Moeder Meense

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De linkerhelft van het schild van Moeder Meense toont het wapenschild van de stad Menen terwijl de rechterhelft ingevuld wordt met de zirkel.

Moeder Meense is een Leuvense hoogstudentenclub.

Beschrijving[bewerken]

De club is elke maandag en dinsdag actief in Leuven en heeft als stamkroeg de Lapaz in de Tiensestraat. De clubkleuren zijn wit-rood-wit, met rood als hoofdkleur. De linkerhelft van het schild van Moeder Meense toont het wapenschild van de stad Menen, de rechterhelft is ingevuld met de zirkel. De club heeft als leuze: "Vlaemsch ende vroom".

Moeder Meense is een van de zes West-Vlaamse studentenclubs, onder de overkoepelende West-Vlaamse Gilde, op zijn beurt deel van het Seniorenkonvent van Leuven.

Geschiedenis[bewerken]

De club werd in 1902 opgericht als de Menense Gilde door Paul Barbe en maakt deel uit van het Leuvense studentenleven. Aanvankelijk was het bedoeld voor mannelijke studenten uit Menen en omstreken, en mettertijd nam het studenten aan de KU Leuven uit heel West-Vlaanderen onder zijn vleugels. Opzoekingen naar aanleiding van het eeuwfeest brachten vage sporen aan het licht van een vroegere Meense vereniging van universiteitsstudenten en de mogelijkheid bestaat dat de voorgeschiedenis van de club teruggaat tot 1882. Ook bestaat er een mogelijkheid dat de Menense club aanvankelijk bij de (voorloper van de) Oostendse hoorde maar in 1890 zelfstandig werd.[1] Het clubjaar 1902-1903 wordt als het officiële stichtingsjaar en Paul Barbe als de oprichter en eerste preses beschouwd. In 1912 ontstond de Oostendse Gilde uit de Menense Gilde en tot in de jaren zestig was het de traditie dat de preses van de Meense ook lid was van de Oostendse en omgekeerd.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de benaming veranderd in Moeder Meense, een gevolg van de Vlaams-radicaliserende transformatie die vele clubs in die tijd ondergingen.

De club bewaart de verslagboeken vanaf 1929, met sommige periodes die grotendeels blank gebleven zijn. De traditie blijft bewaard dat na elke activiteit een verslag wordt ingeschreven of ingeplakt met bijhorende illustraties of foto's. De rode jasjes met schild doet de commilitones in het straatbeeld opvallen.

De club kende een wisselend succes met pieken van 29 leden in 1911-1912, 33 leden in 1935-1936 en 75 leden in 1960-1961. Het dieptepunt was het clubjaar 1991-1992 met 7 leden. Als een van de eerste clubs richtte Moeder Meense in 1936 een bal in en in 1953 een thé dansant. Sinds 1972 wordt jaarlijks op de derde donderdag van oktober een ereledencantus gehouden, waarop een bus met ereleden naar Leuven wordt gevoerd.

Bron[bewerken]

  • Studentenclub Moeder Meense, Verslagboeken.

Literatuur[bewerken]

Voetnota[bewerken]

  1. De oprichting van Moeder Oostendse, De Plate, januari 2005, p. 23, via vliz.be