Moa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moa's
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Moa.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Dinornithiformes
Families
Dinornithidae & Emeidae
Geslachten
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De moa's waren grote niet-vliegende vogels die leefden in Nieuw-Zeeland. Er zijn op dit moment elf soorten bekend. In Nieuw-Zeeland namen zij de plaats in van de grote plantenetende zoogdieren die in de rest van de wereld gevonden konden worden, maar afwezig waren in Nieuw-Zeeland. Meer dan 2 miljoen jaar geleden waren deze vogels de dominante soorten in Nieuw-Zeeland, waarbij ze elk soort leefgebied bezetten, van zeeniveau tot in de hoge Nieuw-Zeelandse bergen.

Verdwijning[bewerken]

De verschillende soorten moa's hadden alleen de Haasts arend (Harpagornis moorei) te vrezen, voor de komst van de mens. Deze reusachtige roofvogel was de grootste adelaar die ooit geleefd heeft.

Ondanks sporen van een vroeger contact lijken de eerste Polynesische nederzettingen van Nieuw-Zeeland ontstaan te zijn in de late 13e eeuw. Deze Polynesische mensen waren de voorouders van de moderne Maori. Deze mensen bejaagden de moa's sterk, wat de achteruitgang van de moapopulatie veroorzaakte. Moa's waren net zoals andere grote langzaam voortplantende vogels kwetsbaar voor menselijke jacht. Andere oorzaken die de achteruitgang van de populaties veroorzaakten waren de toenemende menselijke bevolkingsgroei en het verlies van leefgebied doordat de vroege kolonisten de bossen kapten. De moa verdween van het menu van de Maori na 50-160 jaar en binnen 200 jaar van menselijke kolonisatie raakten de verschillende moa-soorten uitgestorven en vergeten.

Eerste bewijs[bewerken]

Het eerste bewijs van moabotten in Nieuw-Zeeland werd gevonden in 1834 door een handelaar genaamd Joel Polack, toen hij verschillende grote versteende fossielen te zien kreeg van Maori. Hij dacht dat er een soort emoe of een vogel van het geslacht Struthio ooit in Nieuw-Zeeland geleefd moest hebben. Zijn ontdekking werd gepubliceerd in een boek, maar ontsnapte aan de aandacht van de wetenschappers van die tijd. Polack behield de beenderen niet en de reuzenvogels van Nieuw-Zeeland bleven nog een paar jaar onbekend.

Handelaar John W. Harris bemachtigde ergens tussen 1831 en 1836 de schacht van een dijbeen vanuit de oostkust van het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. Dr. John Rule ontving dit bot van zijn vriend Harris in 1837. In 1839 nam Rule het bot mee naar Engeland en vergeleek het met verschillende dierenbotten. Hij overtuigde zichzelf dat het bot van een vogel afkomstig moest zijn. Rule probeerde het bot daarna te verkopen aan het 'British Museum' maar werd afgewezen. Hierna benaderde hij op advies van G.R. Gray het 'Royal College of Surgeons', die het bot samen met een brief van Rule waarin hij schreef dat hij dacht dat het van een vogel afkomstig was doorgaven aan Professor Richard Owen voor een waardering. Nadat Owen het vergeleek met botten van verschillende dieren kwam ook hij tot de conclusie dat het om een vogel ging. Het bot werd toen verkocht aan Mr. M.P. Bright uit Bristol en jaren later aangeschaft door het British Museum. Aan de hand van dit bot concludeerde Owen in 1840 dat er een reusachtig struisvogelachtige vogel in Nieuw-Zeeland moet hebben voorgekomen of misschien nog zelfs voorkwam. Al snel werden er meer ontdekkingen gedaan en Owen beschreef in 1843 het geslacht Dinornis aan de hand van de beenderen uit Nieuw-Zeeland. Dinornis (Grieks) kan vertaald worden als 'verrassende', 'enorme' of 'verschrikkelijke' vogels.

De eerste substantiële hoeveelheid moabeenderen die Engeland bereikten waren verzameld door de missionaris W. Williams vanuit een riviertje vlakbij Poverty Bay (Wairoa) tussen 1839 en 1842. Hij zond deze beenderen naar geoloog dr. W. Buckland aan Oxford. In een bijgevoegde brief gedateerd op 28 februari 1842 verklaarde Williams dat de beenderen kwamen van vogels die bekend waren bij de Maori als "moa".

