  1. Er zijn zwakke sociale banden; mensen voelen zich sociaal geïsoleerd. Hierbij valt te denken aan de individualisering van de samenleving, het afnemen van verenigingsleven en het wegvallen van kerkelijke gemeenschappen / verbanden.
  2. Mensen ervaren een gebrek aan zingeving. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het verschijnsel van de "bullshit jobs", zoals beschreven door David Graeber.
  3. Mensen hebben een "vrij vlottende angst", dat wil zeggen: een niet concrete angst. Het betekent dat men zich angstig voelt, maar er is geen "object" waarvoor men concreet bang is (anders dan bijvoorbeeld angst voor spinnen).
  4. Mensen hebben vrij zwevende agressie of frustratie.

Als deze vier elementen aanwezig zijn, ontstaat er een voedingsbodem voor massavorming. De massavorming kan vervolgens worden getriggerd als door een leider (of iemand anders met autoriteit binnen de groep) een object van angst wordt aangeduid, plus een strategie om daarmee om te gaan.

Voorbeelden van massavorming[bewerken | brontekst bewerken]

Massavorming is onder meer bekend uit religies. Het wordt beschouwd als een verklaring voor het feit dat volgelingen van bepaalde sekten of orthodoxe religieuze stromingen hun medegelovigen die (in hun beleving) niet ver genoeg gaan in het volgen van de zuivere religie of die dreigen af te dwalen, sociaal buitensluiten of verketteren. Het zou ook kunnen verklaren dat volgelingen van bepaalde sekten in het verleden zijn overgaan tot collectieve zelfmoord.[3]

Een voorbeeld uit de moderne geschiedenis is dat na de aanslagen van 11 september "het moslimterrorisme" werd aangeduid als object van angst en de War on terror als strategie om daarmee om te gaan. In die omstandigheden aanvaardde de bevolking verregaande inperkingen van bijvoorbeeld de privacy, die voordien nooit geaccepteerd zouden zijn omdat dit als een inbreuk op de grondrechten werd beschouwd.

Andere historische voorbeelden van massavorming zijn "de strijd tegen de onderdrukkende klasse"[4] die in Sovjet-Rusland en de DDR rechtvaardigde dat niet alleen de bezitters van de productiemiddelen werden aangepakt, maar ook degenen die niet meededen aan die strijd. Massavorming verklaart niet alleen dat de bevolking misdaden tegen medeburgers accepteerde, maar er ook actief aan meedeed. Hierin zit zowel een element van zingeving als van saamhorigheid: samen strijden voor het ideaal.

Omgekeerd zag men tijdens de Koude Oorlog bijvoorbeeld dat in Europa "de Russen" en in Amerika "de communisten" werden aangeduid als object van angst, het rechtvaardigde grote defensie-uitgaven. In de Tweede Wereldoorlog en de aanloop daarnaartoe werden "de joden" aangeduid als het object van angst; hun buitensluiting en later vervolging werd in de nazipropaganda aangereikt als de strategie om daarmee om te gaan.

In de meest recente geschiedenis wordt "het coronavirus" wel aangeduid als het object van angst en "de coronamaatregelen" als strategie om daarmee om te gaan. Die zouden dan bijvoorbeeld discriminatie op grond van vaccinatiestatus of doorgemaakte infectie rechtvaardigen. Tergelijkertijd wordt de tegenbeweging als massavorming beschreven, waarbij "het vaccin" als object van angst en "het verzet tegen de maatregelen" als strategie worden aangeduid.

Intellectuele geschiedenis en wetenschappelijke geloofwaardigheid[bewerken | brontekst bewerken]

Massavorming (Duits: Massenbildung) werd in 1921 door Sigmund Freud beschreven in zijn boek Het ik en de psychologie der massa.[5] Het woord duikt zeer regelmatig op in de Nederlandse vertaling van Freuds boek,[6] hetgeen de claim ontkracht dat het geen bestaand begrip zou zijn in de massapsychologie. Het begrip wordt ook door onder meer Z. Lothane beschreven.[7] De theorie moet volgens Johnson geplaatst worden in de context van de sociale verdeeldheid ten tijde van de Weimar-republiek.[8]

Eerder, in 1895, schreef Gustav Le Bon, die wordt beschouwd als een grondlegger van de sociale psychologie, in Psychologie der Massa's (La Psychologie des foules) al over het samensmelten van de individuele geesten tot een collectieve geest (hij noemt die collectieve geest een georganiseerde menigte of een psychologische massa[9]), die beïnvloedbaar is voor suggesties van sterke leiders. Volgens Le Bon denken individuen in een menigte niet rationeel en vlakken zij zichzelf en hun eigen verantwoordelijkheden uit. Dat zou er volgens hem toe kunnen leiden dat individuen worden opgeofferd voor "het collectief". De leden van de groep nemen volgens Le Bon irrationele beslissingen, doordat zij gevangen zitten in de waanzin van de massa. Ook Hannah Arendt waarschuwt in haar boek Totalitarisme voor de vernietigende kracht van de massa.[10] Het fenomeen komt ook naar voren in de werken van Joost Meerloo en Elias Canetti.

Meer recent is het verschijnsel massavorming in relatie tot bepaalde coronamaatregelen benoemd door de Gentse hoogleraar Mattias Desmet, winnaar van de Skeptische Put 2020,[11] en de Amerikaanse viroloog en immunoloog Robert W. Malone. Zij verklaren daarmee dat zelfs verregaande coronamaatregelen die op gespannen voet staan met bepaalde grondrechten (zoals het uitsluiten van bepaalde groepen van het maatschappelijk leven op grond van het 3G- en 2G-beleid) door een groot deel van de bevolking tamelijk kritiekloos worden geaccepteerd. Het zou tevens kunnen verklaren waarom sommigen daarin een stap verder gaan en haat zaaien tegen ongevaccineerden. Volgens Desmet zijn bepaalde maatregelen onbewust verworden tot rituelen die verbondenheid creëren; volgens hem verklaart dat waarom er veel weerstand is tegen het afschalen van bepaalde coronamaatregelen.[bron?] Desmet schrijft hier de term massavorming aan toe.

Er is echter geen wetenschappelijke eensgezindheid over het bestaan van massavorming in de zin van Desmet en Malone. Zo geeft de sociaal psycholoog Jay Van Bavel aan dat hij het begrip nog nooit tegenkwam in zijn carrière en dat er ook geen peer-reviewed onderzoek naar te vinden is. Zijn reactie lijkt te gaan over specifiek het woord massavorming, omdat het verschijnsel wel degelijk door Le Bon (pscyhologische massa) en Freud (Massenbildung) en vele andere denkers beschreven wordt in hun boeken. Bij Freud zelfs letterlijk als massavorming in de Nederlandse vertaling. Stephen Reicher, sociaal psycholoog en onderdeel van het SAGE-team (de Engelse equivalent van het Nederlandse Outbreak Management Team), stelde, ondanks dat Desmet zich beroept op Le Bon, Canetti, Arendt, Meerloo als bronnen, dat het concept geen academische geloofwaardigheid heeft. Een adequate bron waarop Reicher zijn weerlegging baseert ontbreekt.

Tegengaan van massavorming[bewerken | brontekst bewerken]

Het verschijnsel massavorming is lastig tegen te gaan. Volgens Desmet, die het vergelijkt met een vorm van hypnose, kan deze alleen afgezwakt worden door bij herhaling gematigde, onderbouwde standpunten voor te houden aan degenen die "vastzitten" in de groepsgedachte. Juist geweld zou het proces verergeren.[bron?]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]