Nederlandse dovengeschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de geschiedenis van Nederlandse Dovengemeenschap.

Opkomst van dovenscholen in 18e eeuw en 19e eeuw[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dovenschool voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eerste dovenschool in Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Henri Daniel Guyot Instituut voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Henri Daniel Guyot was predikant van de Waalse gemeente in Groningen. Hij vond onderwijs voor doven belangrijk. Daarom richtte hij op 14 april 1790 samen met Hora Siccama, Van Olst en Van Calcar in Groningen het eerste Instituut voor Doven in Nederland op. De school had 14 leerlingen.

Dovenscholen in Nederland[bewerken]

De Guyotschool verloor haar monopolie toen het Instituut voor Doven te Sint-Michielsgestel, het Rudolf Mees Instituut te Rotterdam (1853) en Effatha te Leiden (1888) werden opgericht. In 1911 werd Ammanschool te Amsterdam als laatste opgericht.

Gebarentaal werd verboden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nederlandse Gebarentaal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Totdat de standaardisering van Nederlandse Gebarentaal haar intrede deed bestonden er alleen regionale varianten in Nederland. Of het gebruik van gebaren werd, zoals in Groningen, ontmoedigd teneinde doven een betere zelfredzaamheid te laten verkrijgen. In de periode 1900 tot 1980 is het gebruik van gebaren in het onderwijs aan doven verboden geweest (als gevolg van de conventie van Milaan in 1880). Toch bleven dove mensen onderling gebaren gebruiken en daardoor ontstonden er vijf gebaren"dialecten" in en rondom de doveninstituten in de regio's Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Voorburg en St. Michielsgestel.

Veranderingen in 20e eeuw[bewerken]

Rond 1975 begonnen sommige dovenscholen onderwijs te geven in NmG (Nederlands ondersteund met gebaren). In 1995 heeft het toenmalige instituut voor doven H.D. Guyot (Groningen) als eerste tweetalig onderwijs (NGT/Nederlands) voor doven ingevoerd. Dat voorbeeld werd al snel gevolgd in de rest van het land.

Oprichting van Belangorganisatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Dovenschap voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dovenorganisaties- en verenigingen bestonden al sinds het einde van de 19e eeuw. Deze waren echter voornamelijk gericht op sport en recreatie. Pas in 1955 werd de Dovenraad opgericht voor de belangenbehartiging. Aangezien in de beginperiode slechts de KNDSB, de NBDV en de Stichting Dovenzorg erbij betrokken waren bleef de Dovenraad vrij zwak tot 1975.

In de jaren 80 ging het stukken beter: meer organisaties sloten zich aan, en de Dovenraad kreeg subsidie. Tijd en geld werd besteed aan de ondertiteling van televisie-programma's, het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en het professionaliseren van het beroep Tolk Gebarentaal. Er werd een telecommunicatiecommissie in het leven geroepen, wat resulteerde in de teksttelefoon.

Welzijnsstichtingen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Welzijnsstichting voor doven voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de jaren 70 van de 20e eeuw werden in heel Nederland diverse regionale welzijnsstichtingen voor doven opgericht om sociale contacten tussen doven te versterken. De oudste nog bestaande welzijnsstichting is het Groningse Clubhuis voor Doven.

Via deze stichtingen konden doven zelf activiteiten organiseren, zoals bingo, computerdagen, cursussen enzovoorts. Diverse sport- en vrijetijds-verenigingen voor doven sloten zich vaak aan bij de welzijnsstichting in de eigen regio. Daarnaast organiseren de welzijnsstichtingen ook cursussen Nederlandse gebarentaal en Nederlands met gebaren voor mensen die zijn geïnteresseerd in de gebarentaal en de communicatie met doven. Alle stichtingen zijn aangesloten bij de landelijke belangenorganisatie Dovenschap. Elk jaar wordt Werelddovendag in samenwerking met Dovenschap georganiseerd door een van de welzijnsstichtingen.

Gebarentaal weer toegestaan[bewerken]

Rond 1975 begonnen sommige dovenscholen onderwijs te geven in NmG (Nederlands ondersteund met gebaren). In de 1995 heeft het toenmalige instituut voor doven H.D. Guyot (Groningen) als eerste tweetalig onderwijs (NGT/Nederlands) voor doven ingevoerd. Dat voorbeeld werd al snel gevolgd in de rest van het land. De opleidingen voor doventolken werden in 1999 in Hogeschool opgezet. Het aantal gebarentaaltolken neemt fors toe. De doven kregen tolkvoorziening van UWV, zorgkantoren en Onderwijs. De voorzieningen werden langzaam uitgebreid. Handtheater werd opgericht .

Veranderingen in 21e eeuw[bewerken]

Viataal, Guyot en Effatha vormen samen een groot doveninstituut met scholen voor slechthorenden. Door betere vaccinactie tegen bof, mazelen en rodehond worden minder dove baby's geboren. Steeds meer dove gehandicapten gingen naar de dovenschool. De dovenscholen worden kleiner. Steeds meer welzijnsstichtingen gingen dicht wegens vrijwilligersgebrek of financiële problemen. Steeds meer doven gebruiken mobiele telefoon, internet en sociale netwerken zoals Hyves en Facebook.

Opkomst van cochleaire implantaat[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie cochleair implantaat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tegenwoordig krijgen jongere dove kinderen een cochleair implantaat. De cochleaire implantaat was omstreden product die een impact in de dovencultuur kan veroorzaken. In laatste tijd hebben CI-teams toelatingseisen sterk versoepeld,zodat prelinguaal en postlinguaal doven zelf vrijwillig een ci kunnen nemen. Daardoor ontstond er diversiteit binnen een dovengemeenschap.

Opkomst van gebarencafé[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Gebarencafé voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De gebarencafés werden opgericht om doven en gebarentaalgebruikers met elkaar in contact te brengen. Steeds meer doven kiezen het gebarencafé boven een welzijnsstichting.

Opkomst van dovendisco's[bewerken]

Steeds meer doven gaan naar speciale disco's die zijn aangepast voor slechthorende en doven door middel van zintuigprikkelende ervaringen. Voorbeelden van deze ervaringen zijn trillende dansvloeren, food-jockeys, aroma-jockeys en vj's die ervoor zorgen dat de beleving tijdens de evenementen vergroot wordt. Een voorbeeld van zo'n evenement is Sencity, dat over de hele wereld wordt georganiseerd.