Aantal soorten[bewerken]

Moa Heinrich Harder.jpeg

Zelfs nu er een grote hoeveelheid aan vondsten is van moabeenderen is het moeilijk gebleken om een compleet beeld van deze dieren te krijgen. In de vorige eeuwen zijn er vele moasoorten beschreven en later nam dit aantal weer sterk af, omdat vele exemplaren waarvan men dacht dat het verschillende soorten waren feitelijk mannetjes en vrouwtjes van dezelfde soort waren. Het probleem van het geslacht heeft ervoor gezorgd dat het aantal erkende moasoorten daalde van 38 naar maar 11.

Deze 11 moasoorten van de orde Dinornithiformes (moa's) konden verdeeld worden in drie families:

Familie: Emeidae

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam
Anomalopteryx didiformes Owen, 1844 Kleine bosmoa
Emeus crassus Owen, 1846 Oostelijke moa
Euryapteryx curtus Owen, 1846 Kustmoa
Euryapteryx geranoides Owen, 1848 Kortpootmoa
Pachyornis australis Oliver, 1949 Kuifmoa
Pachyornis elephantopus Owen,1856 Dikpootmoa
Pachyornis mappini Archey, 1941 Mappins moa

Familie: Megalapterygidae

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam
Megalapteryx didinus Owen, 1883 Bergmoa

Familie: Dinornithidae

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam
Dinornis giganteus Owen, 1844 Reuzenmoa
Dinornis novaezealandiae Owen, 1843 Grote bosmoa
Dinornis struthoides Owen, 1844 Slanke bosmoa

Twee teams van wetenschappers in Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië geloven dat ze het probleem rondom het geslacht in de moasoorten hebben opgelost, met wat zij noemen het eerste "moleculaire geslachtsbepaling" van een uitgestorven soort. Dit hebben zij gedaan door het zoeken naar kleine stukjes DNA dat men haalde uit oude moabotten. Door te kijken naar het mitochondiraal DNA, het gedeelte van een cel dat doorgegeven wordt door de moeder, ontdekte zij dat er maar twee verschillende moasoorten van het geslacht Dinornis waren. Eén op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland en de andere op het Zuidereiland, met de wateren van de Straat Cook als een ondoordringbare grens voor een niet-vliegende loopvogel. Het eerdere erkennen van drie soorten in het geslacht Dinornis kwam doordat met aannam dat het verschil in grootte in dit geslacht te groot was om tot een enkele soort te behoren.

Met het opnieuw verzamelen van beenderen en soorten lieten de onderzoekers zien dat er een ontzettend groot verschil bestond tussen mannen en vrouwen. Vrouwelijke moa's waren bijna drie keer zwaarder en waren een half keer groter dan mannen, een verschil dat nergens anders bij vogels of landzoogdieren voorkomt. De gedetailleerde analyses van mitochondriaal DNA van de moa fossielen laten zien dat alle overblijfselen van Dinornis struthoides, de kleinste Dinornis-moa, van mannen afkomstig is. De andere overblijfselen, van Dinornis novaezealandiae en Dinornis giganteus komen van vrouwen. Het verschil van kleinere en grotere vrouwtjes komt waarschijnlijk door het verschil in voedsel. Dinornis novaezealandiae kwam uit ecosystemen die niet erg productief waren en dus niet zoveel voedingsstoffen gaven as de ecosystemen waar Dinornis giganteus voorkwam. Vrouwen bij verwante soorten zoals de kiwi en de Kasuaris zijn ook groter dan de mannen. Beide groepen wetenschappers kwamen tot de conclusie dat de meeste beenderen die bewaard zijn gebleven in moerassen en tentoongesteld zijn in musea afkomstig zijn van vrouwen. Dit doet vermoeden dat vrouwen voedsel zochten en dat de mannen op de eieren zaten, zoals ook mannelijke kiwi's doen. De groep wetenschappers geleid door dr. Alan Cooper suggereert dat grote vrouwtjes nodig waren om grote eieren te produceren zodat hun jongen konden overleven in de bossen.

De volgende taxonomie en soorten voor het geslacht Dinornis wordt nu aanbevolen:

Familie: Dinornithidae

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam
Dinornis novaezealandiae Owen, 1843 Noordereiland-bosmoa, Noordereiland-reuzenmoa
Dinornis robustus Owen, 1846 Zuidereiland-bosmoa, Noordereiland-reuzenmoa

De soorten Dinornis giganteus en Dinornis struthoides zijn nu synoniemen van Dinornis novaezealandiae. Hierdoor komt het totaal aan moasoorten op tien te staan.

