Max Beckmann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gedenkplaat op het huis van Beckmann in Berlijn

Max Beckmann (Leipzig, 12 februari 1884 - New York, 27 december 1950) was een Duits expressionistisch kunstschilder.

Biografie[bewerken]

In 1900 begon hij zijn schildersopleiding in Weimar. Vier jaar later vestigde hij zich in Berlijn en daar huwde hij in 1906 met Minna Tube. In 1894 verloor hij zijn vader, kort voor zijn huwelijk (september 1906) ook zijn moeder, hij trouwde een maand na haar overlijden. Hij vertrok als medisch vrijwilliger tijdens de Eerste Wereldoorlog eerst naar het Oost-Pruisisch front (1914), later naar Vlaanderen en Straatsburg (1915) waar hij mentaal instortte. Hij verhuisde van Berlijn naar Frankfurt, en werd daar bijzonder leraar aan de Stedelijke Academie. In 1925 scheidde hij van Minna en huwde met zangeres Mathilde von Kaulbach, derde dochter van schilder Friedrich August Sigmund von Kaulbach en violiste Frida Schytte. Tijdens het einde van de jaren 20 had hij veel succes, had hij een goede positie als professor, en verschenen er publicaties over hem. In 1933 ontnamen de nazi's hem deze betrekking en werd hem een tentoonstellingsverbod opgelegd. Beckmann keerde vervolgens vanuit Frankfurt terug naar Berlijn. In 1937 werd zijn werk getoond op de beruchte tentoonstelling van 'gedegenereerde kunst' (Entartete Kunst).

Al vanaf 1903 verbleef Beckmann ook regelmatig in Parijs, alwaar hij zich met de grote moderne schilders, met name Picasso, wilde meten. Het lukte hem echter niet om daar echt door te breken.

Hij ontvluchtte Duitsland en vestigde zich in Amsterdam (1937-1947). Zijn atelier was gevestigd aan het Rokin, nummer 85. In Amsterdam kreeg hij niet veel erkenning, maar was hij wel productief. In de stad kwamen 280 schilderijen tot stand, ongeveer een derde van zijn totale oeuvre, waaronder de triptieken Acrobaten (1939), Perseus (1941), Toneelspelers (1942), en Carnaval (1943).

In 1947 vestigde hij zich in de Verenigde Staten. Zijn roem was hem al vooruitgesneld, en hij kreeg dan ook een warm onthaal. Vanaf september 1947 tot juni 1949 gaf hij les aan de Washington University in St. Louis. Hij had daar echter geen vaste aanstelling en na zijn tweede jaar in St. Louis had hij in januari 1949 de mogelijkheid les te gaan geven aan de Brooklyn Academy Museum School voor de komende herfst. Na het tweede jaar St. Louis gaf hij les in de zomer aan de Universiteit van Colorado te Boulder. Na een jaar New York gaf hij les aan Mills College in Oakland in de zomer van 1950. Tussendoor was hij zomer 1948 nog in Amsterdam om de visa te veranderen (waarschijnlijk permanent te maken) en de verhuizing van zijn bezittingen te regelen.

Beckmann had snel succes maar het is zijn oorlogservaring die hem zal tekenen. Vanaf 1915-16 werden zijn kleuren feller, zijn lijnen dikker, zijn onderwerpen grotesker. Carnaval (1920), Mooi, een park in Frankfurt (1921), De droom (1921) zijn slechts enkele van de overgangswerken die zullen leiden naar meesterwerken zoals de befaamde tryptieken Vertrek (1932-33), Acrobaten (1939) en De Argonauten (1949-50).

In 1950 won hij de Prix Conte-Volpi op de Biënnale van Venetië. Dat jaar ontving hij ook een eredoctoraat van de Washington University in St. Louis.

Schilderstijl[bewerken]

Beckmann situeert zich tussen het expressionisme van Die Brücke (met onder meer Ernst Ludwig Kirchner en Erich Heckel) en de anekdotiek van de Neue Sachlichkeit (met Otto Dix en George Grosz).

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Tentoonstellingen (selectie)[bewerken]

Er waren tentoonstellingen in het Museum of Modern Art (1995) en het Guggenheim Museum (1996) in New York, en in musea in Rome (1996), Valencia (1996), Madrid (1997), Zürich (1998). Het Saint Louis Art Museum heeft een tentoonstelling in (1998/1999), in München (2000). In 2002 is er een tentoonstelling in het Centre Pompidou in Parijs [3] en in het Tate Modern in London in 2003.[4]. In Frankfurt (2006) en in Amsterdam (2007).

  • Max Beckman in Amsterdam van 13 september 2007 t/m 6 januari 2008 in de Pinakothek der Moderne in München [5]
  • The Watercolours and Pastels van 3 maart t/m 28 mei 2006 in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt am Main [6]
  • In 2007 organiseerde het Van Gogh Museum een tentoonstelling met werk van Beckmann uit de periode (van '37 tot '47) dat hij noodgedwongen in Amsterdam verbleef. Hoewel een derde van zijn oeuvre in deze tijd is gemaakt, bevindt er zich nauwelijks werk uit die tijd in een publieke collectie. Drie schilderijen van Beckmann zijn in het bezit van Nederlandse musea, waarvan twee uit zijn Nederlandse periode, waaronder het belangrijke werk Dubbelportret Max Beckmann en Quappi [7] uit 1941 (in het bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam).
  • The Liberation of the Palette in het Museum Ludwig in Keulen [8]

Bibliografie[bewerken]

  • E. Göpel (red.): Max Beckmann. Tagebücher 1940-1950. München en Zürich, 1984
  • H. Kinkel (red.): Max Beckmann. Leben in Berlin. Tagebuch 1908-1909. München en Zürich, 1984
  • D. Schmidt (red.): Max Beckmann. Frühe Tagebücher 1903/1904 und 1912/1913. München en Zürich, 1985
  • U.M. Schneede et al. (red.): Max Beckmann. Briefe. 3 dln. München en Zürich, 1993-1994

Externe links[bewerken]