Hoewel, vijf aanvullende moasoorten zijn recentelijk geïdentificeerd door evolutionaire biologen. De onderzoekers, geleid door Professor David Lambert, zeggen dat ze nu bewijs hebben dat het aantal moasoorten doet toenemen van 10 naar 14. Hun artikel over het tempo en model van evolutie van de moa's werd gepubliceerd in juni 2005 in een van de werelds beste wetenschappelijke tijdschriften, Proceedings of the National Academy of Sciences (USA). Ze hebben zeer oud DNA weten te halen uit 125 beenderen van moa's en dit genetisch onderzocht. Het onderzoek biedt een overweldigend bewijs om aan te tonen van het bestaan van meer soorten. Volgens het onderzoek is er waarschijnlijk maar één Euryapteryx soort, twee meer Pachyornis soorten en twee meer Dinornis soorten. Ze twijfelen ook aan de juistheid om Megalapteryx benhami Archey, 1941 als een synoniem te beschouwen. Het onderzoek laat zien dat er waarschijnlijk twee soorten van het geslacht Megalapteryx waren, namelijk Megalapteryx didinus en waarschijnlijk Megalapteryx benhami.

Eieren[bewerken]

Hoewel de moa's groot waren, waren hun eieren vrij breekbaar. De grootste moa's, Dinornis robustus en Dinornis novaezealandiae, legden zelfs de breekbaarste eieren onder de moa's, met een respectieve dikte van 1,41 mm en 1,06 mm. Het blijft nog gissen over hoe de moavrouwtjes van 200 kg of de mannetjes van 75 kg de eieren konden uitbroeden zonder ze te breken.[1]

Levende verwanten[bewerken]

De kiwi wordt beschouwd enigszins verwant te zijn aan de moa. Geruchten over levende moa's doen nog steeds de ronde, maar er is daarvoor geen enkel daadwerkelijk bewijs.

Externe links[bewerken]

Bronnen

Artikelen

  • Reconstructing the tempo and mode of evolution in an extinct clade of birds with ancient DNA: The giant moas of New Zealand. Allan J. Baker, Leon J. Huynen, Oliver Haddrath, Craig D. Millar, and David M. Lambert. PNAS 2005 102: 8257-8262
  • Ancient DNA solves Sex Mystery of Moa. David Lambert, Craig Millar & Leon Huynen. Australian Science, pages 14 – 16, september 2004.
  • Extreme reversed sexual size dimorphism in the extinct New Zealand moa Dinornis. M. Bunce, T.H. Worthy, T. Ford, W. Hoppitt, E. Willerslev, A. Drummond & A. Cooper. Nature 425, pages 172 – 175. 11 september 2003.
  • Nuclear DNA sequences detect species limits in ancient moa. L. Huynen, C.D. Millar, R.P. Scofield & D.M. Lambert. Nature 425, pages 175 – 178. 11 september 2003.
  • Three Species No Moa? Fossil DNA analysis yields surprise. S. Perkins. Science News, Vol. 164, page 84. 09 August 2003.
  • The youngest giant: discovery and significance of the remains of a giant moa (Dinornis giganteus) near Turangi, in central North Island, New Zealand. Trevor H. Worthy Journal of the Royal Society of New Zealand, Vol. 32, Nr. 1, March 2002, pages 183 - 187.
  • Complete mitochondrial genome sequences of two extinct moas clarify ratite evolution. A. Cooper, C. Lalueza-Fox, S. Anderson, A. Rambaut, J. Austin & R. Ward. Nature 409, pages 704 – 707. 08 February 2001.
  • Blitzkrieg Against the Moas. Jared Diamond. Science, Vol. 287, pages 2170 – 2171. 24 March 2000.
  • Rapid Extinction of the Moas (Aves: Dinornithiformes): Model, Test, and Implications. R. N. Holdaway and C. Jacomb. Science, Vol. 287, pages 2250 – 2254. 24 March 2000.

Boeken

  • T. H. Worthy, R. N. Holdaway, 2002, The lost world of the Moa: Prehistoric Life of New Zealand, Indiana University Press, Bloomington. ISBN 0-253-34034-9.
  • E. Fuller, 2001, Extinct Birds, Oxford University Press. ISBN 0-253-34034-9 (UK Edition).
  • D. Day, 1981, The Doomsday Book of Animals, Ebury Press, London. ISBN 0-85223-183-0.
  • T. Flannery, P. Schouten, 2001, A Gap in Nature: Discovering the World's Extinct Animals, William Heinemann, London. ISBN 0-434-00819-2 (UK edition).

Voetnoot

  1. Most Fragile Eggs Belonged to Huge Flightless Birds. Live Science (30 augustus 2010) Geraadpleegd op 1 september 2010